‘Teruggekomen uit onbekend’| Holocaust Memorial Day Getuigenis | Concentratiekamp Bergen-Belsen
‘Teruggekomen uit onbekend’| Holocaust Memorial Day Getuigenis | Concentratiekamp Bergen-Belsen

‘Teruggekomen uit onbekend’ | Holocaust Memorial Day Getuigenis door Channah Koppel-de Vries

Hoe groei je op nadat je leven in oorlog begint? Channah Koppel-de Vries, geboren in 1943, vertelt het verhaal van haar familie en hoe haar ouders vlak na de bevrijding om het leven kwamen. Lees het indrukwekkende verhaal van Holocaustoverlevende Channah Koppel-de Vries. Voorafgaand aan het interview gaf onderzoeker holocaust-studies Ria van den Brandt een korte lezing. Rector magnificus van de Radboud Universiteit José Sanders opende de avond en violist Thomas Ruffmann zorgde voor de muzikale omlijsting.

Video | Podcast | Interview VOX

Maandag 29 januari 2024 | LUX, Nijmegen |Radboud Reflects en Comité 4 & 5 mei  Bekijk de aankondiging.

Verslag

Door Gian Oerlemans | Foto's Ramon Tjan

Channah Koppel-de Vries werd in 1943 geboren in Amsterdam. Dat was geen vanzelfsprekendheid, want pas een maand eerder werd haar gezin uit Nijmegen verbannen. Een half jaar na de geboorte van Channah zat ze met haar familie in Westerbork en weer een half jaar later werden ze naar concentratiekamp Bergen-Belsen gedeporteerd. In een samenwerking tussen Radboud Reflects, Comité 4 & 5 mei en Stichting Stolpersteine Nijmegen werd er stilgestaan bij Holocaust Memorial Day. Ria van den Brandt, onderzoeker aan de Radboud Universiteit naar Joodse getuigenissen en de levensfilosofieën die daarin te vinden zijn, gaf een lezing over hoe Nijmegen tegenwoordig omgaat met de Jodenvervolging. Daarna volgde de getuigenis van Channah Koppel-de Vries, die in gesprek ging met programmamaker Pam Tönissen. De avond werd muzikaal omlijst door violist Thomas Ruffmann.

Herdenken in Nijmegen

Het beeld op de Kitty de Wijzeplaats in de Benedenstad herinnert Nijmegen aan de vierhonderdvijftig Nijmeegse Joden die in vernietigingskampen zijn omgebracht, vertelde onderzoeker Ria van den Brandt. De plek werd in 1995 ingericht. “Toch zitten de verhalen van de Nijmeegse slachtoffers niet in ons collectieve geheugen”, zei Van den Brandt. “De opperrabijn van Tel Aviv zei: ‘Nummers dringen niet binnen in ons hart. Zelfs niet als we praten over zes miljoen Joodse slachtoffers. Maar namen dringen wel binnen. Dan krijgen ze een gezicht en een verhaal.’” In 2015 werd daar in Nijmegen werk van gemaakt, met de onthulling van het Joods namenmonument waarop de namen van alle Nijmeegse Holocaustslachtoffers te vinden zijn. 

Holocaust Memorial Day Getuigenis, rector magnificus José Sanders, foto Ramon Tjan
Holocaust Memorial Day Getuigenis, rector magnificus José Sanders, foto Ramon Tjan

Van den Brandt vertelde dat de herinneringscultuur in Nijmegen pas laat op gang kwam. Het namenmonument werd in 2015 dan wel onthuld, maar de meeste namen blinken volgens de onderzoeker uit door onbekendheid. Daar kwam in 2021 verandering in, toen Nijmegenaar Frank Eliëns het boek ‘Voor Joden verboden. Hoe de joodse gemeenschap uit Nijmegen verdween, 1940-1945’ schreef. In dat boek staan veel persoonlijke verhalen van Joodse stadsgenoten. 

Om de herinnering aan de Holocaust verder te bevorderen, doet Nijmegen sinds 2021 ook mee met een Europees herinneringsproject, het leggen van Stolpersteine (struikelstenen). De Stolpersteine liggen in het plaveisel voor het huis van de slachtoffers. Aan de bovenkant van de steen staan de naam en andere belangrijke informatie. “Een mens is pas vergeten als zijn naam vergeten is”, herinnerde Van den Brandt een Joodse wijsheid die de leidende gedachte van het project is. In combinatie met de toenemende aandacht voor herdenking van het niet schuldloze oorlogsverleden van Nijmegen, zijn de slachtoffers van de Holocaust volgens de onderzoeker meer dan ooit met en onder ons.   

