Zoek in de site...

Bijlage III. Nadere regels toekenning ius promovendi aan UHD

Bij het toekennen van het ius promovendi aan een universitair hoofddocent gelden de navolgende uitgangspunten, de navolgende procedure en de navolgende criteria voor toekenning:

(1) Uitgangspunten

Bij het toekennen van het ius promovendi aan een universitair hoofddocent gelden de navolgende uitgangspunten:
i. Het college voor promoties verleent het ius promovendi in principe voor onbepaalde tijd aan de betreffende universitair hoofddocent.
ii. Het ius promovendi van de universitair hoofddocent eindigt bij uitdiensttreding.
iii. Het dragen van een toga blijft alleen toegestaan voor hoogleraren.

(2) Procedure

Bij het toekennen van het ius promovendi aan een universitair hoofddocent wordt de navolgende procedure gevolgd:
i. De decaan draagt een universitair hoofddocent voor als kandidaat-promotor aan het college voor promoties, dit gebeurt via de secretaris van het college voor promoties. De voordracht wordt (waar mogelijk) voorafgaand aan de start of uiterlijk in de eerste drie maanden van het promotietraject gedaan. De voordracht van de decaan bestaat uit ten minste:
- een (onderbouwd) positief advies van de hoogleraar aan de Radboud Universiteit uit het betreffende vakgebied (max. 1 A4);
- een (onderbouwd) oordeel van bekwaamheid van de kandidaat-promotor (zie verder bij onderdeel ‘criteria’) (max. 2 A4)
ii. Het college voor promoties bepaalt aan de hand van het ingediende voorstel of de kandidaat-promotor in aanmerking komt voor het ius promovendi.
iii. Het college voor promoties neemt een besluit over de toekenning van het ius promovendi en informeert de betrokkenen over dat besluit.

(3) Criteria voor toewijzing

De decaan onderbouwt de voordracht met bekwaamheidscriteria. Hiermee wordt aangetoond dat de kandidaat (I) een goede onderzoeker én (II) een goede begeleider is. Denk hierbij aan de volgende kenmerken:
i. Kenmerken van een goede onderzoeker op het vakgebied kunnen zijn:
- De kandidaat-promotor zit in een bevorderingstraject tot hoogleraar of tenure track of voldoet aan de hiervoor geldende (disciplinespecifieke) criteria. Dit criterium kan onderbouwd worden door middel van bijvoorbeeld loopbaanafspraken binnen de tenure track.
- De kandidaat-promotor is Principal Investigator/coördinator van een belangrijk(e) grant/project, zoals ERC Consolidator Grant, ERC Advanced Grant, Vici of vergelijkbaar.
- De kandidaat-promotor heeft aansprekende en goed geciteerde publicaties in het vakgebied gepubliceerd.
ii. Kenmerken van een goede begeleider op het vakgebied kunnen zijn:
- De kandidaat-promotor is een aantal keer succesvol copromotor geweest. Het aantal kan wisselen per discipline, faculteit en universiteit.
- De promoties waar kandidaat-promotor als copromotor bij betrokken was, zijn volgens planning afgerond.
- Uit R&O-gesprekken blijkt dat promotores de afgeronde begeleiding van de kandidaat-promotor als copromotor als goed hebben beoordeeld.