Zoek in de site...

Paragraaf 4. Beoordeling manuscript door manuscriptcommissie

Artikel 3.14. Instellen manuscriptcommissie

  1. Nadat de promotor en, indien van toepassing, de copromotor is aangewezen, stelt de decaan de manuscriptcommissie in en benoemt de leden.
  2. Bij het samenstellen van de manuscriptcommissie en de benoeming van de leden draagt de decaan er zorg voor dat de manuscriptcommissie op objectieve en deskundige wijze kan beslissen. De decaan neemt het navolgende in acht:
    a. Een manuscriptcommissie bestaat uit drie of vijf leden, inclusief een voorzitter.
    b. De manuscriptcommissie bestaat in meerderheid uit hoogleraren.
    c. Alle leden van de manuscriptcommissie zijn gepromoveerd deskundige, tenzij door de voorzitter van het college voor promoties anders is bepaald.
    d. De voorzitter van de manuscriptcommissie is als hoogleraar bij de Radboud Universiteit benoemd.
    e. Ten minste één lid van de manuscriptcommissie – en bij een samenstelling van vijf ten minste twee leden – is een extern lid.
    f. De manuscriptcommissie kent een evenwichtige en, zo mogelijk, diverse samenstelling.
    g. Leden van het begeleidingsteam komen niet in aanmerking voor benoeming.
  3. Bij het samenstellen van de manuscriptcommissie gaat de decaan, gezien de relaties en belangen van de individuele leden, na of elk van de leden van de manuscriptcommissie individueel in staat moet worden geacht te beslissen zonder ongewenste druk of oneigenlijke beïnvloeding. Een persoon die coauteur is van een artikel dat deel uitmaakt van het manuscript wordt niet benoemd, tenzij het benoemen van die persoon vanwege de deskundige samenstelling van de commissie naar het oordeel van de decaan geboden is en de decaan zich ervan heeft vergewist dat een onafhankelijk oordeel van de manuscriptcommissie met de benoeming van deze persoon niet in het geding is.
  4. De decaan stelt de leden van de manuscriptcommissie schriftelijk in kennis van hun benoeming.
  5. De decaan informeert de promovendus en de promotor over het instellen van de manuscriptcommissie en het benoemen van de leden van die commissie.
  6. De decaan kan de leden van de manuscriptcommissie binnen de kader van dit reglement richtlijnen en aanwijzingen geven. De leden van de manuscriptcommissie verstrekken de decaan de gevraagde inlichtingen.
  7. Indien een lid van de manuscriptcommissie tussentijds als lid uittreedt voorziet de decaan in zijn of haar vervanging. De voorzitter van het college voor promoties wordt geïnformeerd over de vervanging, onder vermelding van de reden van uittreden.

Artikel 3.15. Doorzenden manuscript aan manuscriptcommissie

  1. Nadat de manuscriptcommissie is ingesteld draagt de promovendus er zorg voor dat alle leden van de ingestelde manuscriptcommissie zo spoedig mogelijk een exemplaar van het door de promotor vastgestelde manuscript ontvangen.
  2. Indien de resultaten van het manuscript mede zijn gebaseerd op onderzoeksdata, dan krijgt de manuscriptcommissie in beginsel toegang tot deze onderzoeksdata. In situaties waarin het naar het oordeel van de promotor niet mogelijk is de volledige manuscriptcommissie toegang te geven, krijgt in elk geval de voorzitter van de manuscriptcommissie toegang. Op verzoek van de promotor kan de voorzitter van het college voor promoties in zeer uitzonderlijke gevallen vanwege zwaarwegende redenen besluiten dat ook de voorzitter van de manuscriptcommissie geen toegang krijgt tot de onderzoeksdata.

