Zoek in de site...

Polderen of felle woordenwisseling? Debatteren wereldwijd

Nederland kent geen debatcultuur. En over de welsprekendheid van de Nederlander kunnen we helemaal maar beter zwijgen: Nederlanders zouden geen geboren sprekers zijn, aldus de vele boeken over dit onderwerp. Intellectuelendebatten, waarin intellectuelen van naam en faam debatteren over grote maatschappelijke kwesties, zijn -in vergelijking met Duitsland en Frankrijk- een zeldzaamheid. Velen verwijzen naar het eeuwenoude consensusdenken, zoals ook in het poldermodel tot uitdrukking komt, om aan te geven dat een echte debatcultuur hier niet tot bloei kán komen.

Maar is dat wel zo? Argumentatieleer is tegenwoordig een verplicht onderdeel van het centraal schriftelijk eindexamen Nederlands in de 2e fase en in menig leerboek Nederlands voor de 2e fase wordt aandacht besteed aan discussie en aan debatteren. Bovendien debatteren jaarlijks zo’n 150 jongeren bij het Nationaal Jeugddebat in de Tweede Kamer over politieke onderwerpen en doen ruim 100 scholen mee aan Vara’s scholierendebatcompetitie Op Weg Naar Het Lagerhuis.

Niet alleen in het onderwijs en in de politiek zijn argumentatievaardigheden van belang, maar ook in het bedrijfsleven en bij andere organisaties. Debatten, in welke vorm dan ook, kunnen in een organisatie een belangrijke rol spelen bij bijvoorbeeld het helder krijgen van standpunten, bij interactieve besluitvormingsprocessen en in trainingsprogramma's voor medewerkers. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in toenemende mate belang wordt gehecht aan de beheersing van goede mondelinge vaardigheden en de kunst van het debatteren.

In andere landen ziet het politieke debat er heel anders uit. Denk maar aan het Britse Lagerhuis waarin de Speaker de zaal regelmatig tot orde moet roepen. Of de Amerikaanse presidentsverkiezingen waar goed uitgedachte speeches van groot belang zijn. En waar het televisiedebat tussen te overgebleven kandidaten een van de hoogtepunten is. Toch zijn er stemmen die zeggen dat ook Nederland steeds feller wordt in haar debat. Denk maar aan de geluiden van Wilders en Baudet, die er mede verantwoordelijk voor zijn dat het debat polariseert. Wat is hier precies aan de gang? Tot slot zijn er natuurlijk met de opkomst van internationale samenwerking steeds meer debatten die landsgrenzen overschrijden; denk maar aan het Europees Parlement of de Verenigde Naties. Wat komt er bij kijken als er gedebatteerd moet worden over lands- en cultuurgrenzen heen?

Interessante vragen

  • In hoeverre is de klassieke retorica nog van belang, de aloude adviezen voor welsprekendheid en overtuigingskunst? Welke adviezen zijn nog actueel, welke minder en welke helemaal niet meer?
  • Wat is nou eigenlijk het verschil tussen retorica ('kunst') en retoriek ('kunstje')? En is dit verschil wel duidelijk aanwijsbaar in alledaagse debatten?
  • Hoe zit het nou echt met het debatteren in de Nederlandse politiek, is het daar nu inderdaad zo slecht mee gesteld als altijd beweerd wordt? Wat heeft de literatuur over een reeks van jaren daarover te melden?
  • Welke debattrucs zijn er, welke worden het meest gebruikt, en welke werken het best of het vaakst?
  • Wat zijn drogredenen? Welke drogredenen zijn bijzonder 'populair' bij het grote publiek, bijvoorbeeld bij de deelnemers aan het TV-programma Het Lagerhuis?
  • Wat zijn de verschillen tussen een debat en een discussie? In welke situatie is welke vorm van mondelinge argumentatie het meest geschikt?
  • Wat is belangrijk als er gedebatteerd wordt over lands- cultuur- en taalgrenzen heen? Hoe wordt dit gedaan? Wat zijn de uitdagingen? Wat is er nodig?

Literatuur

  • Andeweg, B. & J. de Jong (2004), De eerste minuten. Attentum, benevolum en docilem parare in de inleiding van toespraken. Den Haag: Sdu. (Zie ook Onze Taal, 73, 11, nov. 2004, blz. 318-320 of deeersteminuten.nl).
  • Braet, A. & R. Berkenbosch (1989), Debatteren over beleid. Beknopte handleiding voor academisch debatteren. Groningen: Wolters-Noordhoff.
  • Braet, A. & L. Schouw, (1998), Effectief debatteren. Argumenteren en presenteren over beleid. Groningen: Wolters-Noordhoff.
  • Eemeren, Frans van & Rob Grootendorst (1996), Dat heeft u mij niet horen zeggen… Drogredenen van A tot Z. Amsterdam/Antwerpen: Contact.
  • Eemeren, Frans van & Rob Grootendorst (1996), Waar slaat dat nou weer op? De taal van het meningsverschil. Amsterdam/Antwerpen: Contact.
  • Eemeren, Frans van, Rob Grootendorst & Peter van Straaten (1996), Leren argumenteren met Vader en Zoon. Amsterdam/Antwerpen: Contact.
  • Geer, Peter van der (2000), Werken aan debatvaardigheden. Maarssen: Elsevier.
  • Geer, Peter van der (2001), De kunst van het debat. Den Haag: Sdu Uitgevers.
  • Gerbrandy, P. (2001), Quintilianus, de opleiding tot redenaar. Groningen. (Vertaling van de 12 boeken van de Romeinse leraar welsprekendheid Quintilianus, 40-100 n.Chr., over de 'opleiding tot redenaar').
  • Onze Taal, jaargang 67, 1998, no. 2/3, februari/maart. Themanummer over het Onze Taal congres 'Overtuigende taal: kunst of kunstje?'.

Links

Deze handreiking voor een profielwerkstuk is gemaakt door Faculteit der Letteren.