Zoek in de site...

Postacademische cursus Nederlandse taalkunde / taalbeheersing

Deelnemers ontvangen voorafgaand aan elke bijeenkomst een mail met de fysieke locatie en een Zoomlink. In sommige gevallen komt deze mail terecht in de spambox. Heb je de mail op de dag van de bijeenkomst nog niet ontvangen, neem dan contact op via pucofsociety@let.ru.nl.

In het najaar van 2022 organiseert de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit Nijmegen in samenwerking met Pre-University College of Society van de Faculteit der Letteren voor het eerst een postacademische cursus taalkunde en taalbeheersing.

In deze cursus - bedoeld voor neerlandici, leraren Nederlands (binnen en buiten het Nederlands taalgebied*), alumni en andere belangstellenden - vertellen onderzoekers van de Radboud Universiteit aan de hand van hun eigen onderzoek over recente inhoudelijke en methodologische ontwikkelingen op het gebied van taalkunde en taalbeheersing in het algemeen.

De cursus wordt in een collegezaal op de campus van de universiteit gegeven. Je kunt er echter ook voor kiezen de cursus online te volgen. Op het aanmeldformulier kun je aangeven van welke mogelijkheid je gebruik wenst te maken.

Het programma bestaat uit acht bijeenkomsten in de periode van 1 september tot en met 8 december 2022. Alle colleges vinden plaats op donderdagavond van 19.00 tot ± 20.45 uur. Omstreeks 19.50 uur is er een pauze van 20 minuten.

Programma

Meer informatie

Voor alle avonden geldt:

Aanvang: 19.00 uur
Einde: 20.45 uur (ongeveer)
Omstreeks 19.50 uur is er een pauze van 20 minuten

De kosten voor de deelname aan de cursus bedragen € 75,-. Voor docenten buiten het Nederlands taalgebied is deelname gratis. Het is niet mogelijk voor afzonderlijke colleges in te schrijven. De bijeenkomsten worden niet opgenomen en kunnen niet op een later moment worden bekeken. Na afloop van de cursus ontvang je een (digitaal) certificaat van deelname.

Aanmelden

De inschrijving is gesloten. Aanmelden is niet meer mogelijk.

Organisatie en inlichtingen

Organisator: Marten van der Meulen, Nederlandse Taal en Cultuur

Bij vragen kun je contact opnemen met:
Joyce Wanten
Radboud Pre-University College of Society
tel. 024-3616088
pucofsociety@let.ru.nl

Abstracts colleges

Het mysterie van je moedertaal - Paula Fikkert

Taal is voor de meesten van ons zo vanzelfsprekend dat we er nauwelijks bij stil staan. Maar hoe we onze moedertaal geleerd hebben, kunnen we ons niet herinneren. Als we (klein)kinderen horen praten horen we soms wel dat ze dingen zeggen die we grappig, bijzonder of verrassend vinden, maar voor we het door hebben zijn het al goede moedertaalsprekers. Toch is het nog grotendeels een mysterie hoe kinderen hun moedertaal leren. In het Baby and Child Research Center doen we o.a. onderzoek naar taalverwerving bij kinderen die hun taal ogenschijnlijk moeiteloos verwerven en bij kinderen die daar meer moeite mee hebben.

Wist u dat kinderen al naar taal luisteren voordat ze geboren zijn en dat er in dat brein al heel hard gewerkt wordt om het taalsysteem te doorgronden voordat kinderen hun eerste woordje zeggen? Maar ook in de jaren erna wordt er nog flink wat bijgeleerd. Tijdens deze lezing krijgt u een inkijkje in de wereld achter het taalverwervingsonderzoek: wat zijn de mijlpalen in de taalontwikkeling, hoe onderzoeken we dat, en wat zijn de laatste ontwikkelingen.

De canon van taaladvies - Marten van der Meulen

Groter dan, niet groter als. Een heel dure auto, niet een hele dure auto. Het boek dat, niet het boek wat. Vrijwel iedere spreker van het Nederlands is bekend met deze en vele andere taaladviesregels. We leren over deze regels in het onderwijs, en we vinden ze in zogenaamde taaladviesboeken. Sommige van die boeken zijn behoorlijk bekend, zoals Jan Renkema's Schrijfwijzer of het klassieke Is dat goed Nederlands? van Charivarius. Maar er zijn er nog tientallen meer. Allemaal bevatten ze honderden uitspraken over een enorme verzameling aan verschillende taalregels.
Maar hoe werken deze regels eigenlijk? Blijven ze hetzelfde, of veranderen ze naarmate de tijd verstrijkt? Komen er nieuwe regels, verdwijnen sommige ook? Hoe verhouden ze zich eigenlijk tot het daadwerkelijke taalgebruik van sprekers en schrijvers van het Nederlands: verandert de regel als de taal verandert, of raakt de regel losgezongen van de werkelijkheid? En misschien het belangrijkst: hebben al die boekjes en al die regels eigenlijk een effect op taalgebruik, of trekken mensen zich er eigenlijk niks van aan?
In dit college ga ik op al deze vragen in, aan de hand van mijn onlangs afgeronde promotieonderzoek naar de relatie tussen grammaticale taalregels en taalwerkelijkheid. Ik maak daarbij gebruik van een verzameling van meer dan 5000 taaladviesuitspraken uit meer dan 100 taaladviesboeken die verschenen tussen 1900 en 2016. Naast de resultaten die ik presenteer, behandel ik ook uitgebreid de verschillende methodes die ik heb gebruikt om deze vragen te beantwoorden.

