S.A.T. van Holthe-ten Bos (Selby)

Promovendus - Metafysica en filosofische antropologie

S.A.T. van Holthe-ten Bos (Selby)
Bezoekadres

Erasmusplein 1
6525 HT NIJMEGEN

Postadres

Postbus 9103
6500 HD NIJMEGEN

In dit onderzoek staat het werk van Friedrich Hölderlin (1770-1843) centraal. Hölderlin is niet alleen dichter, maar ook filosoof. Ook al lijken zijn gedichten op het eerste gezicht niet een filosofisch fundament te hebben, toch blijkt uit zijn theoretische werk dat hij wel degelijk als dichter in een filosofische traditie staat. Dit is niet verwonderlijk omdat hij tijdens zijn studie op het Stift in Tübingen het werk van verschillende filosofen heeft leren kennen. Hölderlin ontwikkelt een complexe poëtologische en filosofische theorie waarin hij probeert het fundament te vinden voor een poëtisch bewustzijn. Zijn theorie was vooral bedoeld om een gemeenschap van dichters te stichten die op een wetmatige manier zowel de wisselwerking als de vereniging tussen natuur en cultuur kon uitbeelden. In dit onderzoek wordt de volgende vraag gesteld: welke theoretische principes ontwikkelt Hölderlin om de poëtische geest te funderen? Hierbij zullen zijn theoretische teksten tussen 1795 en 1800 centraal staan. Er zal ook ingegaan worden op het gedachtegoed van verschillende tijdgenoten van Hölderlin. Hij reageert namelijk in zijn theoretische werk onder meer op Kant, Jacobi en Fichte. Dit blijkt niet alleen uit de door hem gebruikte terminologie, maar ook uit de vele brieven die hij juist in deze periode heeft geschreven. Er zal onderzocht worden in hoeverre Hölderlin de gedachtegang van zijn filosofische tijdgenoten overneemt en welke nieuwe filosofische elementen hij zelf inbrengt.

Onderzoeksthema
  • De theoretische principes van Hölderlins poëtologie