Van Nijmegen naar Bergen-Belsen 

In het tweede deel van de avond volgde de getuigenis van Channah Koppel-de Vries in gesprek met Pam Tönissen. Het gezin Koppel-de Vries woonde tot maart 1943 in de Vossenlaan in Nijmegen. Vader werkte voor de Joodse Raad. “In maart 1943 stond mijn vader met een Joodse vriend op straat naar voetballen te kijken”, vertelde Channah. “Dat mocht niet, want Joden mochten niet naar voetballen kijken. Ze zijn verraden door iemand uit de straat.” De volgende dag werden haar vader, hoogzwangere moeder en zus Judith opgepakt en in Arnhem in de gevangenis gezet. Daar mochten ze alleen weg als ze niet meer teruggingen naar Nijmegen. Ze werden kortom uit de stad gezet. Het gezin kon terecht bij familie in Amsterdam. Daar werd Channah in april 1943 geboren. 

Holocaust Memorial Day Getuigenis, Ria van den Brandt, foto Ramon Tjan
Holocaust Memorial Day Getuigenis, Ria van den Brandt, foto Ramon Tjan

In september 1943 werden zij, de rest van het gezin en de rest van de familie De Vries - grotendeels woonachtig in Amsterdam - afgevoerd naar kamp Westerbork. Nog geen half jaar later werd het gezin naar concentratiekamp Bergen-Belsen gedeporteerd. Waar mannen en vrouwen doorgaans gescheiden gevangen werden, was er voor onder meer de familie Koppel-de Vries een uitzondering, vertelde Channah. “We hadden een Palestina-certificaat. Dat werd uitgegeven om Joden te ruilen tegen in Palestina woonachtige Duitsers.” Het gevolg: het gezin mocht in Bergen-Belsen in een aparte barak bij elkaar blijven. Een tante van Channah is uitgeruild en nog tijdens de oorlog naar Palestina gegaan.

Terug naar Nederland 

Het gezin bleef tot april 1945 in Bergen-Belsen. De bevrijding was bezig en de Duitsers ontruimden de kampen. De drie treinen zouden richting Theresienstadt vertrekken, maar slechts een van de treinen is daar aangekomen. De trein waar de familie Koppel-de Vries in zat, kwam in de buurt van het Duitse dorp Tröbitz stil te staan. Sovjetsoldaten hebben de trein destijds bevrijd en naar het dorp gereden. “Er zijn veel mensen in de trein overleden”, zei Channah. “Er heerste tyfus. Als er onderweg mensen stierven, werden ze naast de rails begraven.” Ook in Tröbitz, met nauwelijks voorzieningen om de ziekte te bestrijden, overleden nog veel mensen aan tyfus. Op 28 mei 1945 stierven ook de ouders van Channah aan de ziekte.   

In juli 1945 keerden Channah, haar zus Judith en andere familieleden terug naar Nederland. “We zijn in Maastricht door het Amerikaanse leger opgevangen en gezond verklaard”, vervolgde Channah. De kinderen zijn met een van de broers of zussen teruggegaan naar Amsterdam, en later naar een andere oom en tante in Hilversum. Daar werden ze opgehaald door opa en oma De Jong - de ouders van Channahs moeder. Zij waren in de oorlog ondergedoken op een woonboot in Loosdrecht. Opa De Jong had Channahs vader beloofd de voogdij op zich te nemen, mocht er iets misgaan. Channah en Judith groeiden op in Utrecht. 

Channah heeft geen herinneringen aan de oorlog. “Ik had daar op jonge leeftijd ook geen vragen over”, herinnerde ze zich. “Ik denk dat ik besefte wat er was gebeurd.” Judith, die 6 jaar was toen de oorlog eindigde, heeft nooit over de oorlog en hun ouders willen praten. Voor Channah ging het onderwerp pas relatief recent leven. “Ik werd benaderd voor de Stolpersteinelegging in de Vossenlaan”, vertelde ze. “Toen heb ik meer dingen gehoord over hoe het gegaan is. Het is niet te bevatten dat je als baby van een half jaar in een concentratiekamp wordt vastgehouden voor wie je bent.” Channah bezocht concentratiekamp Bergen-Belsen eens en wil misschien nog wel eens terug. “En dan wil ik ook naar Tröbitz. Daar liggen mijn ouders begraven in een massagraf.” 

