Zoek in de site...

Afasie: taalproblematiek door hersenletsel

Onze kennis van taal is op de een of andere manier in ons hoofd opgeslagen. Zo weten we dat 'garnalencocktail' een Nederlands woord is, maar 'hamboter' niet. Onze taalkennis heeft niet alleen betrekking op woorden, maar ook op grammatica. 'Jan kreeg een cadeau van Piet' is een normale Nederlandse zin, maar we weten ook dat 'Piet kreeg cadeau een Jan van' in de verste verte geen goede Nederlandse zin is. Wanneer onze hersenen door bepaalde oorzaken, bijvoorbeeld een ongeluk of een hersenbloeding, beschadigd worden, kan ook een deel van die taalkennis niet meer normaal gebruikt worden. Het resultaat van zo'n beschadiging is vaak dat het begrijpen van taal of het zelf spreken veel moeilijker wordt en in eerste instantie zelfs helemaal verdwenen kan zijn. Gelukkig treedt vaak ook een zeker herstel op en wordt het taalvermogen geleidelijk weer beter. Volledig herstel is echter niet mogelijk. De verzamelnaam voor dit soort taalstoornissen is 'afasie' of 'afatische stoornissen'.

hersenen

Het opmerkelijke van afatische stoornissen is dat zij vaak betrekking hebben op heel specifieke onderdelen van onze taalkennis. Zo zijn er mensen die niet meer op bepaalde woorden kunnen komen. Zij kunnen zich bijvoorbeeld de namen van gereedschappen niet meer herinneren, maar kunnen nog wel zinnen begrijpen en produceren. Ook het omgekeerde komt voor: er zijn patiënten die geen problemen hebben met het zich herinneren van woorden, maar die geen normale zinnen meer kunnen maken. Als je meer wilt weten over de manier waarop taal in onze hersenen is opgeslagen en hoe deze kennis verloren kan gaan door hersenbeschadigingen, dan heb je hiermee een prima onderwerp voor een werkstuk.

Interessante vragen

  • Wat voor verschillende typen afasie kunnen worden onderscheiden? Past iedere patiënt binnen deze classificatie?
  • Waarom kunnen afatici hun taal niet gewoon opnieuw leren, zoals kinderen dat doen?
  • Zijn er verschillen tussen mannen en vrouwen in termen van de ernst van de afasie?
  • Hoe zou je aan kunnen tonen dat afatici de grammaticale kennis van hun taal niet kwijt zijn, maar deze kennis niet meer normaal kunnen gebruiken in processen van taalbegrip en -productie?

Literatuur
Veel literatuur is alleen beschikbaar in het Engels. In veel studies, meestal achterin, staan verwijzingen naar andere boeken of media die aan het onderwerp gerelateerd zijn. Kijk daarnaast eens naar de volgende boeken:

  • Bastiaanse, R. (2000), Afasiologie: Synergie van fundamenteel en klinisch-wetenschappelijk onderzoek. Westervoort: Stichting Afasie Nederland (oratie).
  • Dijkstra, A. & G. Kempen (1993), Taalpsychologie. Groningen: Wolters-Noordhoff. Een algemene inleiding in de taalpsychologie, waarin diverse aspecten van taalbegrip en -productie aan de orde komen en waarin literatuur voor verdere studie te vinden is.
  • Eling, P. (1993), Neurolinguïstiek: hoe en waarom. Gramma 7, 189-202. Dit artikel geeft in vogelvlucht een overzicht van de historische ontwikkeling van de afasiologie.
  • Hagoort, P. (2000), De toekomstige eeuw der neurocognitieve wetenschap. Nijmegen: KUN (oratie). In deze lezing wordt een overzicht gegeven van verschillende beeldvormende technieken (EEG, MRI) die in modern taalpsychologisch onderzoek gebruikt worden.
  • Jackendoff, R. (1996), Taal en de menselijke natuur. Utrecht: Het Spectrum. Een algemene inleiding in de taalwetenschap voor leken, met aandacht voor taalpsychologische issues, in het bijzonder taalverwerving en afasie.
  • Kolk, H. (1998), Compenseren voor een taalstoornis: een neurocognitief model. Nijmegen: KUN (oratie). Een lezing waarin een specifiek model wordt geïllustreerd aan de hand van dyslexie en afasie; het gaat om een model dat er vanuit gaat dat het gedrag van patiënten niet een direct gevolg is van de hersenbeschadiging, maar symptomen zijn van een strategie die patiënten hanteren om de problemen die veroorzaakt zijn door de hersenbeschadiging te boven te komen.
  • Obler, L.K. & K. Gjerlow (1999), Language and the Brain. Cambridge: Cambridge University Press. Een leerboek over afasiologie.
  • Posner, M. & M. Raichle (1994), Images of Mind. New York: Scientific American Library (ook beschikbaar in Nederlandse vertaling). Een overzicht van de verschillende technieken die gebruikt worden om hersenactiviteit waar te nemen in levende proefpersonen, met speciale aandacht voor taal.
  • Prins, R.S. & R. Bastiaanse (1997), Afasie: symptomatologie en wetenschappelijke inzichten. Stem-, Spraak- en Taalpathologie 1, 1-59. Een kort historisch overzicht van de afasiologie.
  • Prins, R.S. & B. T. Tervoort (1999), Afasiologie. In: Smedts, W. & P.C. Paardekooper (red.), De Nederlandse taalkunde in kaart. Leuven/Amersfoort Acco. Een kort overzicht van afasiologisch onderzoek in Nederland.
  • Schellekens, H. (1993), Breinboek: Hersenen, biochemie en de menselijke geest. Bloemendaal: Aramith. Een algemeen boek over de hersenen, met een hoofdstuk over taal.
  • The Scientific American Book of the Brain. New York: The Lyons Press. Een collectie artikelen uit het belangrijke populair-wetenschappelijke tijdschrift Scientific American met betrekking tot hersenen en gedrag.
  • Stowe, L.A. & A.A. Wijers (1998), Onderzoek naar de verwerking van taal met behulp van Event-Related Potentials. Stem- Spraak- en Taalpathologie 7 (1), 3-22. Een artikel dat een toegankelijke inleiding geeft in het gebruik van EEG (het meten van elektrische activiteit van de hersenen) om te onderzoeken hoe de hersenen taal verwerken.
  • Vaalburg, W. (red.) (1998), PET: Oncologie, Cradiologie, Neurologie. Klinische toepassingen van Positron Emissie Tomografie in Nederland. Groningen: Academisch Ziekenhuis. Een boekje over Positron Emissie Tomografie (PET), een techniek waarmee hersenactiviteit kan worden bestudeerd, met een hoofdstukje over taal.

Links

Deze handreiking voor een profielwerkstuk is gemaakt door de Faculteit der Letteren