Zoek in de site...

Een talenstudie, dat is toch alleen maar grammatica en vocabulaire?!

Door: Florentine Krijnen

Stiekem moet ik een beetje lachen. Met mijn kennis van nu is bovenstaande uitspraak uiterst naïef, maar gelijktijdig geen vreemde voor een leerling in het voortgezet onderwijs. Want wat is tastbaar als je een vreemde taal leert op de middelbare school? Juist, de grammatica en het vocabulaire. Duidelijk leerwerk, sterk meetbare resultaten; het is goed of het is fout. Inzet leidt rechtstreeks tot resultaat. Vaak mooie cijfers voor de woordjes, want stampen, dat kan de gemiddelde vwo-er wel. Grammatica uit zich veelal in invuloefeningen; wie de regels snapt, komt daar ook wel uit. Veel minder tastbaar is wat de docent vertelt over het Franse déjeuner, dat zo anders is dan onze bruine boterhammen met kaas in een bescheiden broodtrommel. Of dat gedicht waarvan de docent vol enthousiasme roept dat de metaforen zo raak zijn en die alliteratie zo lekker over de tong rolt in het Frans. Of denk aan die spreekoefening waarbij je het gevoel hebt in herhaling te vallen (moet ik nu alwéér mijn slaapkamer omschrijven?!) en nóg mis je telkens woorden om te zeggen wat je bedoelt. En dan nog de te lezen boeken, zelfs als je van lezen houdt is het niet tof dat de docent bedacht heeft dat jij deze roman een meesterstuk moet vinden...

Het is heus wel vermakelijk, de docent is zichtbaar enthousiast, en zodra je hem of haar wel mag, kun je je met de lesstof ook best een paar uur per week amuseren. Maar die taal dan vervolgens studeren?! De héle dag bezig zijn met de Franse les? Hoeveel plezier je wellicht ook beleeft in de betreffende les, uiteindelijk is de bel die het einde inluidt toch het leukste onderdeel.

Elf jaar geleden stond ik zelf op het punt een studie te kiezen. Ik was negentien en had net een jaar in Parijs doorgebracht, onder andere als au pair, en daarmee in ieder geval één van mijn dromen waargemaakt: op hoog niveau Frans leren spreken. De reeds aanwezige liefde voor de taal was daarmee alleen maar gegroeid, dus leek het me toch wel wenselijk het Frans op een bepaalde manier terug te laten komen in mijn studie. "Gewoon alleen maar Frans studeren" kwam nog niet in me op. Ondertussen had ik ook een vooropleiding voor het conservatorium op zak. Was het niet logisch daar in verder te gaan?

Het ratio/gevoel-dilemma waar we allemaal bekend mee zijn overviel me. Het is best eng om je hart te volgen. Zeker wanneer je hiermee indruist tegen verwachtingen. Iets gaan doen omdat je het simpelweg het allermooiste vindt dat er is, voelt toch een beetje vreemd wanneer het een serieuze aangelegenheid als je studiekeuze betreft. Dat moet toch voornamelijk verstandig zijn en eindeloos perspectief bieden? Natuurlijk is het aan te raden verstandig te kiezen. Maar verstandig zou zijn om iets te doen waar je blij van wordt, energie van krijgt en nieuwsgierig van raakt, bent en blijft. En dan komt daarna het moeilijkste onderdeel: erop vertrouwen dat je via deze weg terecht komt op jóuw plek. De wereld ligt aan je voeten, wanneer je een academische opleiding hebt afgerond. Een universitaire opleiding volbrengen zegt iets over je capaciteiten. En laat het allemaal nou veel beter te behappen en vol te houden zijn wanneer je iets doet waar je daadwerkelijk gelukkig van wordt. Kiezen waar je blij van wordt, dát is pas verstandig!

Je passie achterna dus. Makkelijker gezegd dan gedaan, want hoewel het me machtig leek om het Frans tot in de puntjes te kunnen beheersen, leek de studie me wat eenzijdig. En dan die vakken waar je niet onderuit kwam... literatuur bijvoorbeeld?! Dat had toch een beetje een stoffig karakter. En vloeiend Frans leren spreken, dat kon ik toch ook wel leren in een cursus toch?

Het schoolvak Frans is níet de studie Frans!

Eén van de eerste dingen die ik als student aan de universiteit ontdekte, was de wereld die voor me openging toen ik colleges Letterkunde kreeg. Zo kon je literatuur dus ook beleven, of nee, zó moest je literatuur beleven. Ik hing aan de lippen van mijn docent toen hij me vertelde over de bevlogenheid van een auteur als Flaubert die zijn woorden schreeuwde om te horen of het wel de juiste woorden waren. En L’albatros van Baudelaire zal altijd een bijzonder plekje hebben dankzij de uitgebreide analyse die we er samen op los lieten. Grammatica en vocabulaire kun je inderdaad ook ergens anders leren. Nog steeds niet zo goed als hier, daar ben ik van overtuigd, maar het kan. De finesses van de taal daarentegen, de rijkdom van een taal wanneer je deze in haar totaliteit bestudeert, gelet de taalkundige ontwikkeling, de geschiedenis en de sociaal-maatschappelijke contexten die de verhalen van zijn tijd kleuren; die leer je niet ergens anders.

Kiezen voor je passie, voor hetgeen waar je blij van wordt, daar is lef voor nodig. Maar man, wat voelt dat lekker! Ik herinner me de talloze feestjes in mijn studententijd en de immer gestelde vraag in contact met vele nieuwe mensen: ‘wat studeer je?’. Ik heb heel wat verbaasde blikken gekregen, de eeuwige clichés van ieders ervaringen met het schoolvak aangehoord, maar altijd heb ik volmondig, glunderend van trots geantwoord “Ik studeer Frans!”. Dát was mijn weg, en de enige juiste voor mij. Ik gun iedere leerling met hetzelfde plezier in taal, het lef om te zeggen: ik ga ervoor, want ik ga veel meer leren dan grammatica en vocabulaire!