Radboud Universiteit
Zoek in de site...

Waarom de universiteit een middeleeuws gebedenboek koopt

Dankzij Radboud Erfgoed kwam de universiteit een uniek vijftiende-eeuws gebedenboek op het spoor. Het handschrift is inmiddels eigendom van de Radboud Universiteit. Hoe koop je zoiets? En vooral: waaróm koop je zoiets? Het team van Radboud Erfgoed geeft een kijkje achter de schermen van acquisitie en collectieopbouw.

Tekst: Bea Ros

‘Is dit de moeite waard of niet?’ Die vraag kreeg Johan Oosterman, hoogleraar Oudere Nederlandse Letterkunde en programmadirecteur Radboud Erfgoed, eind 2019 van antiquaar Robert van der Graven. ‘Ik ken hem al ruim tien jaar en hij vraagt me wel vaker naar mijn oordeel.’

Nu ging het om een Zuid-Nederlands gebedenboek van rond 1500. Eén blik op de bij de mail meegeleverde foto’s was voldoende voor de eerste prikjes opwinding. ‘Ik zag een mooie originele band, prachtige plaatjes, interessante teksten. Daarmee kun je zelfs iemand die de ballen verstand heeft van handschriften overtuigen dat het een goede aankoop is. Dus ik zei tegen hem: interessant boekje, kan ik het eens wat beter bekijken?’

Waarop hij het handschrift, vijfhonderd jaar oud, als DHL-pakketje opgestuurd kreeg. Toen duidelijk werd dat het handschrift écht bijzonder was en wellicht het aanschaffen waard, liet Oosterman het overbrengen naar de kluis van de Universiteitsbibliotheek (UB). Eind 2020 werd de koop bezegeld en is de Radboud Universiteit een bijzonder handschrift rijker.

Gebedenboek MaagdendriesTwee pagina’s uit het gebedenboek uit Maagdendries. Onderaan de linkerpagina vraagt de kopiist van dit boek (die scrijfersse) om een Ave Maria voor haar te bidden. Rechts een afbeelding met de jonge David die het hoofd van Goliath toont aan twee musicerende vrouwen.

Dikke plussen

Bijzonder en fraai is nog geen reden om duizenden euro’s neer te tellen. Waarom zou dit voor ons de moeite waard zijn om aan te kopen? was dan ook de vraag waarover het team van Radboud Erfgoed zich begin 2020 boog. Oosterman was aanvankelijk terughoudend. Hij wilde niet de verdenking op zich laden louter zijn hobby, middeleeuwse handschriften, aan het uitleven te zijn. Conservator Eefje Roodenburg herkent dat wel: ‘Als ik veilingcatalogi doorwerk, blijf ik ook vaak verlekkerd hangen bij Engelse banden. Maar je moet je altijd afvragen: vind ik het zelf leuk of is het zinnig voor onze collectie?‘

Een UB is geen museum, haar collectie staat in dienst van onderwijs en onderzoek. Dat geldt óók voor de Bijzondere Collecties, de verzameling met bijzondere boeken, incunabelen en handschriften. Bij acquisitie draait het dan ook om twee criteria, legt RE-beleidsmedewerker Els Peters uit. ‘Sluit het object aan bij de speerpunten in onze collectie en draagt dit bij aan het onderwijs en onderzoek van deze universiteit?’

Op beide punten scoort het gebedenboek uit het Maastrichtse vrouwenklooster Maagdendries (1352-1795) dikke plussen. Het is een prachtige aanvulling op de collectie handschriften uit vrouwenkloosters in Zuidoost-Nederland, een onderzoekspeerpunt in de collectie. ‘Dit gebedenboek is net weer anders dan de handschriften die we uit klooster Soeterbeeck hebben’, vertelt Oosterman. ‘Dit boek telt relatief veel literair complexe teksten, soms haast grenzend aan mystiek.’ Conservator Chris Dols vult aan: ‘Uit Maagdendries hadden we nog niets. Nu is ons palet breder en kun je ook vergelijkende studies doen.’

Wat het handschrift naast de inhoud de moeite waard maakt, is de fysieke staat: een originele leren band met gave Servaasstempels, later ingeplakte miniaturen en aantekeningen van vroegere bezitters. Dat maakt het tot een dankbaar onderzoeksobject voor de Nijmeegse boekhistorici en handschriftdeskundigen. ‘Wij zijn in Nijmegen gespecialiseerd in dit soort houwtje-touwtje boeken’, vertelt Roodenburg. ‘Een perfect boek zonder eigendomsnotities en gebruikssporen is mooi voor verzamelaars, maar ons hart gaat juist sneller kloppen van eigendomsnotities, kleine foutjes en gebruikssporen. Die vertellen ons heel veel over de boekproductie in de middeleeuwen en de devotie en het gebruik van boeken in vrouwenkloosters.’

Levende collectie

Jarenlang heeft de UB nauwelijks iets aan acquisitie gedaan. Ze rekende het niet tot haar taak of had er geen budget voor. Dankzij het programma Radboud Erfgoed is er nu wel aandacht en budget voor een serieus acquisitiebeleid. ‘In een collectie moet je reliëf aan blijven brengen’, licht Dols toe. ‘Als het onderzoek verandert, moet je in je acquisitie meebewegen, om de collectie voor onderzoekers interessant en levend te houden.’

