Zoek in de site...

5 grandioze geheimen om elke meerkeuzetoets te halen!

(En hoe je dit als docent kunt voorkomen)

Hannah haalt een 8 voor de meerkeuzetoets van haar vorige tentamenweek. ‘Hoera’, denkt ze, ‘en dat zonder te leren!’. Hannah is geen hyperintelligente student met een fotografisch geheugen. Hoe kan ze de toets dan toch zo goed gemaakt hebben?

Hannah6

Hannah is iemand die we in de toetswereld een student met een zeer grote ‘testwiseness’ noemen: iemand die alle trucjes kent omtrent het beantwoorden van o.a. meerkeuzevragen. Trucjes die gaan over de kennis die iemand heeft van de manier waarop getoetst wordt; kennis die niks te maken heeft met de getoetste stof zelf.

Als docent probeer je dit natuurlijk te allen tijde te voorkomen. Als studenten die niet goed geleerd hebben een even hoog cijfer kunnen halen als studenten die wel hard hebben zitten blokken, dan is er toch iets vreemds aan de hand. Dan wordt er misschien een vaardigheid getoetst anders dan de tentamenstof. Toetsdeskundigen worden getraind om dit zoveel mogelijk te voorkomen bij het maken van vragen. Hieronder zullen we een tipje van de sluier oplichten en de meest voorkomende valkuilen bespreken:

  1. Dat weet toch iedereen

Het belangrijkste is misschien wel dat toetsvragen alleen goed beantwoord kunnen worden door kennis van de stof of kennis van hetgeen de vraag specifiek naar verwijst (bij een lees- of luistertekst bijvoorbeeld). Het kan namelijk zijn dat bepaalde studenten door voorkennis meteen het goede antwoord weten of juist meteen de foute antwoorden kunnen elimineren: “Iedereen weet toch dat de aarde rond is!”. Let hier als docent goed op! Bij lees- en luisterteksten kun je deze valkuil o.a. voorkomen door niet naar feiten te vragen – “Wat is de vorm van de aarde?” -, maar door specifiek naar de tekst te verwijzen: “Wat zegt de spreker in dit stuk over de vorm van de aarde?”.

  1. Van A naar het-is-nu-vast-B

Een slimme student weet dat het erg onwaarschijnlijk is dat er na vier keer een ‘A’ als antwoord te hebben gegeven, het de vijfde keer weer een ‘A’ is. En bij twijfel? Gok dan maar op ‘B’, want mensen plaatsen het liefst alles in het midden. Op deze manier kan een oplettende student een hele analyse maken en antwoorden goed gokken. Om dit te voorkomen wordt docenten meestal aangeraden om de antwoorden op alfabetische of chronologische volgorde te plaatsen. Zo heeft de docent zelf geen invloed meer op de plek van het goede antwoord en verkleint dit dus het risico op patronen die studenten kunnen doorzien.

toets 1

  1. Too Long To Be Wrong

Bij het maken van meerkeuzevragen komt het nog wel eens voor dat het goede antwoord opvallend langer is dan de afleiders. Hoe komt dit? Waarschijnlijk doordat het goede antwoord vaak wat genuanceerder is dan de afleiders. Als docent wil je niet dat afleiders per ongeluk toch ook als goed geïnterpreteerd kunnen worden en deze zijn om die reden vaak wat beknopter en minder genuanceerd dan het goede antwoord. Dit resulteert dan in korte zinnen, terwijl het goede antwoord juist meer woorden bevat om hem genuanceerder te maken. Een slimme student zal dit ook opmerken en denken: ‘dit antwoord is te lang om fout te zijn’. Hoe je dit als docent kunt voorkomen lees je in de volgende alinea.

toets2

  1. Zeg nooit nooit

Hoe zie je snel welke antwoorden genuanceerd zijn en welke niet? Let op de woordkeuze in antwoorden. Woorden als ‘nooit’, ‘altijd’, ‘iedereen’, ‘niemand’ zijn generalistische termen die dusdanig stellig zijn dat er een grote kans bestaat dat ze onwaar zijn. Dit geldt natuurlijk niet voor alle soorten toetsen, maar over het algemeen vermijden we dit soort termen liever in antwoorden. Het vermijden van deze termen geeft tevens een manier om je afleiders genuanceerder en langer te maken. Zoek synoniemen die ongeveer hetzelfde betekenen, maar net wat minder stellig overkomen; zoals ‘in bijna geen enkel geval’, ‘het grootste deel van de tijd’, ‘de ruime meerderheid’, ‘geen van de personen’.

  1. “Lees verder voor het goede antwoord”

Het wordt vaak vergeten, maar het komt nog wel eens voor dat antwoorden op bepaalde vragen terug te vinden zijn in andere vragen in dezelfde toets. In dat geval treedt er dus afhankelijkheid op tussen vragen. Een oplettende student zal hier zeker op letten en heeft hiermee dus al een gratis punt gescoord. Let er dus goed op dat je het antwoord op een vraag niet per ongeluk weggeeft ergens verderop in de toets. Dit kan al zoiets eenvoudigs zijn als het aanpassen van de instructies.

toets3

Naast deze vijf punten zijn er nog tal van andere zaken waar rekening mee gehouden moet worden bij het construeren van een goede meerkeuzetoets, maar als vijf bovenstaande tips toegepast worden zal Hannah er de volgende keer misschien achterkomen dat het toch wel nuttig is om vooraf de toetsstof te bestuderen als ze een voldoende binnen wil slepen. Wilt u eens doorpraten over toetsen? De koffie staat klaar! (A. juist  B. onjuist).