Zoek in de site...

Hoe ons brein klinkers uit elkaar houdt

Hoe ons brein klinkers uit elkaar houdt

Leestijd: 5 minuten

Buur of boer, het verschil tussen die twee woorden is maar een klinker. Maar om te begrijpen wat iemand zegt, is het belangrijk dat we dat soort verschillen goed herkennen. Nadine de Rue onderzocht hoe Nederlandse klinkers in ons brein zijn opgeslagen.

Hoewel het verschil tussen twee woorden soms maar één klank is, heeft dat grote gevolgen voor de betekenis die we aan die woorden geven, zoals bij ‘buur’ en ‘boer’. Ons brein onderscheidt de verschillende kenmerken van klanken zonder dat we ons er bewust van zijn en doet dat ook nog eens ontzettend snel. Taalwetenschapper bij de Radboud Universiteit Nadine de Rue onderzocht hoe dat kan.

Contrasten

‘In het geval van klinkers moet het brein weten welke verschillen belangrijk genoeg zijn om opgemerkt te worden en welke niet. Die belangrijke verschillen noemen we fonologische contrasten’, zegt De Rue. Het verschil tussen de klanken /u/ (zoals in ‘boer’) en /y/ (zoals in ‘buur’) wordt bijvoorbeeld veroorzaakt door een contrast in de plaats van articulatie. De /u/ is een achterklinker, waarbij de achterkant van de tong een rol speelt. De /y/ is een voorklinker, waarbij de voorkant van de tong omhoog komt. Een ander belangrijk contrast in het Nederlands is lipronding: de lippen kunnen gerond worden (zoals bij de /o/ in ‘boot’) of niet (zoals bij de /e/ in ‘been’). Dit laatste contrast is er maar in weinig talen. Samen zorgen het liprondingscontrast en het plaatscontrast ervoor dat je in het Nederlands een contrast hebt tussen drie typen klinkers: niet-ronde voorklinkers (zoals /e/ in ‘been’), ronde voorklinkers (zoals /ø/ in ‘neus’) en ronde achterklinkers (zoals /o/ ‘boot’) .

Mentale representaties

Maar hoe kan een Nederlandse luisteraar die verschillen herkennen? ‘Daarvoor moet je wat je hoort, vergelijken met wat in je brein is opgeslagen. Die opgeslagen vormen noemen we mentale representaties. Een belangrijke kwestie binnen de fonologie is welke informatie in deze representaties is opgeslagen’, zegt De Rue.

De taalwetenschapper ging er op basis van eerdere literatuur vanuit dat niet alle fonologische kenmerken worden opgeslagen in onze mentale representaties. Zo zou het kenmerk ‘voor’ van een voorklinker niet zijn opgeslagen en het kenmerk ‘achter’ van een achterklinker wel. ‘Een verandering van een achterklinker (boot) in een voorklinker (neus) zou de luisteraar daarom meer opvallen dan andersom’, zegt De Rue. Dat zit zo: als een voorklinker verandert in een achterklinker dan is er geen mismatch tussen de opgeslagen kenmerken van de voorklinker en het kenmerk ‘achter’ dat de luisteraar hoort in de achterklinker. Maar als een achterklinker verandert in een voorklinker is er wel een mismatch, omdat het gehoorde kenmerk ‘voor’ van de voorklinker botst met het  opgeslagen kenmerk ‘achter’ van de achterklinker (voorklinker ≠ achterklinker). De Rue: ‘In eerder onderzoek is dat al aangetoond. In het Duits is er een groter perceptueel verschil wanneer de achterklinker /o/ verandert in de voorklinker [ø] dan andersom, terwijl objectief gezien het verschil tussen twee klanken natuurlijk even groot is, ongeacht de richting van de verandering.’

Experimenten

Om te testen hoe de mentale representaties van het plaatscontrast (voor versus achter) en het liprondingscontrast (rond versus niet-rond) zijn opgeslagen bij Nederlandse klinkers, deed De Rue verschillende perceptie-experimenten, onder meer met EEG. Daarmee wordt de elektrische hersenactiviteit geregistreerd, in dit geval dus de reactie van het brein op klinkerveranderingen.

Tijdens het experiment hoorden de deelnemers een stroom van losse klanken. Zij hoorden bijvoorbeeld telkens opnieuw een /o/, maar deze stroom werd soms onderbroken door een andere klank, bijvoorbeeld een [e]. De luisteraar verwacht dan een /o/, maar hoort een [e]. De kenmerken van de afwijkende klinker worden vergeleken met de kenmerken van de verwachte klinker. De Rue kon dus kijken of de reactie in beide richtingen verschilt en dus asymmetrisch is of niet. ‘Dit geeft informatie over of een kenmerk aanwezig is in de mentale representatie’, legt ze uit.

Verrassende asymmetrie

De resultaten van de experimenten toonden inderdaad asymmetrieën aan in de klinkerperceptie in het Nederlands. De Rue vond bij zowel het plaatscontrast (voor/achter) als het liprondingscontrast een asymmetrie. De asymmetrie voor lipronding was verrassend, want zo’n asymmetrie is er bijvoorbeeld niet in het Duits. Duitse en Nederlandse luisteraars nemen de verschillen tussen dezelfde klinkers dus op een andere manier waar. Blijkbaar maakt het niet alleen uit welke klinkers een taal heeft, maar ook hoe die in een taal precies gebruikt worden.

Talen vergelijken

Het is voor het eerst dat deze asymmetrie is gevonden voor het contrast tussen ronde en niet-ronde klinkers. Deze asymmetrie kan niet op precies dezelfde manier verklaard worden als de asymmetrie bij het plaatscontrast die al bekend was. De Rue doet in haar proefschrift daarom een voorstel voor hoe het komt dat er in het Nederlands een asymmetrie is voor lipronding.

Vervolgonderzoek zou moeten uitwijzen of soortgelijke asymmetrieën ook gevonden kunnen worden bij andere talen dan het Nederlands. Gedetailleerde perceptie-experimenten die verschillende talen vergelijken zouden meer inzicht kunnen bieden in de overeenkomsten en verschillen tussen verschillende talen en taalsystemen. Op die manier kan ook meer inzicht verkregen worden in of bepaalde fonologische verschijnselen algemeen of taalspecifiek zijn. De Rue: ‘Oog voor detail is dus belangrijk voor inzicht in het grote geheel.’

Dit artikel verscheen eerder in aangepaste vorm op Radboud Recharge