Zoek in de site...

Schoolvak ≠ de studie!

Door: Valerie Meessen

Het is een probleem waar letteren faculteiten door het hele land al jaren mee te kampen hebben: het teruglopende aantal studenten die kiezen voor het studeren van een taal. Misschien ligt het aan het feit dat ik als Teacher in Residence eigenlijk wekelijks met dit onderwerp bezig ben, maar het lijkt alsof er ook steeds meer aandacht voor deze ontwikkeling komt in de media, die de noodklok luiden dat taalexperts hard nodig zijn in onze samenleving. De oprichting van het Nationaal Platform voor de Talen onderstreept dit belang, een instituut dat de talenstudie weer in de juiste spotlight poogt te zetten met een landelijke campagne.

Aangezien ikzelf de doelgroep van deze campagne wekelijks voor mijn neus heb zitten, was ik erg benieuwd naar de mening van mijn eigen eindexamenleerlingen die bezig zijn met hun studiekeus. Wat is hun beeld van een talenstudie, en waarom zouden ze hier wel/niet voor kiezen? Een korte enquête gaf mij al een hoop input. De mythe dat een talenstudie geen of weinig toekomstperspectief biedt leeft ook sterk onder mijn leerlingen: ze denken dat het hen ‘weinig oplevert later’ en dat er ‘weinig carrièrekansen zijn’– iets wat cijfers van het Nationaal Platform ontkrachten: bijna 90% van de afgestudeerden vindt binnen afzienbare tijd een betaalde baan.

Als docent Engels was ik ook wel erg benieuwd wat mijn eindexamenleerlingen verwachten van een universitaire studie Engelse Taal en Cultuur of Amerikanistiek. De volgende activiteiten kwamen het vaakst terug in dit kleine onderzoekje:

  • Grammatica
  • Literatuur(geschiedenis)
  • Cultuur
  • Woordenschat
  • De vier vaardigheden: spreken, luisteren, schrijven en lezen

Frappant maar niet geheel onverwacht vallen al deze activiteiten binnen de lijnen van het curriculum van het schoolvak Engels. Leerlingen zijn er zich vaak niet van bewust dat het studeren van een taal op de universiteit wel erg verschilt van het middelbare schoolvak Engels. Taalkundige onderwerpen zoals fonetiek en linguïstiek komen niet aan bod binnen het klaslokaal, dus hoe moeten leerlingen weten dat ook dit wordt behandeld bij een universitaire talenstudie? Degenen die de studievoorlichting bezoeken komen dit natuurlijk te weten, maar dit zijn de leerlingen die sowieso al geïnteresseerd waren in het kiezen voor een talenstudie.

Hoe mooi zou het daarom niet zijn als we een tipje van de sluier over deze taalkundige onderwerpen zouden kunnen oplichten in onze lessen aan de bovenbouw van het VWO? Of om ze eens mee te nemen naar de universiteit om te laten zien wat voor soort letterkundig of linguïstiek onderzoek er uitgevoerd wordt? Gezien de grote hang naar bèta zou het waardevol kunnen zijn om leerlingen in te laten zien dat er ook op een meer ‘exacte’ wetenschappelijke of kwantitatieve manier naar taal kan worden gekeken. Denk bijvoorbeeld aan linguïstiek onderzoek met behulp van eyetracking of onderzoek naar tweedetaalverwerving bij kinderen.

Ik denk dat hier een kans ligt om een andere kant van een talenstudie te belichten, waarbij je tijdens de promotie een andere doelgroep aanspreekt. Het verband naar letterkundig onderzoek leggen de meeste leerlingen wel, aangezien literatuur een onderdeel van het examenprogramma HAVO/VWO is. De brug naar taalkunde is voor hen lastiger te leggen. Grammatica wordt natuurlijk vanaf de brugklas gedoceerd: maar de achterliggende vraagstukken worden hierbij achterwege gelaten (wat ook begrijpelijk is gezien de gelimiteerde omvang van een les). Maar zou het niet interessant zijn om af en toe de vraag de klas in te slingeren waarom het “We cleaned it up” is en niet “We cleaned up it”? Hetzelfde geldt voor taalverandering bij het Nederlands: is “hun hebben” nog wel fout als veel moedertaalsprekers dit gebruiken? Dit soort discussies kunnen leerlingen inzicht geven in heel andere aspecten van een taal.

Om talenstudies te promoten is het naar mijn inziens dus een goed idee om ook in te steken op het feit dat het schoolvak niet hetzelfde is als de universitaire studie. Ja, er wordt nog steeds veel gelezen, misschien soms zelf nog wat woordjes gestampt: maar over het algemeen ben je heel anders met een taal bezig dan op de middelbare school.