Overtuigende taal - Hans Hoeken

Artsen, politici, reclamemakers; ze communiceren allemaal om de opinies en het gedrag van hun publiek te beïnvloeden. Sinds de klassieke oudheid hebben mensen zich het hoofd gebroken over de vraag of bepaalde communicatiestrategieën daarbij effectiever zijn dan andere. Kun je beter een verhaal vertellen of een betoog houden? En als je kiest voor het betoog, is het dan handiger om je conclusie expliciet te trekken of juist impliciet te laten? Maakt een metafoor je betoog sterker? En is een levendige boodschap overtuigender dan een meer droge versie?
In de afgelopen 80 jaar is er veel empirisch onderzoek gedaan naar deze vragen. Zoveel, dat het mogelijk is om – voorzichtige - antwoorden te formuleren in de trant van: Is er een verschil in overtuigingskracht tussen de keuzealternatieven? Zo ja, hoe groot is dat verschil? En hoe consistent? In mijn bijdrage zal ik een overzicht geven van wat we daarover weten. Maar ook ingaan op de vraag onder welke omstandigheden die keuzes niet of nauwelijks invloed hebben op de opinies en gedragingen van mensen. Want communicatie is zeker geen wondermiddel waarmee je om het even wie van om het even wat kunt overtuigen.

Methode: krantenlezen voor gevorderden - dr. Cefas van Rossem en dr. Roland de Bonth

Kranten vormen een bijzonder interessante bron voor taalkundig, letterkundig en historisch onderzoek. Al vanaf de zeventiende eeuw worden er in de Lage Landen kranten gedrukt waarin de lezers kennis konden nemen van bijvoorbeeld staatsbezoeken in Den Haag en van veldslagen en vredesonderhandelingen tijdens de vele oorlogen die er in Europa woedden. Ook konden zij daarin lezen over verloren ringen, weggelopen honden en pas verschenen boeken.

De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft de afgelopen jaren ruim twee miljoen kranten van de 17e tot en met de 21e eeuw gescand en deze foto’s via de website Delpher.nl gratis beschikbaar gemaakt voor iedereen die daar belang in stelt. Samen bevatten deze kranten een schat aan gegevens voor lesideeën, werkstukken en profielwerkstukken. Belangrijk is wel dat je moet weten wat je precies wilt onderzoeken, hoe je dat kunt onderzoeken en hoe je moet zoeken.

Cefas van Rossem, Teacher in Residence aan de Radboud Universiteit en docent Nederlands aan het Olympus College in Arnhem, zal aan de hand van enkele voorbeelden laten zien hoe leerlingen de mogelijkheden van Delpher kunnen benutten voor een (profiel)werkstuk over taalkunde, in de breedste zin.

Roland de Bonth, onderzoeker bij het Instituut voor de Nederlandse Taal en daarvoor twintig jaar docent Nederlands in het voortgezet onderwijs, zal aan de hand van het recent verschenen Couranten Corpus – een grote verzameling handmatig overgetypte zeventiende-eeuwse kranten – met behulp van enkele voorbeelden uitleggen hoe deze applicatie werkt en wat voor onderzoek je met dit corpus kunt uitvoeren.

De invloed van taal op morele beslissingen - Susanne Brouwer

In deze lezing staat wetenschappelijk onderzoek naar de invloed van taal op morele beslissingen centraal. Verschillende methodologieën en onderzoeksresultaten komen aan bod. 
Mensen maken duizenden beslissingen per dag. Die beslissingen kunnen kleine of grote gevolgen hebben. Bijvoorbeeld, snijdt u wel eens iemand af in het verkeer? Of, zou u uw zitplaats opgeven voor een oudere dame in de bus? Dit soort morele dilemma’s roepen onmiddellijk gevoelens en oordelen op. Morele dilemma's spelen in veel werkvelden zoals in de politiek, de gezondheidssector of bij defensie een belangrijke rol. De regering heeft bijvoorbeeld in de pandemie regelmatig morele beslissingen moeten nemen. Het is belangrijk te realiseren dat deze beslissingen anders kunnen uitpakken als regeringsleiders met hun directe collega’s in hun moedertaal debatteren dan als ze dit op internationaal niveau doen in een vreemde taal.
Aan de hand van drie wetenschappelijke studies laat ik zien dat de taal en het accent waarin morele dilemma’s worden voorgelegd, morele beslissingen kunnen veranderen. Die bevindingen zijn aangetoond met behulp van gedragstaken en de eye-tracking techniek.

