Radboud Universiteit
Zoek in de site...

Stemmen uit de revolutie

In de geschiedenis van de Radboud Universiteit staan de maanden mei en juni 1969 gerangschikt onder de noemer: ‘Turbulent’. Het doorgaans rustig voortkabbelende academisch leven aan wat toen nog de Katholieke Universiteit Nijmegen heette, raakte dat voorjaar schijnbaar plotseling verzeild in een heuse ‘revolutie’ – althans, zo werd dat toentertijd genoemd. Een snel groeiende groep opstandige studenten streefden naar omverwerping van het bestaande universitaire bestuursmodel, dat inderdaad verre van optimaal functioneerde. Zij eisten openbaarheid van beleid en medezeggenschap voor alle ‘geledingen’ die de universiteit rijk was: van hoogleraren en ander wetenschappelijk personeel tot het – uiterst gevarieerde – ambtelijke ondersteuningsapparaat en natuurlijk de studenten zelf. Om hun eisen kracht bij te zetten, hielden de rebellen ‘aksies’: zij verstoorden een internationaal congres, bezetten de aula en toverden haar om in een ‘permanent diskussiesentrum’. Daar en elders aan de universiteit kwamen studenten in tal van massavergaderingen bijeen om te discussiëren hoe het nu verder moest. De spanningen liepen hoog op. Zo hoog zelfs, dat rector magnificus prof. mr. Sijward baron van Wijnbergen, moedeloos geworden van het eindeloos laveren tussen hemelbestormers en dwarsliggers, zich in juni genoodzaakt zag zijn ontslag aan te bieden – een unicum in de vaderlandse universiteitsgeschiedenis.

Prof. Wijnbergen tussen studentenRector magnificus prof. mr. Sijward baron van Wijnbergen tussen de studenten. Foto: Nationaal Archief.

Studentenprotesten van Tokio tot Parijs

De achtergronden van de ‘revolutie’ zijn bekend. In de tweede helft van de jaren zestig deed zich een mondiale universiteitscrisis voor, die overal via studentenprotesten tot uiting kwam, van Tokio tot Berlijn, van Berkeley tot Parijs. Een en ander hing samen met een algemeen gevoeld onbehagen, een gezagscrisis en de opkomst van een nieuwe, individualistische jeugdcultuur. Ook in Nederland, niet in de laatste plaats aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, groeide in de late jaren zestig bij studentengroeperingen van linkse signatuur de kritiek op het bestaande universitaire bestel en op de wetenschapsbeoefening ‘in dienst van het kapitalisme’. De massificatie van het hoger onderwijs droeg belangrijk bij aan dit ongenoegen. De universiteiten ontploften. Nijmegen, bijvoorbeeld, was in minder dan een decennium gegroeid van drieduizend studenten in 1960 naar een kleine tienduizend. In mei 1968, de maand van de Parijse revolte, was het in Nijmegen – net als in andere universiteitssteden in Nederland – betrekkelijk rustig gebleven. Er werd vooral overleg gevoerd; vergadertijgers namen het voortouw. Precies een jaar later liep het alsnog uit de hand. Studenten in het eveneens katholieke Tilburg staken de lont in het kruitvat. Op 28 april bezetten zij de hogeschool en lieten op de gevel in grote geschilderde letters ‘Karl Marx Universiteit’ verschijnen. Nijmegen volgde spoedig met de bezetting van de aula. Nadien gingen ook aan andere universiteiten studenten over tot actie, waarvan de Maagdenhuisbezetting in Amsterdam, die duurde van 16 tot 21 mei, het bekendst is gebleven. De gemoederen zouden uiteindelijk pas begin juli enigszins tot bedaren komen, toen de minister een nieuw wetsvoorstel indiende en het Nijmeegse universiteitsbestuur in de geest daarvan een experimentele fase van democratisering aankondigde. Tot ver in de jaren zeventig zou de studentenbeweging nog van zich doen horen. Toen echter, was zij inmiddels in verschillende, ook elkaar bevechtende linkspolitieke facties uiteengevallen. Nooit was de eensgezindheid zo groot geweest als aan het begin, in mei en juni 1969.

Protest tegen DuynsteeStudenten van de Katholieke Universiteit Nijmegen protesteren tegen prof. mr. Frans Duynstee. Foto: Katholiek Documentatie entrum, Nijmegen.

Geluidsopnamen opgedoken uit nalatenschap

De gebeurtenissen in deze maanden zijn uitvoerig gedocumenteerd in stencils, rapporten, pamfletten, vergaderstukken en krantenberichten. En soms ook, zoals wellicht weinigen zich realiseren, in geluidsopnamen. Onlangs doken uit de nalatenschap van mr. drs. Ad van der Vaart (1923-2019), die gedurende zijn lange werkzame leven in verschillende functies aan uiteenlopende faculteiten aan de Radboud Universiteit was verbonden, enkele geluidsbanden op. Ze zijn gedigitaliseerd door en worden bewaard in het Katholiek Documentatie Centrum. Het is onduidelijk hoe Van der Vaart aan de opnamen kwam en welk doel zij dienden. Op de banden staan een allegaartje van evenementen: delen van een driedaags congres van het Nederlands Natuur- en Geneeskundig Congres dat in maart/april 1967 in Nijmegen werd gehouden, een vergadering van de Faculteitsraad Theologie medio jaren zeventig en een deel van een massavergadering gehouden in de nacht van 19 op 20 mei 1969 in de kantine van de Faculteit Wis- en Natuurkunde.

