Zoek in de site...

Liberté d’expression, geen vanzelfsprekendheid

Door: Florentine Krijnen

Het leek zo’n open deur, zo’n uitgekauwd onderwerp, ik dacht echt de zoveelste te zijn die bij mijn 5vwo klas aan zou komen met ‘vrijheid van meningsuiting’ als thema van de les. Ik stak het in een Frans jasje, om er zowel een vakinhoudelijke draai aan te geven, als nog enigszins onderscheidend te zijn. Ik had verwacht dat ik, als docent Frans niet bijzonder onderlegd in dit maatschappelijke thema, een herhaling van zetten aan zou bieden met een redelijk ‘oppervlakkige’ benadering. Want laten we wel wezen, zo goed zit ik nou ook weer niet in de grondwet. Het zou wellicht tot verzuchting of verveling leiden bij de leerlingen, maar ik vond dat ik vandaag, maandag 2 november 2020, geen keuze had.

Waarom precies vandaag? Omdat de minister van onderwijs ons dat verzocht. Ons, docenten in het voortgezet onderwijs. Ruim tien jaar sta ik intussen voor de klas en in die tien jaar heb ik nooit eerder meegemaakt dat het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een rechtstreekse oproep doet aan onze beroepsgroep. De gewelddadige moord op Samuel Paty was een reden voor de minister een dergelijk verzoek te verspreiden. Ik ben docent Frans, dit betreft “mijn” land, het betreft mijn vak, dus beantwoord ik aan dit verzoek. Laat ik me dan de les lezen door de minister? Nee, ik neem mijn verantwoordelijkheid, als onderwijzer en als mens. Het onderwijs is naast mijn vakinhoud, ook een stuk opvoeden, en burgerschap leert men bij meer vakken dan alleen maatschappijleer.

Ik besteedde dus vrijwel mijn hele zondag aan het inlezen op het onderwerp, het doorspitten van de kranten van de afgelopen twee weken en ik ging op internet op zoek naar authentiek materiaal. Je bent en blijft een docent, dus dat wat je doet, wil je kunnen koppelen aan de vakspecifieke vaardigheden en diens eindtermen. Er bleek een enorme bron om uit te putten en ik zocht naar raakvlakken met de belevingswereld van mijn leerlingen, pubers op een ietwat geprivilegieerde school in het oosten van het land. Binnen een paar muisklikken vond ik de link tussen vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en de kracht van sociale media. En dan doel ik met name op de negatieve bijeffecten van deze netwerken: de onverschrokkenheid waarmee haat verspreid kan worden, anoniem en grenzeloos. Wanneer is iets nog vrijheid van meningsuiting en wanneer spreken we daadwerkelijk van haatzaaien? Een interessant vraagstuk onder leerlingen die dagelijks op sociale media ervaren hoe laag de drempel is om overal iets van te vinden, om alles maar te kunnen zeggen en delen, en die links en rechts zo hun eigen verhalen hebben of kennen van hoe schadelijk deze netwerken kunnen zijn. In een item van TV5Monde over “la haine sur les réseaux”, zagen wij dat sociale media voorafgaand aan de moord op Samuel Paty een sterke rol hebben gespeeld.

Hoezeer ik de aanwezige voorkennis van mijn leerlingen overschat had, bleek meteen toen ik hen een video liet zien, waarin in het Frans aan de 6-jarige Nathanaël wordt uitgelegd wat dat nou eigenlijk is: “la liberté d’expression”. Waarom persvrijheid nodig is, waarom een democratie werkt bij de gratie van vrijheid van meningsuiting en dat er heel veel landen zijn die dit kostbare bezit niet hebben. Het waren geen vanzelfsprekendheden voor de leerlingen, terwijl ze hun grondrecht van vrijheid van meningsuiting wél als vanzelfsprekend beschouwen. Als je er nooit voor hebt hoeven strijden en het ook nooit onder vuur ligt, nemen we het blijkbaar aan als een gegeven, zonder ons te beseffen hoe waardevol het is. Kortom: dit gesprek moest gevoerd worden!

Want wanneer ik praat over onthoofding, denk ik aan de Franse Revolutie, de overuren en het schouwspel van de guillotine op het huidige Place de la Concorde. Niet aan een docent die anno 2020 uitlegt wat liberté d’expression is; un droit fondamental, oftewel, een grondrecht. Liberté, égalité, fraternité; het motto van de Fransen, dat nog dagelijks wordt nagestreefd en nageleefd, stamt nota bene uit deze zelfde periode. Het is niet dus vreemd dat het uitgerekend Frankrijk beroert, dat zij geraakt wordt in en óm het fundament van haar samenleving.

Terug naar Samuel Paty, de docent die is getroffen, hetgeen de vraag oproept of het docentschap kwetsbaar is. Het is in ieder geval een beroep dat in grote mate bijdraagt aan de vorming van ideeën; wij bieden kennisoverdracht en geven kinderen middelen om zich te verhouden tot de wereld om hen heen. Oordeelsvorming is een voorbeeld daarvan. En het vormen en onderbouwen van een goed oordeel, is iets dat je moet leren. Onderschat het voorbeeld van de docent daarin niet. Die moet voorleven en spiegelen, en daarnaast de voorwaarden scheppen om in veiligheid en vertrouwen óók gevoelige onderwerpen bespreekbaar te maken. Dat is soms een beste klus, maar wel een hele mooie, en soms zelfs bepalende taak. Niet voor niets werd tijdens het nationaal eerbetoon aan Paty de brief voorgelezen die Nobelprijswinnaar Albert Camus in 1957 aan zijn eerste schoolmeester opdroeg. De kracht van een goede leraar is groot.

Ter verwerking van deze onverwachte, maar zeer relevante lesstof, waar we maar liefst drie lesuren aan besteedden, vroeg ik mijn leerlingen om zelf een brief te schrijven, aan een leraar die hen geraakt, geroerd of beïnvloed heeft. In het Frans uiteraard, want het blijft ook een vakles. Maar wel eentje die de leerlingen aanspreekt op meerdere niveaus. Ik zag spanning, verbazing, beroering en besef. Ze waren geboeid en betrokken. Niets geen open deuren. Naarmate we dieper op het onderwerp ingingen, leek het besef bij de leerlingen te groeien wat vrijheid van meningsuiting feitelijk inhoudt. Hier en daar kon ik haast letterlijk kwartjes zien vallen. Sta je ooit stil bij de kostbaarheid van een gegeven, als je niet beter weet dan dat je het bezit en dat het een recht is? Ons recht. Jouw recht. Zijn recht.