Zoek in de site...

Intrinsiek gedreven docenten!

Door: Florentine Krijnen

Het is vandaag 30 januari 2020 en een groot deel van het Nederlandse onderwijs personeel staakt. Ik niet, want op donderdag werk ik als Teacher in Residence aan de Radboud Universiteit. Overigens gedetacheerd vanuit het voortgezet onderwijs, maar ik zie deze dag als een totaal andere dan mijn dagen voor de klas. Dus staak ik vandaag niet, maar doe ik wat ik op donderdagen doe; een brug bouwen tussen het voortgezet onderwijs en het wetenschappelijk onderwijs.

De staking vandaag betreft onder andere de werkdruk in het primair en voortgezet onderwijs. Werkdruk waar ik als docente Frans last van heb, maar met mij ook mijn collega’s in de Erasmustoren in Nijmegen, zo ondervond ik de afgelopen maanden. Ook dit is in feite niets nieuws. Al in september 2018 vond bijvoorbeeld de ‘Mars voor het Onderwijs’ plaats, een protest van docenten uit het wetenschappelijk onderwijs, onder de naam WOinActie . Ruim een jaar later zijn de berichten nog niet veel hoopgevender. Twee derde van de universiteitsmedewerkers ervaart een hoge tot zeer hoge werkdruk. Onderzoek doen en daarnaast lesgeven, een stevige prestatiedruk, vele tijdelijke contracten en het voortdurend herinrichten van het onderwijs om het betaalbaar te kunnen houden.  Ik zie het hier gebeuren, als semi buitenstaander op een missie.

Mijn werkdruk hier in de Erasmustoren is wezenlijk anders dan de werkdruk die ik op mijn dagen als docente Frans ervaar. Als Teacher in Residence voer ik vooral zélf de druk op. Ik zit hier omdat ik stellig overtuigd ben van de schoonheid van mijn vak én van de toekomst van mijn vak. Het belang van deze talenstudie, en nog breder die van de geesteswetenschappen in het algemeen, voel ik haast in iedere vezel en niets liever zou ik willen dan die boodschap overbrengen, op wie het maar horen wil. Toch word ik er wekelijks aan herinnerd dat het langetermijndoelen zijn. Dat ik geduldig moet zijn, iets dat ik van nature niet zozeer ben. Ik wil altijd door, méér, vooruit. Ook hier! Maar gelijktijdig gaat het om veranderingen die tijd kosten. Die langzaam in werking gezet moeten worden, om na vele kleine geplante zaadjes uiteindelijk uit te kunnen bloeien tot een zichtbaar resultaat.

Het voortgezet onderwijs is vele malen gehaaster. We werken vrijwel voortdurend voor de korte termijn. Op zondag bereid ik de les voor die ik maandag sta te geven. Met dertig leerlingen voor je neus krijg je meteen feedback op wat je doet. Indirect vaak: stappen ze in? Doen ze mee? Letten ze op? Zie ik vermoeide, verveelde blikken of heb ik de lachers op mijn hand en fietsen we samen vrolijk door de lesstof? Leerlingen spiegelen mij voortdurend. En of mijn les nou tot in detail is uitgedacht en uitgewerkt, voldoende activerend, uitdagend en boeiend, of juist last minute in elkaar gedraaid en verplichte, in hun beleving wellicht saaie kost bevat, ik sta er ook altijd als méns. Zij zien mij jongleren met alle ballen die ik hoog te houden heb: “Nee, het SO heb ik nog niet nagekeken. Ik had een druk weekend.” Een druk weekend? Ik had wéékend! Ik had al vijf dagen gewerkt, dus recht op weekend! Maar zo werkt het negen van de tien keer niet. Want zíj werken hard voor jou, dus wil je hard werken belonen. Het goede voorbeeld geven, want vergeet die voorbeeldfunctie niet die we hebben. We laten hen zien dat we menselijk zijn, doordat we de verkeerde bladzijde uit het boek kopiëren, een mail met een verzoek van een leerling over het hoofd zien, eten tijdens de les omdat de pauze pardoes verloren ging aan een mentorgesprek. Maar gelijktijdig is de verwachting er wel; dat we er staan, scherp zijn, goed voorbereid, op tijd, met de kersverse resultaten van hun laatste toets, en het liefst ook nog een beetje interessante lesinhoud. En dus antwoord ik: “Ik zal vanavond het SO wel nakijken”. Inderdaad, op die vrije avond na een volle lesdag.

Het VO is vaak korte termijn handelen, want als mijn les vandaag slecht gaat, wil ik hem morgen anders. Omdat ik het beste uit mezelf wil halen en mijn leerlingen het beste onderwijs wil geven. Tijd om het te ontwikkelen, om mijn les van morgen beter te maken dan die van vandaag, is er echter haast niet, in de roes van alledag. We worden geleefd. Dagelijks tussen een duizendtal pubers met bijbehorend kabaal en bijbehorende perikelen. Jongeren die wij willen helpen vormen, groeien, ontwikkelen tot zelfstandige individuen, met wat wij kunnen met ons vak, en met wie wij zijn, als mens.

Als Teacher in Residence mág ik ontwikkelen. Met het team van TiR’s praten wij op metaniveau over het talen- en cultuuronderwijs; een bezigheid waar in de dagelijkse lespraktijk nauwelijks ruimte voor is. Onze doelen betreffen de aansluiting tussen het VO en het WO, het promoten van de talenstudies en het verdiepen van de lesinhoud op de middelbare school, dankzij de expertise in het hoger onderwijs. Een expertise die onder druk staat, zoals wij in het VO eveneens onder druk staan. Want korte termijn, of lange termijn, we hebben een immens grote taak te vervullen en we werken allemaal in het onderwijs omdat we niets liever willen dan die taak zo goed mogelijk te volbrengen, voor de wereld van morgen en de kinderen van vandaag. Dát is geen werkdruk, dat is intrinsieke motivatie. De reden dat we dit vak ooit kozen. Want waar je ook doceert, je bent docent en dat betekent in haast alle gevallen: intrinsiek gedreven!