Het gebedenboek diende zich dus op het juiste moment aan. ‘Vaak werd er niet eens aan Nijmegen gedacht als er iets interessants op de markt kwam’, vertelt Dols. ‘Met deze aankoop profileert de Radboud Universiteit zich als een partij die weer meedoet in collectievorming en acquisitie.’

Iedere UB in Nederland heeft zo haar eigen specialiteiten en speerpunten. De conservatoren houden elkaar op de hoogte als ze iets zien in iemands anders straatje. ‘Als ik bijvoorbeeld rijk geborduurde boekbanden voorbij zie komen, tip ik mijn collega van de UvA’, vertelt Roodenburg.

Natuurlijk had dit gebedenboek uit een Maastrichts vrouwenklooster ook goed gepast in de UB van Maastricht. Dols weet dat zijn collega daar het ook best graag had willen hebben. Maar het toeval wilde dat Nijmegen het als eerste onder ogen kreeg. Hoewel toeval, Dols schrijft het liever toe aan het rijke netwerk van Radboud Erfgoed. ‘Het onderstreept het belang van netwerken. En dat een handelaar bij Johan aanklopt, is natuurlijk te danken aan zijn connaisseurschap.’ Peters vult aan: ‘Dat de antiquaar bereid was het handschrift over te dragen aan de UB, zodat we het beter konden bekijken, getuigt ook van zijn vertrouwen.’

Publiek toegankelijk

Eind januari 2020 bezocht Oosterman een symposium over een middeleeuws handschrift in ’s Heerenberg. Tijdens de lunch liet hij de foto’s van het gebedenboek aan een collega van de Koninklijke Bibliotheek zien. ‘Hij zei: ‘Dat moeten jullie gewoon kopen als het kan, het is een prachtig boekje.’ Later klampte hij me nog even aan en zei hij: ‘Als jullie het niet kopen, dan hebben wij wel belangstelling.’

Het bevestigde Oosterman in de idee iets bijzonders in handen te hebben dat prachtig zou kunnen passen in de Nijmeegse collectie. Zijn collega’s van Radboud Erfgoed vonden dat ook. Roodenburg zei: ‘Laten we dit hele acquisitietraject maar eens doorlopen en kijken of we het voor elkaar krijgen.’

Naast nader onderzoek van het handschrift (is dit inderdaad de aankoop waard?) behelsde dit traject het vinden van financiering. Radboud Erfgoed bracht daartoe zijn fondsenwerving onder bij het Radboud Fonds. Een van de acties was een online informatiebijeenkomst in november 2020 over het gebedenboek; daarmee zijn een paar duizend euro aan particuliere giften binnengehaald. Samen met het eigen budget van Radboud Erfgoed en enkele andere universitaire bijdragen kon in december 2020 de koop gesloten worden.

En zo is dit bijzondere gebedenboek na vele eeuwen eindelijk publiek toegankelijk geworden. Voor het team van Radboud Erfgoed is dat bijna net zo belangrijk als dat Nijmegen een aanwinst rijker is. ‘We willen dat dit soort objecten in een openbare, publieke collectie terechtkomen en zo beschikbaar blijven of komen voor onderwijs en onderzoek. Je wilt niet dat het verdwijnt in een particuliere collectie waar niemand er meer bij kan’, vertelt Roodenburg. Alle UB’s samen proberen dit soort handschriften van de private markt af te houden, met als ongeschreven wet om bij veilingen niet tegen elkaar op te bieden. ‘Als er meer gegadigden zijn, bekijken we bij wie het het beste op zijn plek is. Ik heb liever dat het naar een andere UB gaat dan naar een particulier.’

Het gebedenboek is gedigitaliseerd en daarmee voor iedereen online beschikbaar. In Museum Het Valkhof komt bovendien een mini-expositie, zodat mensen het ook in het echt kunnen bewonderen. Uiteraard kunnen onderzoekers van binnen en buiten de Radboud Universiteit het handschrift in de UB nader bestuderen. En het boek zal zeker een plek krijgen in zijn colleges, belooft Oosterman. ‘Om studenten iets te leren over middeleeuwse handschriften is dit een exemplarisch boek.’

Kloosterbibliotheken

Kloostercollecties vormen een belangrijke kern in de collectie van de Radboud Universiteit, deels ontstaan door de vele schenkingen van kloosters die opgeheven werden en deels door actief aankoopbeleid. Zo is in de jaren zeventig de omvangrijke collectie van de redemptoristen in Wittem aangekocht en in de jaren negentig de collectie van de dominicanen uit het Albertinum. Ook kwam eind jaren negentig de collectie van vrouwenklooster Soeterbeeck onder de hoede van de Radboud Universiteit, toen dit klooster met al haar bezittingen voor het symbolische bedrag van één gulden aan de universiteit werd overgedragen. In het onderzoek ligt de focus op de boekcultuur en devotie in vrouwenkloosters. De collectie van Radboud Erfgoed telt zo’n 150 middeleeuwse handschriften, waarvan ruim zeventig uit vrouwenkloosters als Soeterbeeck en nu dus ook Maagdendries.

Meer weten?