Zoek in de site...

Paragraaf 5. Beoordeling proefschrift cum laude commissie

Artikel 3.19. Instellen cum laude commissie en benoemen leden

  1. Indien de manuscriptcommissie op grond van artikel 3.17 tot het instellen van een cum laude commissie heeft geadviseerd, stelt de decaan zo spoedig mogelijk na ontvangst van het advies een cum laude commissie in en benoemt de leden.
  2. Een cum laude commissie bestaat uit drie leden, inclusief een voorzitter.
  3. Bij de samenstelling van de cum laude commissie en de benoeming van de leden draagt de decaan er zorg voor dat de cum laude commissie op objectieve en deskundige wijze kan beslissen. De decaan neemt het navolgende in acht:
    a. De voorzitter van de manuscriptcommissie is tevens voorzitter van de cum laude commissie;
    b. De leden van de cum laude commissie zijn allen hoogleraar en deskundige op het wetenschapsgebied waarop het proefschrift betrekking heeft.
    c. De twee nog te benoemen leden van de cum laude commissie zijn extern lid.
    d. De cum laude commissie kent een evenwichtige en, zo mogelijk, diverse samenstelling.
    e. Niet voor benoeming in aanmerking komen leden van het begeleidingsteam en, met uitzondering van de voorzitter, leden van de manuscriptcommissie.
  4. Bij het samenstellen van de cum laude commissie gaat de decaan, gezien de relaties en belangen van de individuele leden, na of elk van de leden van de cum laude commissie individueel in staat moet worden geacht te beslissen zonder ongewenste druk of oneigenlijke beïnvloeding. Personen die coauteur zijn van een artikel dat deel uitmaakt van het manuscript worden niet benoemd, tenzij die benoeming vanwege de deskundige samenstelling van de commissie, naar het oordeel van de decaan, strikt noodzakelijk is.
  5. Indien een lid van de cum laude commissie tussentijds als lid uittreedt voorziet de decaan in zijn of haar vervanging. De voorzitter van het college voor promoties wordt geïnformeerd over de vervanging, onder vermelding van de reden van uittreden.

Artikel 3.20. Doorzenden proefschrift aan cum laude commissie

  1. Nadat de cum laude commissie is ingesteld draagt de voorzitter van de manuscriptcommissie er zorg voor dat alle leden van de cum laude commissie zo spoedig mogelijk een exemplaar van het door de manuscriptcommissie vastgestelde proefschrift ontvangen.
  2. Indien de resultaten van het proefschrift mede zijn gebaseerd op onderzoeksdata, dan krijgt de cum laude commissie in beginsel toegang tot deze onderzoeksdata. In situaties waarin het naar het oordeel van de promotor niet mogelijk is om de volledige commissie toegang te geven, krijgt in elk geval de voorzitter van de cum laude commissie toegang. Op verzoek van de promotor kan de voorzitter van het college voor promoties in zeer uitzonderlijke gevallen vanwege zwaarwegende redenen besluiten dat ook de voorzitter van de manuscriptcommissie geen toegang krijgt tot de onderzoeksdata.

Artikel 3.21. Besluitvorming cum laude commissie

  1. De cum laude commissie beslist uiterlijk vijf weken na ontvangst van het proefschrift over de excellente wetenschappelijke kwaliteit van het proefschrift.
  2. Het proefschrift is van excellente wetenschappelijke kwaliteit indien ten minste een van de navolgende beoordelingscriteria als uitzonderlijk hoog en de overige twee criteria als hoog zijn beoordeeld:
    a. de kwaliteit van het onderzoek;
    b. de (potentiële) impact van het werk;
    c. de originaliteit van het werk.
  3. De cum laude commissie beslist bij meerderheid van stemmen.
  4. De voorzitter van het college voor promoties kan de regels in lid 2 en lid 3 aanvullen indien het stellen van (een) aanvullende regel(s) binnen het betreffende vakgebied door de decaan noodzakelijk wordt geacht. De aanvullende regels worden in dat geval als bijlage bij dit reglement gevoegd.
  5. Bij de beoordeling wordt door elk lid van de cum laude commissie gebruikgemaakt van het beoordelingsformulier in bijlage VI.
  6. De beslissing van de cum laude commissie omvat een door de voorzitter van de manuscriptcommissie opgestelde synthese van de beoordelingen van de leden van de commissie.
  7. De ingevulde beoordelingsformulieren worden bij de beslissing aangehecht. In afwijking hiervan kan de voorzitter van de manuscriptcommissie besluiten de ingevulde beoordelingsformulieren niet aan te hechten.
  8. De voorzitter van de cum laude commissie stelt de decaan schriftelijk in kennis van de beslissing van de cum laude commissie. De decaan stuurt de beslissing na ontvangst door aan de secretaris van het college voor promoties. De beslissing blijft voor de promovendus geheim.