Studentenbijeenkomst in de kantine van Wis- en NatuurkundeStudentenbijeenkomst in de kantine van Wis- & Natuurkunde. Foto: Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen / Hans Zweers.

Uit die massavergadering zijn hier enkele fragmenten te beluisteren. De bandopname van Van der Vaart duurt ruim twee uur. Ook dat was niet meer dan een fragment, want de vergadering zelf nam volgens sommige bronnen twaalf (!) uur in beslag. Rector Van Wijnbergen had de vergadering op aandrang van studenten bijeengeroepen. Er waren zo’n duizend aanwezigen, merendeels studenten, maar ook enkele hoogleraren, onder wie de rector zelf, en andere personeelsleden. Het onderwerp dat ter discussie stond was tamelijk ingewikkeld en juridisch van karakter (bovendien ogenschijnlijk niet erg spannend): het uitroepen van een universiteitsvergadering voor alle geledingen, met beslissingsbevoegdheid. Een “technische commissie” zou die vergadering moeten voorbereiden, zo luidde een van de voorstellen.

Een meeting van studenten in de aula van de Katholieke UniversiteitEen meeting van studenten in de aula van de Katholieke Universiteit; in het midden professor Duynstee. Foto: Regionaal Archief Nijmegen.

Weinig meisjesstudenten aan het woord

Bij beluistering in 2021 vallen tenminste twee dingen onmiddellijk op. Ten eerste klinken opvallend weinig stemmen van meisjesstudenten. Terwijl zij met tweeduizend in getal toch een behoorlijk omvangrijke groep vormden, hielden zij zich stil. Los van het getal was de universiteit een halve eeuw geleden nog een mannenbolwerk, ook in revolutionaire kringen. Ten tweede verliep de vergadering, ondanks de lengte ervan en ondanks de vermoeidheid die bij menigeen moet hebben toegeslagen, doorgaans erg ordelijk. Men liet elkaar uitpraten en men luisterde naar elkaars argumenten – kom daar nog eens om in een talkshow op televisie in 2021. Slechts een enkele keer, met name wanneer prof. mr. Frans Duynstee, hoogleraar staatsrecht en dé steen des aanstoots voor de radicale studenten, het woord nam, ontstond er rumoer. Voor het overige waren de duizend ter vergadering aanwezigen opvallend stil. Er heerste bovendien een ontspannen sfeer – of is dat bedrieglijk?

Frans Jozef Ferdinand Marie (Frans) Duijnstee (1914-1981)Frans Jozef Ferdinand Marie (Frans) Duijnstee (1914-1981). Foto: Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen / Louis van Paridon.

Fragment 1

Het is hier – en ook bij de andere fragmenten – niet steeds duidelijk wie het woord voert. De (anonieme) voorzitter, die optrad namens de rector, noemt sommigen bij naam, meestal hoogleraren, en bij anderen noemt hij slechts het nummer van de microfoon waarachter de kandidaatspreker heeft postgevat, meestal een student. De eerste spreker in dit fragment is (vermoedelijk) prof. mr. Govaert van den Bergh, hoogleraar romeins recht. Hij wordt gevolgd door prof. dr. Anton Weiler, hoogleraar geschiedenis der middeleeuwen. Hij refereert aan de Eed op de Kaatsbaan in de aanloop naar de Franse Revolutie in 1789. Men discussieerde op niveau. Vervolgens krijgt een student het woord, die een pleidooi houdt voor een radicale democratisering van de universiteit. En tot slot een andere student met een voorstel voor het houden van een faculteitsgewijze discussieweek.

Fragmenten 2 en 3

Studenten wijzen op het belang van de aula als centrale plek van organisatie en gedachtevorming.

Fragment 4

De eerste spreker is (vermoedelijk) prof. dr. Gerard Brenninkmeijer, hoogleraar psychologie. Degene die reageert is rector magnificus Van Wijnbergen. Daarna volgen twee studenten.

Fragment 5

Een student verwoordt een resolutie die ter stemming aan de vergadering wordt voorgelegd. Daarna neemt Frans Duynstee het woord; hij was pas even eerder in de kantine verschenen en ontlokte met zijn interventie het nodige rumoer.

Fragment 6

Na een lange stemprocedure is de resolutie inmiddels aangenomen en de voorzitter wil de eindeloze vergadering sluiten. Jan Bervoets, student Nederlands en een van de ‘bonzen’ van de revolutie, refereert nog even aan de bezetting van het Senaatsbureau eerder op de avond van 19 mei door studenten van de harde lijn, die de massa echter niet meekregen. Op de vraag van de voorzitter, wie wil meehelpen opruimen en schoonmaken, wordt vanuit de zaal de naam ‘Duynstee’ gescandeerd. De aangesprokene geeft echter te kennen andere plannen te hebben. De oproepen en mededelingen van studenten aan het einde illustreren nog eens de ongekende turbulentie van de maanden mei en juni 1969.

Al met al is het gebodene niet altijd gemakkelijke kost, maar het bezorgt de luisteraar wel een historische sensatie: meeluisteren met de revolutie. Hoe anders was de universiteit toen!

Meer weten? Bekijk hier krantenberichten uit deze tijd.

Tekst en selectie geluidsfragmenten en beelden door universiteitshistoricus Jan Brabers.

Auteursrechthebbenden worden vermeld voor zover bekend. De Radboud Universiteit heeft de nodige redelijke inspanningen geleverd om de auteursrechthebbenden van foto's in deze publicatie te identificeren. Neem contact met ons op als u denkt dat hier materiaal is gebruikt zonder voorafgaande toestemming.