Zoek in de site...

Verslag: Wie is Daniel Dennett? | College


Wie is Daniel Dennett?
College door filosoof Marc Slors
Maandag 7 maart 2016 | 19.30 - 21.00 uur | Collegezalencomplex Radboud Universiteit, Nijmegen

Marc Slors is hoogleraar cognitiefilosofie aan de Radboud Universiteit.

Hoogleraar cognitiefilosofie Marc Slors introduceert vanavond het denken van Daniel Dennett aan een enthousiast publiek. Dennett, die zaterdag Nijmegen aandoet voor een lezing bij Radboud Reflects, was in de jaren ’90 – Slors schreef toen zijn thesis - ‘’een soort vijand’’ van Slors: “Ik vond hem slecht, ik zag in hem een behaviorist, iemand die de realiteit van de geest ontkende. Hij bediende zich van een materialisme dat we in mijn ogen uit de weg moesten gaan. Maar ik draaide bij. De theorie is veel meer sophisticated dan ik dacht. We hebben de positie van Dennett nodig.”

Overtuigingen en verlangens

Dennett debuteert in ’69 met Content and consciousness, een werk waarin hij zijn vroege filosofische project uit de doeken doet. ‘Content’ verwijst naar mentale toestanden van mensen, zoals overtuigingen, verlangens, intenties en verwachtingen. Hoe kan het dat een mentale toestand over iets gaat, vraagt hij zich af? Hoe kunnen we overtuigingen en verlangens hebben? Het tweede thema voor Dennett is bewustzijn, een begrip dat hij karakteriseert als het subjectieve gevoel van ervaring. Het is de missie van Dennett om uit te leggen hoe mentale toestanden en het bewustzijn kunnen bestaan in de natuurlijke wereld, zónder een magische of mysterieuze uitleg te geven.

Dat brengt Slors op een ander belangrijk punt: Dennett is een materialist. “Dennett ziet alles dat bestaat als materieel. Dat wil niet zeggen dat de geest te reduceren is tot materie – het is niet slechts natuurwetenschap.”

Schaakcomputer

Het begrip intentional stance speelt een belangrijke rol in de theorie die Dennett inzet om zijn stelling over mentale toestanden (verlangens, overtuigingen, verwachtingen) te ondersteunen. Die theorie laat zich het best uitleggen aan de hand van een voorbeeld. “Stel je voor”, zegt Slors “dat je een potje schaak speelt tegen een schaakcomputer. Nadat jij een zet hebt gedaan, vraag je je af wat de tegenstander – de computer – gaat doen. Je wilt zijn gedrag voorspellen. Hoe kun je dat doen?“

Er zijn een drietal opties om dat aan te pakken, stelt Dennett. Je kunt de schaakcomputer bijvoorbeeld behandelen als een fysieke machine (physical stance), bestaande uit moleculen en atomen die zich bewegen volgens de wetten der natuur. Door heel veel berekeningen (computaties) over het systeem uit te voeren, krijg je informatie over de te verwachten handeling. Klein probleem: dit is in theorie honderd procent betrouwbaar, in de praktijk is het honderd procent onhaalbaar.

Software

Neem dan de design stance. Als dat je uitgangspunt is, vertelt Slors, kijk je naar de manier waarop de schaakcomputer geprogrammeerd is. De code kun je helemaal lezen, om te zien hoe de software in elkaar zit, en welke zet de computer waarschijnlijk gaat doen. Je hoeft in dit geval minder berekeningen te doen, maar het is ook een iets minder betrouwbare methode. Het is het best om de intentional stance aan te nemen: behandel de machine alsof het een rationeel handelend persoon is, als ware hij een andere menselijke schaakspeler. Dan kom je héél snel met een voorspelling over het gedrag van de schaakcomputer, veel sneller dan dat het bij de design stance en physical stance zou lukken.

Precies die intentional stance kunnen we heel goed toepassen op mensen, vertelt Slors. “We zijn wat complexer dan een schaakcomputer, maar het idee is soortgelijk: we kunnen elk systeem volgens Dennett intentioneel noemen als het gedrag van dit systeem goed voorspeld, uitgelegd en begrepen kan worden door een beschrijving te geven van overtuigingen en verlangens.” Als mensen dat horen, denken ze vaak dat Dennett een behaviorist is. Dennett betoogt dat alles wat bestaat gedrag is, maar hij ontkent het bestaan van de mind niet. Hoe zit dat?

Organen

Er zijn twee manieren om naar systemen te kijken. Je kunt dat doen op een sub-personal level of description. Als je die aanpak hanteert kijk je naar het systeem in termen van zijn delen. Beschrijf je je ingewanden of je breinprocessen, dan ben je op dat niveau bezig. Daar staat het personal level of description tegenover: een beschrijving van mensen als totaalsysteem. Dat is ook het domein waar je moet zoeken naar overtuigingen, verlangens en verwachtingen. Slors: “Breinen hebben geen overtuigingen, angsten en hoop. Mensen wel.”

Naast de aandacht voor mentale toestanden, heeft Dennett zich ook uitgesproken over de vrije wil. Wie bij Dennett op zoek gaat naar een definitie van dat begrip, moet de ondertitel van zijn boek Elbow room eens lezen: The varieties of free will worth wanting. “Je krijgt het idee dat er niet zoiets is als één notie van vrije wil. We moeten ons afvragen: welke van die definities is de moeite waard van het willen?”, aldus Slors.

Bang voor determinisme

Als het over vrije wil gaat, zijn mensen vaak bang voor determinisme. Dat zou betekenen dat we helemaal niks te kiezen hebben. Determinisme wordt dan voorgesteld als de absolute tegenhanger van de vrije wil – ze zijn incompatibel, niet verenigbaar. Wie Dennett leest, komt er achter dat hij een compatibilist is: Dennett denkt dat vrije wil mogelijk is, zelfs als de wereld deterministisch is. Hoe kan dat?

Neem nu een eend, die probeert te vluchten omdat hij anders wordt opgegeten door een ander dier. Op het niveau van de eend zelf, is hij zeer gedetermineerd: er zijn moleculen en celstructuren die de eend bepalen. Als je echter van dat niveau uitzoomt naar een hoger level, is er ruimte voor een soort autonomie, ruimte om te overleven: de eend zorgt er voor dat hij niet ten prooi valt aan een ander organisme. Slors: “Dennett spreekt hier van evitability – overkomelijkheid. De eend is in staat om bepaalde situaties uit de weg te gaan die ongunstig zijn.”

De eend is dus weliswaar bepaald door de wetten van de natuur, maar de eend zelf is niet bepaald. Hij is een onvoorspelbare entiteit en hij kan bepaalde soorten situaties voorkomen. We kunnen onze omgeving zo managen dat hij voordelig is voor ons, we zijn in staat om situaties te mijden die we uit de weg willen gaan. Tot het niveau dat we dat kunnen, mogen we onszelf vrij noemen.

Leestip

Wie nog met zijn neus de boeken in wil ter voorbereiding kan zich wagen aan Intuition Pumps (2013), een toegankelijk boek. Wie een stapje verder wil gaan kan zich tegoed doen aan de favoriet van Slors, Elbow room (1984), waarin Dennett aantoont dat het determinisme niet zo’n groot probleem is als we denken.

Door: Karlijn Ligtenberg