Portret Tijs Kleemans
Portret Tijs Kleemans

‘OG-professionals zijn goud waard voor de zorg. Toch munten ze vaak óók uit in bescheidenheid’

Ruim een jaar geleden trad dr. Tijs Kleemans aan als nieuwe hoofdopleider van de postacademische opleiding tot Orthopedagoog-generalist Zuid- en Oost-Nederland (OG ZON), een samenwerking tussen de Radboud Universiteit en opleidingspartner RINO Zuid in Eindhoven. Wat maakt in zijn ogen de orthopedagoog-generalist tot een onmisbare schakel in de zorg? En wat hoopt hij te bereiken? Voor de opleiding, het beroep van OG en het brede werkveld waarin de OG werkzaam is.

Door: Hans Wanningen

Wat doet een orthopedagoog-generalist eigenlijk?

Kleemans: ‘Een OG is gericht op het optimaliseren van de ontwikkelingskansen van cliënten in een afhankelijkheidsrelatie, door middel van (handelingsgerichte) diagnostiek. Daarbij is de OG verantwoordelijk voor begeleiding en behandeling van de cliënt én het systeem eromheen. Als regel gaat het om iemand die vastloopt op het vlak van opvoeding en ontwikkeling. In diens belang streeft de OG, mét (mede)opvoeders – thuis, op school of in een instelling – en elke andere betrokkene, van zorgverzekeraar tot gemeentefunctionaris, naar een optimum in maatwerk. Voor dit doel probeert de OG alle constructieve krachten in de cliënt en in diens context in kaart te brengen en volledig te benutten.’

Wat sprak je aan in de functie van hoofdopleider OG ZON?

 ‘Het voelde voor mij als een logische vervolgstap na mijn jaren als hoofddocent aan de opleiding. Aandacht en steun voor kwetsbare cliënten zijn mij sowieso met de paplepel ingegoten. Ik kom uit een echte zorg- en onderwijsfamilie. Maar er is nóg iets wat mij drijft. In mijn loopbaan merkte ik telkens weer hoe goed het uitpakt om academische en klinische taken te combineren. 
Vandaar dat ik aan onze opleidingsdeelnemers wil meegeven: niets werkt krachtiger dan die driehoek van onderwijs, onderzoek en praktijk! Reken er nooit op dat wetenschappelijke kennis moeiteloos als stuifmeel op de werkvloer neerdwarrelt; dat gaat nooit vanzelf. Hiervoor moet je als OG snappen hoe daar de hazen lopen en hoe je in jouw zorg- of onderwijsinstelling gedecideerd je rol pakt. Het is bij uitstek deze driehoek, met vitale verbindingen over en weer, waarin synergie ontstaat, waarbij de som meer is dan de delen.’

Komt die driehoek ook terug in de opleiding zelf?

‘Reken maar. En dat begint al met het gebouw waarin we dit gesprek nu voeren. Zowel het opleidingsinstituut Pedagogische Wetenschappen en Onderwijswetenschappen (PWO), met de Bachelor en Master Pedagogische Wetenschappen, als de opleiding OG ZON zitten hier in het Maria Montessorigebouw op de Nijmeegse campus onder één dak. Zelf geef ik overigens nog steeds als universitair hoofddocent les bij de Master Pedagogische Wetenschappen.

De synergie zit bij wijze van spreken al ingebakken in de muren en mogelijkheden van dit – hypermoderne – gebouw. Op organisatorisch vlak is het een uitkomst dat je collega’s sneller opzoekt op hun kamer. Of in de wandelgang vlot eventjes aan de jas kunt trekken. Het grand café op de eerste verdieping is een plezierig trefpunt voor zowel studenten van de master als deelnemers van de postmaster. Vruchtbaar is verder bijvoorbeeld ook dat deelnemers uit de OG hun ervaringen delen over de opleiding in mijn mastercolleges.

We trekken steeds vaker gezamenlijk op. Zo mikken we nu erop dat onze OG-opleidingsdeelnemers een aantal uren per week hun kennis en kunde kwijt kunnen als docent bij PWO. Pure kruisbestuiving. Ga maar na. De opleidingsdeelnemers doen waardevolle ervaring voor de klas op. De studenten, niet zelden de opleidingsdeelnemers van de toekomst, steken er veel van op. Praktijkinstellingen profiteren volop mee, omdat we hun onderzoeksvragen inbrengen. Door onze sterke wetenschappelijke signatuur is de output per definitie doordrenkt van state-of-the-art academische inzichten. Iedereen wordt hier wijzer van, weer dankzij de kracht van de driehoek.

