Zoek in de site...

Ontwikkelingsorganisaties en bedrijven: harmonie of strategie

Internationaal opererende bedrijven krijgen steeds meer gewicht in het politieke domein en als gevolg daarvan worden zij steeds meer gewezen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ontwikkelingsorganisaties zien het als hun taak om grote transnationale ondernemingen die hun productieproces hebben uitgebreid naar ontwikkelingslanden te wijzen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de lokale bevolking. Deze organisaties lijken zich bewust geworden van de enorme (financiële) potentie van multinationals om bij te dragen aan de sociaal-economische ontwikkeling van een land en hebben hoge verwachtingen van deze multinationale bedrijven.

Tegelijkertijd eist het grote publiek (met name de consument) een meer verantwoorde manier van ‘doing business', en dat zorgt er voor dat bedrijven in de armen van ontwikkelingsorganisaties worden gedreven. Ontwikkelingsorganisaties hebben ervaring met het werken in ontwikkelingslanden, maar belangrijker nog: ze kunnen een bedrijf een beter imago bezorgen (greenwashing). Ontwikkelingsorganisaties hebben de toenadering van bedrijven gretig ontvangen om hun jaarlijkse budget wat op te krikken. Nadat de voormalig Minister voor Ontwikkelingssamenwerking Agnes van Ardenne het financieringsstelsel van ontwikkelingsorganisaties heeft veranderd in 2006, zijn verschillende ontwikkelingsorganisaties bedrijven naast of in plaats van de overheid als een alternatieve financieringsbron gaan zien.

Binnen veel ontwikkelingsorganisaties is Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) dan ook een belangrijk speerpunt geworden in hun beleid. De vraag is echter hoe deze bedrijven om moeten gaan met deze toebedeelde verantwoordelijkheid en waar hun verantwoordelijkheid stopt. Tot op heden bestaat daar binnen en tussen ontwikkelingsorganisaties veel onenigheid over. Een eenduidige definitie van MVO en een algemeen geaccepteerde set van indicatoren om MVO te meten bestaan niet. Ondanks deze onduidelijkheid omtrent de definiëring van het begrip MVO, zijn er wel enkele basiselementen te onderscheiden die veelvuldig voorkomen in zowel definities van MVO als beleidsvoering daarop.

  • MVO gaat over meer dan alleen winst maken: het betreft daarnaast ook milieu en sociale aspecten. Vaak wordt dit vertaald in het ‘triple P' (People, Planet, Profit) model, waarbij alle drie de elementen in de beleidsvoering van een bedrijf moeten worden meegenomen.
  • Het belang van MVO wordt meestal beargumenteerd op basis van ethische gronden. Met andere woorden, meestal is er sprake van normatieve uitgangspunten.
  • Bij het uizetten van MVO beleid moet er rekening worden gehouden met de verschillende stakeholders (bijv. aandeelhouders, werknemers, toeleveranciers en consumenten) die betrokken zijn bij een bedrijf.
  • MVO wordt vaak gelijk gesteld aan duurzaamheid/sustainability. Hetgeen betekent dat het doel van MVO meestal duurzame ontwikkeling inhoudt (dat verder gaat dan alleen milieu aspecten).

Sommige organisaties hebben MVO of CSR (Corporate Social Responsibility) expliciet opgenomen in hun beleid en instrumenten ontwikkeld om dit te meten of voeren een stevige lobby om bedrijven verantwoordelijk(er) te laten ondernemen. Andere organisaties hebben de term MVO/CSR niet expliciet in hun beleid opgenomen maar zijn wel degelijk actief in dit veld.

Ondanks de verschillen in opvatting zien we een gelijktijdige beweging van ontwikkelingsorganisaties en bedrijven naar elkaar toe. Professor Austin noemt de 21ste eeuw zelfs die van het collectieve paradigma, waarin partnerschappen in toenemende mate als noodzakelijk worden beschouwd om de complexe sociale en milieu vraagstukken van deze wereld aan te kunnen pakken. In de praktijk blijkt er echter een grote spanning te bestaan tussen het ethische paradigma van ontwikkelingsorganisaties en het economische paradigma van bedrijven en blijkt integratie van beide paradigma's een grote uitdaging.

Interessante vragen

  • Hoe geven bedrijven en ontwikkelingsorganisaties gezien hun verschillende motivaties en achtergrond vorm aan hun relatie in de praktijk?
  • Zal de logica van MVO als ontwikkelingsinstrument hoogtijvieren? Of zal business dominant zijn in deze relatie, waarbij MVO wordt gebruikt om de consument (door greenwashing) tevreden te stellen?
  • Is het wel allemaal zo ingewikkeld of kunnen beide partijen gewoon van mening verschillen en toch samenwerken in hun strijd voor een ‘betere' wereld, waarbij gelijke aandacht is voor ondernemerschap en sociale en milieu aspecten?
  • Zouden deze partnerschappen niet juist centraal moeten staan in het ontwikkelingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken?
  • Maakt het uit of je als ontwikkelingsorganisatie met kleine, middelgrote of grote bedrijven samenwerkt?
  • Is dit een mooie kans voor ontwikkelingsorganisaties om zich bedrijfsmatiger te gaan organiseren? M.a.w. moeten ontwikkelingsorganisaties meer sociale ondernemers worden?
  • Of moeten bedrijven nu juist socialer worden?
  • Is er in de partnerschap tussen ontwikkelingorganisaties en bedrijven nu eigenlijk sprake van harmonie of is alles enkel en alleen gebaseerd op strategie of misschien wel beiden?
  • Wat is jouw mening?

Literatuur

  • Knippenberg, L. and E.B.P. de Jong (2010). Moralising the Market by Moralising the Firm. Towards a Firm-Oriented Perspective of Corporate Social Responsibility, Journal of Business Ethics, Vol. 96 (1), pp. 17-31.
  • Nijhof, A., Fisscher, O., Jonker, J. van Son, J. (2004). Samenwerken door de ogen van de ander. Een longitudinale studie naar de ontwikkeling van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen gezien door de ogen van NGO's en bedrijven. Interne notitie, Universiteit Twente.
  • Pater, A. & Van Lierop, K. (2006). Sense and sensitivity: the roles of organisation and stakeholders in managing corporate social responsibility, Business Ethics: A European Review, Vol. 15, no. 4, pp. 339-351.
  • Tulder, R. van & Zwart, A. van der. (2003) Reputaties op het spel. Maatschappelijk verantwoord ondernemen in een onderhandelingssamenleving. Utrecht: Uitgeverij Het Spectrum B.V. pp. 18-138.
  • Wempe, J. (2004). Ondernemerschap en maatschappelijke meerwaarde: Nieuwe rollen voor ondernemingen, overheden en maatschappelijke organisaties, Management en Organisatie, Vol. 58(4/5), pp. 45-61.
  • Wilburn, K. (2008). A Model for Partnering with Not-for-Profits to Develop Socially Responsible Businesses in a Global Environment, Journal of Business Ethics, Vol. 85(1), pp. 111-120.
  • Winston, M. (2002). NGO Strategies for Promoting Corporate Social Responsibility, Ethics and International Affairs, Vol. 16(1), pp. 71-87.

Links

http://www.mvonederland.nl/

http://www.mvoplatform.nl/

http://somo.nl/

Deze handreiking voor een profielwerkstuk is gemaakt door de Faculteit der Sociale Wetenschappen