Holocaust Memorial Day Getuigenis, holocaustoverlevende Channah Koppel-de Vries, Pam Tönissen, foto Ramon Tjan
Holocaust Memorial Day Getuigenis, holocaustoverlevende Channah Koppel-de Vries, Pam Tönissen, foto Ramon Tjan
Holocaust Memorial Day Getuigenis, Thomas Ruffmann, foto Ramon Tjan
Holocaust Memorial Day Getuigenis, Thomas Ruffmann, foto Ramon Tjan

Aankondiging

Hoe groei je op nadat je leven in oorlog begint? Channah Koppel-de Vries, geboren in 1943, vertelt het verhaal van haar familie en hoe haar ouders vlak na de bevrijding om het leven kwamen. Kom luisteren naar het indrukwekkende verhaal van Holocaustoverlevende Channah Koppel-de Vries. Voorafgaand aan het interview geeft onderzoeker holocaust-studies Ria van den Brandt een korte lezing. Rector magnificus van de Radboud Universiteit José Sanders opent de avond en violist Thomas Ruffmann zorgt voor de muzikale omlijsting.

Gearresteerd en op transport 

Bij Vossenlaan 257 in Nijmegen liggen Stolpersteine ter nagedachtenis aan het Joodse gezin De Vries, die in 1943 werden gearresteerd. De moeder van Channah Koppel-de Vries, is dan hoogzwanger. Desondanks krijgen zij en haar gezin opdracht om zich in Amsterdam te vestigen nadat Channah’s vader wordt opgepakt. Channah komt daar in april 1943 ter wereld. Niet lang daarna wordt het jonge gezin naar kamp Westerbork gevoerd, samen met duizenden anderen. Een paar maanden later volgt deportatie naar Bergen-Belsen.

Onduidelijke bestemming

Het wordt april 1945 en het einde van de oorlog komt in zicht. Channah is inmiddels twee jaar, en zit al bijna haar hele korte leven in een concentratiekamp. Vlak voor de bevrijding wordt het gezin De Vries opnieuw op transport gesteld, ditmaal naar een onduidelijke bestemming waar ze nooit zouden aankomen. 

Verloren transport

Samen met zo’n 1.400 andere gevangenen werden zij in een trein naar het oosten gevoerd, weg van de oprukkende geallieerden. Dit werd later bekend als ‘het verloren transport’. De trein komt na tien dagen tot stilstand in de buurt van het Duitse dorpje Tröbitz, waar de Russische geallieerden de inwoners opdracht geven de 1.400 gevangenen op te vangen. Ondanks de bevrijding bezwijken in de maanden die volgden honderden gevangenen en dorpsbewoners aan ziekten en uitputting. De beide ouders van Judith en Channah ook. Judith en Channah keren als jonge kinderen terug naar Nederland.

Na de lezing van Ria van den Brandt over hoe wij nu omgaan met de Jodenvervolging, gaat programmamaker Pam Tönissen gaat in gesprek met Channah Koppel-De Vries. Sluit aan bij deze bijzondere avond en stel ook je eigen vragen. 

Over de sprekers

Channah Koppel-De Vries overleefde als Joodse peuter de tweede wereldoorlog, zat in kampen Westerbork en Bergen-Belsen en verloor haar beide ouders in Tröbitz.

Ria van den Brandt is filosoof en als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit. Haar  onderzoek richt zich op Joodse getuigenissen en levensfilosofieën, in het bijzonder in relatie tot concentratiekamp Theresienstadt. Ze is bovendien voorzitter van stichting stolpersteine Nijmegen, en schreef o.a. ‘Ik was mijn houvast helemaal kwijt’: Getuigen vanTheresienstadt (2021).

Thomas Ruffmann is de violist van de klezmerband Klezmore.

José Sanders is rector magnificus van de Radboud Universiteit.

Contactinformatie

Blijf op de hoogte:

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Organisatieonderdeel
Radboud Reflects
Thema
Filosofie, Gedrag, Geschiedenis, Wetenschap