Mag je zeggen dat in jullie opleiding iedereen constant met en van elkaar leert?

‘Precies. Tot de onderlinge uitwisseling tussen de deelnemers aan toe. Ieders inbreng – van de eigen praxis, persoonlijke observaties, kennis en kunde – voedt en verrijkt het gezamenlijke leren. Zo halen we het beste in elkaar omhoog. Dat geven we nog eens extra wind in de zeilen middels uitgekiende vormen van blended leren.’

Naar het beroep: in jouw visie moet de OG zich vooral op twee vlakken bewijzen: als behandelregisseur en als alliantievormer. Waarom komt het juist hierop aan?

‘In de zorg neigen we er nog wel eens toe om te kijken naar wat er niet goed gaat met een cliënt. Het probleemetiket leidt daarbij vaak tot een aanpak strak volgens protocol. Maar bij mensenwerk is het nooit: one size fits all. Sterker nog: one size fits no one. Ieder individu is anders, mensenwerk is maatwerk. Neem je dat tot leidraad, dan sla je de deuren open naar effectievere begeleiding.

Vooral ook als je oog hebt voor wat wél kan. Als je inspeelt op de veerkracht en kwaliteiten van de cliënt. Als je snapt: mensen hebben naast een probleem ook een potentieel. In en om zich heen. Als geen ander kan een OG uit diverse behandelperspectieven, voor die unieke cliënt en die specifieke context, de best werkzame ingrediënten halen en samenvoegen tot een effectief geheel. De OG als maatwerkspecialist en behandelregisseur dus.

Tot zover de inhoud van de behandeling. Dan de behandelrelaties, al even belangrijk. Hier heeft de OG meerwaarde als netwerkspecialist en alliantievormer. De OG betrekt iedereen, spreekt en spart met ouders, verzorgers, onderwijskrachten, begeleiders en ketenpartners. Telkens vanuit die ene voorname vraag: waarmee is deze cliënt het beste gediend? Wat is hier nou nodig? De OG probeert voor dat doel, over de schotten heen kijkend en acterend, iedereen in positie én in actie te krijgen; en weer: om het maximale aan maatwerk uit de mogelijkheden te halen.’

Laten orthopedagoog-generalisten nu ergens nog steken vallen? Wat moet echt beter?

‘OG-professionals zijn goud waard voor de zorg. Toch munten ze vaak óók uit in bescheidenheid, soms ten koste van hun effectiviteit. Onze deelnemers willen we aanleren meer op de voorgrond te treden. Wij zeggen tegen hen: ‘Knap werk, dat goed geschreven beleidsplan, maar nu het draagvlak nog. Hoe breng je je voorstellen en jezelf als expert overtuigend voor het voetlicht? Hoe sluit je aan op wat er op de werkvloer leeft, op wat er in de directiekamer speelt? En hoe krijg jij de systeemtherapeuten, gedragswetenschappers, groepsbegeleiders en andere professionals uit jouw team op één lijn?'

Ook in de profilering naar buiten mag er gerust een tandje of twee bij. Schrijf maar eens een opiniestuk, meld je aan voor een rondetafelgesprek, treed op als spreker. Hoe je dat alles effectief doet, daar gaan we in de opleiding meer handvatten voor aanreiken.’

Dr. Tijs Kleemans is, samen met collega-hoofdopleider Angelique Peters, als hoofdopleider verbonden aan de postacademische opleiding tot Orthopedagoog-generalist Zuid- en Oost-Nederland (OG ZON), een samenwerking tussen de Radboud Universiteit en opleidingspartner RINO Zuid in Eindhoven. Daarnaast is hij universitair hoofddocent bij het opleidingsinstituut Pedagogische Wetenschappen en Onderwijswetenschappen en het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit. Ook werkt hij als hoofddocent bij de postacademische opleiding tot Schoolpsycholoog van het RadboudCSW. Bovendien voert hij als orthopedagoog/schoolpsycholoog werkzaamheden uit voor diverse scholen en schoolbesturen in Midden- en Zuid-Nederland op het snijvlak van zorg en onderwijs.

Contactinformatie