Ontwerpprincipe 4: ruimte voor gevoelsreflectie

Reflectie op emotie d.m.v. ‘smileys’

In de lessen geschiedenis hebben we geëxperimenteerd met ‘smileys’ om op die manier in gesprek te kunnen gaan met leerlingen over hun “modus”. Het idee was simpel: bij binnenkomst in het lokaal konden leerlingen aangeven met welke modus (gevoel, emotie) ze het lokaal binnenkwamen. Dit kondenBijlage gevoelsrefelctie leerlingen doen door op een whiteboard achter een smiley een streepje te zetten. De leerlingen hadden drie keuzes: een blije smiley, een normale smiley, en een verdrietige smiley. Uiteraard kun je hier als docent zelf mee experimenteren of in variëren. Vervolgens voerde de docent een (kort) gesprek met de leerlingen over hun modus. Denk daarbij aan vragen als: Waarom voelen jullie je zo? Wat is er gebeurd? En bij weerstand: Wat hebben jullie nodig om aan de slag te kunnen gaan deze les?

Dit gaf de docent informatie over de modus van de leerlingen, en het maakt het voor de docent makkelijker om zich te verplaatsen in de leerlingen en (indien nodig) rekening te houden met hun gevoelens. Zeker bij weerstand is het namelijk belangrijk om te luisteren naar je leerlingen! Daarnaast biedt het ook een kans om leerlingen te laten reflecteren op hun eigen modus en hoe daar mee om te gaan. Als er bijvoorbeeld weerstand is bij je leerlingen kun je als docent eerst luisteren, maar vervolgens ook de vraag stellen aan leerlingen hoe zij ondanks hun modus zichzelf toch zouden kunnen motiveren om aan de slag te gaan. Daar kan je als docent op het einde van de les vervolgens weer op terugkomen, en leerlingen bijvoorbeeld erop wijzen dat het hen is gelukt om een goede les te draaien, ondanks hun aanvankelijke weerstand, en bespreken hoe zij dat hebben gedaan. Daardoor leren leerlingen hun eigen emoties beter reguleren en leren zij hoe zij zichzelf in een “leerstand” kunnen zetten.