Zoek in de site...

Wij zijn de leraren

Tijdens de allereerste les aan een vwo-4-klas ben ik meteen begonnen met de allergrootste verandering voor de leerlingen bij het vak Nederlands: we gaan voor het onderdeel Literatuur (Domein E) eigenlijk alleen nog maar boeken lezen uit de  ‘bovenbouw’- afdeling van onze heerlijke mediatheek. Om te laten zien dat daar echt wat boeiends te vinden is, had ik vier voorbeelden meegenomen.

Nu hebben we bij ons op school, net als overal, kinderen die zelden een hele pagina lezen, maar ook echte paginavreters. Daartussen zitten natuurlijk ook de kinderen die vooral hele reeksen van hetzelfde lezen. En nog een Grijze Jager, en nog een, en hoera, dit jaar verscheen er weer een nieuwe. De stap maken naar de twaalf literaire werken, oorspronkelijk in het Nederlands, te lezen in drie jaar, is dan flink. Laat staan als je van ons dat ook nog de schooleis krijgt dat je niet zomaar meer dan een boek per schrijver mag kiezen.

Aangezien we in deze eerste schoolweek nog niet in onze digitale leeromgeving konden wegens opstartproblemen, was mijn online bron met allerlei keuzewebsites onbereikbaar. Dus viel ik terug op Vlogboek, een boeiende website bomvol boekbesprekingen en adviezen. Even op de gok; ik had deze aflevering nog niet gezien.

De vier romans die ik had meegenomen waren wel, maar ook niet willekeurig gepakt. Hermans, Reve, Mulisch en Wolkers? Nee dus, wij vragen en onze leerlingen kiezen recent werk en debutanten op de lijst. De Grote Drie worden vaak alleen gelezen als ze ook door ouders aangeraden zijn. Grappig is het bijvoorbeeld dat de vijftienjarigen die nooit Turks Fruit gelezen hebben, noch de film hebben gezien, al blozen bij de titel en zeggen te weten ‘dat er wel heel veel seks in zit!’ Van mij hebben ze het niet gehoord.

Terug naar de les. Op mijn tafel lag Over het IJ van Kees van Beijnum, speciaal voor de geïnteresseerden in ‘true crime’. Van Beijnum is jaren geleden bij ons op school geweest met het  notitieboekje waarin hij, achterin de politieauto, zijn aantekeningen voor deze roman maakte. Dat vertel ik nog ieder jaar en het werkt nog steeds. Echt gebeurd, dus (wél) de moeite waard, zo denken heel wat lezers.

Daarnaast had ik De Tijger en de Kolibrie van Alex Boogers. De eerste bladzijde lees ik even voor. Man wordt wakker in ziekenhuis en weet niet wat er gebeurd is. Hatsekidee, aan het eind van de les is er altijd wel iemand die het meteen wil meenemen. Een hoofdstuk met maar één zin lokt bovendien ook altijd een reactie uit.

De derde was De Engelenmaker van Stefan Brijs, voor de leerlingen die wat meer van ‘het vreemde’ houden. Even praten over Moresnet, drie kindertjes die sprekend op de dokter lijken en vaak is dan het zaadje al geplant. De wet van The Day of the Triffids (’Pas bij twee rampen wordt het plot spannend.’) slaat ook wel op De Engelenmaker. Tijdens de les leek er niemand geïnteresseerd, maar zojuist zag ik een exemplaar bij een leerling op tafel.

En het vierde boek? Daarvoor moet ik weer even terug naar Vlogboek. Jörgen Apperloo presenteert in de laatste aflevering het boek De onvolmaakten van Ewoud Kieft. Je volgt het verhaal via Gena, een AI, kunstmatige intelligentie, en dus heeft Jörgen het over boeken met verrassende perspectieven. Mijn vierde boek noemde hij! Dat kwam fantastisch uit.

Op mijn tafel had ik namelijk het bijna fonkelrecente Wij zijn licht van Gerda Blees liggen en ook dit boek wil ik écht aanprijzen, al vond ik het zelf best een kluif om te lezen. Van de eerste hoofdstukken lees ik de eerste zinnen voor en laat zo zien hoe het perspectief elke keer heel bijzonder is. Ik moet me enorm inhouden om niet te zeggen dat ik het voor nu veel te moeilijk voor ze vind, maar ik wil ze per se kennis laten maken met iets anders dan wat ze uit de onderbouw kennen.

‘Meneer, mag ik dat laatste boek nog eens zien?’ Mijn mond valt zowat open. De nieuwe bovenbouwleerling bladert door Wij zijn licht en leest de achterflap. ‘Dus eigenlijk zit er in dit boek ook een moord?’ Tja, is dat wel zo? Wat vertellen al die perspectieven je? Het lijkt haar wel mooi! Sterker nog: ‘Meneer, ik ben een beelddenker en ik heb meteen een goed gevoel over hoe dit boek in elkaar zit.’ Zang en dans onderdrukkend zeg ik haar dat het boek meteen na deze les te leen is.

Als leerling las ik heel graag, maar als student heb ik al heel snel de letterkunde, en dan vooral de moderne, aan de kant geschoven om maar zoveel mogelijk filologie en taalkunde te kunnen volgen. Blijkbaar is dat literatuurvuurtje toch blijven branden en misschien moet ik het daar eens over hebben als Teacher in Residence. #Wijzijnneerlandici