De metaforen van corona - Gudrun Reijnierse

‘Dit virus is als een mammoettanker’, ‘De hamer waarmee we het virus moeten platslaan, moet groot genoeg zijn om dat nu ook echt te bereiken’, ‘Jongeren die hun sociale leven nog langer in de pauzestand moeten zetten’.

Tijdens de pandemie gebruikten politici en journalisten nogal wat beeldspraak om hun publiek te informeren over het nieuwe coronavirus en/of om hen te overtuigen zich aan de coronamaatregelen te houden of zich te laten vaccineren. In theorie zijn metaforen een uitermate geschikt talig middel voor het informeren en overtuigen van ontvangers, maar de praktijk blijkt soms weerbarstiger. De manier waarop ontvangers metaforen interpreteren komt namelijk lang niet altijd overeen met de boodschap die de zender ermee voor ogen had. Hierdoor kan miscommunicatie ontstaan. Ook kan weerstand tegen het gebruik van een specifieke metafoor optreden, waardoor een boodschap het tegenovergestelde effect sorteert en niet of in tegengestelde richting overtuigt. En wellicht herinnert u zich de uitzending van Even tot hier nog waarin Niels van der Laan en Jeroen Woe enigszins moedeloos vaststellen dat zij ‘door al die metaforen het virus niet meer [zien]’.*

In deze lezing ga ik in op de taal van de coronacrisis om te laten zien hoe, wanneer en voor wie metafoorgebruik een effectieve manier van communicatie kan zijn. Aan de hand van analyses van politieke en journalistieke communicatie over de pandemie laat ik zien wat voor soort metaforen voorkwamen in de coronapersconferenties en of/hoe die metaforen ook terugkomen in de media. Ook ga ik in op publiekspercepties: hoe reageren ontvangers op coronametaforen? Hoewel ik mij primair op de Nederlandse context richt, zal ik – gegeven het mondiale karakter van de coronacrisis – ook enige aandacht besteden aan metafoorgebruik in buitenlandse contexten.

* https://youtu.be/EGTNM3xB2g4

Digi-taal: K@n De J€UgD niettt MeEr $grIJvuh?! Over sociale media en taalgebruik - Lieke Verheijen

Al decennia vrezen mensen voor een teloorgang van de Nederlandse taal door het gebruik van sociale media – van sms’jes, via MSN chat en Twitter tot WhatsApp. Dit sentiment lijkt vooral te heersen onder oudere generaties. Een concrete angst is tegenwoordig dat het veelvuldige gebruik van sociale media als WhatsApp, Instagram en Snapchat het schriftelijke taalgebruik van de jeugd zou doen verloederen. In deze lezing vertel ik over mijn onderzoek naar het informele online taalgebruik (de zogenoemde ‘digi-taal’) van Nederlandse jongeren en de mogelijke invloed daarvan op hun schrijfvaardigheid in een schoolse context. Aan dit onderzoek hebben honderden jongeren van verschillende leeftijden en opleidingsniveaus deelgenomen en zijn duizenden woorden aan socialemediateksten geanalyseerd. Leidt chatten en whatsappen inderdaad tot slechtere schrijfvaardigheid of slechtere spelling? Kunnen we überhaupt spreken van ‘taalverloedering’ vanwege online communicatie? Of hoeven we niet te vrezen voor de toekomst van onze Nederlandse taal?

Methode: Komt een gesprek bij de dokter - Wyke Stommel

Je kent dat wel, je hebt een doktersbezoek gehad en als je buiten staat, vraag je je af: wat gebeurde er nou eigenlijk in die spreekkamer? In deze lezing laat ik zien hoe gesprekswetenschappers onderzoek doen naar wat er in die spreekkamer gebeurt op basis van video-opnamen en uitgeschreven stukjes gesprek. Ik neem het publiek mee in het observeren van taal en gedrag, van moment tot moment in het gesprek. We evalueren niet wat er gebeurt, maar proberen heel precies te beschrijven wat de dokter en patiënt doen met wat ze zeggen, beurt voor beurt. Zo krijgen we veel nauwkeuriger inzichten in de communicatie dan wanneer we artsen en patiënten na afloop van een gesprek een aantal vragen stellen. In deze lezing licht ik ook toe hoe dit type onderzoek naar arts-patiëntcommunicatie wordt opgezet, wat de uitdagingen zijn en wat er mis kan gaan, en waar alle tekentjes in transcripten voor nodig zijn. Tot slot illustreer ik hoe ogenschijnlijke toevalligheden, zoals een oudere patiënt die met partner en volwassen zoon bij het digitale consult aantreedt, totaal nieuwe inzichten in communicatie kunnen opleveren. Deze lezing is interactief; publiek met een scherp oog is van harte welkom.