Artikel 3.16. Besluitvorming manuscriptcommissie (1) – oordeel over manuscript

  1. Uiterlijk vijf weken na ontvangst van het manuscript beslist de manuscriptcommissie over het bewijs van bekwaamheid tot het zelfstandig beoefenen van de wetenschap als bedoeld in artikel 2.3.
  2. De manuscriptcommissie beslist bij meerderheid van stemmen.
  3. Het bewijs van bekwaamheid is geleverd als elk van de navolgende beoordelingscriteria met een voldoende is beoordeeld:
    a. De probleemstelling is helder en scherp geformuleerd.
    b. Uit het manuscript blijkt dat de promovendus kennis heeft genomen van en gewerkt heeft met de principes en methoden van de internationale wetenschapsbeoefening en de theorievorming, methoden en studies van het desbetreffende vakgebied.
    c. De ordening, de analyse en de verwerking van het materiaal is correct.
    d. De gevolgde methode is adequaat gekozen en toegepast.
    e. De resultaten zijn op transparante wijze tot stand gekomen en het researchdata-management is adequaat volgens de in het desbetreffende vakgebied geldende standaard.
    f. Het manuscript draagt bij aan nieuwe inzichten en/of opvattingen binnen het betreffende vakgebied.
    g. Er is sprake van een kritische confrontatie van de eigen conclusies met bestaande inzichten of opvattingen.
    h. De relatie tussen de probleemstelling, het theoretisch kader, de methode, het resultaat, de conclusie en de discussie is helder.
    i. Het manuscript heeft een overzichtelijke opbouw.
    j. Het manuscript heeft een heldere stijl die past binnen het wetenschapsgebied.
    Indien het bewijs van bekwaamheid naar het oordeel van de manuscriptcommissie is geleverd, is het manuscript als proefschrift vastgesteld.
  4. De voorzitter van het college voor promoties kan de in lid 2 bedoelde beoordelingscriteria aanvullen indien het stellen van die aanvullende beoordelingscriteria binnen het betreffende vakgebied door de decaan noodzakelijk wordt geacht. De aanvullende beoordelingscriteria worden in dat geval als bijlage bij dit reglement gevoegd.
  5. Bij de beoordeling wordt door elk lid van de manuscriptcommissie gebruikgemaakt van het beoordelingsformulier in bijlage IV.
  6. De beslissing van de manuscriptcommissie omvat een door de voorzitter van de manuscriptcommissie opgestelde synthese van de beoordelingen van de leden van de commissie.
  7. De ingevulde beoordelingsformulieren worden bij de beslissing aangehecht. In afwijking hiervan kan de voorzitter van de manuscriptcommissie besluiten de ingevulde beoordelingsformulieren niet aan te hechten.
  8. De voorzitter van de manuscriptcommissie stelt de decaan schriftelijk in kennis van de beslissing van de manuscriptcommissie. De decaan stuurt de beslissing na ontvangst door aan de promovendus en de promotor alsmede aan de secretaris van het college voor promoties.

Artikel 3.17. Besluitvorming manuscriptcommissie (2) – advies over instelling cum laude commissie

  1. In aanvulling op het bepaalde in artikel 3.16 adviseert de manuscriptcommissie over het instellen van een cum laude commissie.
  2. Tot het instellen van een cum laude commissie wordt geadviseerd indien het vastgestelde proefschrift naar het oordeel van de manuscriptcommissie behoort tot de beste vijf à tien procent proefschriften binnen het betreffende vakgebied.
  3. De manuscriptcommissie adviseert bij meerderheid van stemmen.
  4. Bij de advisering wordt door elk lid van de manuscriptcommissie gebruikgemaakt van het beoordelingsformulier in bijlage V.
  5. Het advies van de manuscriptcommissie omvat een door de voorzitter van de manuscriptcommissie opgestelde synthese van de beoordelingen van de leden van de commissie.
  6. De ingevulde beoordelingsformulieren worden bij het advies aangehecht. In afwijking hiervan kan de voorzitter van de manuscriptcommissie besluiten de ingevulde beoordelingsformulieren niet aan te hechten.
  7. De voorzitter van de manuscriptcommissie stelt te decaan schriftelijk in kennis van het advies van de manuscriptcommissie. De decaan stuurt het advies na ontvangst door aan de promotor alsmede aan de secretaris van het college voor promoties. Het advies blijft voor de promovendus geheim.

Artikel 3.18. Herkansing

Indien de manuscriptcommissie op grond van artikel 3.16 heeft geoordeeld dat het bewijs van bekwaamheid niet kan worden geleverd, krijgt de promovendus eenmaal de gelegenheid om binnen een door de manuscriptcommissie gestelde termijn aanpassingen in het manuscript door te voeren en om het manuscript, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.12, nogmaals ter beoordeling aan de manuscriptcommissie voor te leggen.