Zoek in de site...

Verslag: Wat is het Antropoceen en wie zijn Peter Sloterdijk en Bernhard Stiegler?

Wat is het Antropoceen en wie zijn Peter Sloterdijk en Bernard Stiegler?
College door filosoof Pieter Lemmens 
Donderdag 16 juni 2016 | 19.30 – 21.00 uur | Collegezalencomplex Radboud Universiteit, Nijmegen

Pieter Lemmens is techniekfilosoof en verbonden aan het Institute for Science, Innovation and Society (ISIS) van de Radboud Universiteit. Lisa Doeland is programmamaker bij Radboud Reflects.

Op 27 juni 2016 gaan in Nijmegen twee grote denkers met elkaar in debat: de Duitse filosoof Peter Sloterdijk en de Franse filosoof Bernard Stiegler. Zij gaan praten over het Antropoceen: het nieuwe tijdperk waarin we nu leven. Wat bedoelen deze denkers nu precies met deze term? En wat betekent het voor de mens om in dit nieuwe tijdperk te leven? De meest prangende vraag is misschien wel: welke gevolgen heeft de overgang naar het antropoceen voor de toekomst van onze planeet en de mensheid als zodanig? Pieter Lemmens geeft een inleidende lezing.

Wat is het Antropoceen?

Veel wetenschappers delen de opvatting dat we een nieuw tijdperk zijn binnengetreden. We leven niet meer in het Holoceen, dat begon toen de mens landbouw ging plegen, maar in het Antropoceen. Deze term werd al vanaf de jaren ’20 van de vorige eeuw gebruikt door Russische geologen, maar zij is in haar huidige betekenis pas in de jaren ’80 door de Amerikaanse ecoloog Eugene Stoermer op de kaart gezet.

De Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen (atmosferisch chemicus) heeft de term gepopulariseerd tijdens een internationale conferentie in het jaar 2000. Hij stelde dat de gevolgen van menselijk handelen voor de aarde zozeer zijn toegenomen, dat we niet meer alles kunnen verklaren vanuit geologische factoren. Daarom moeten we volgens Crutzen spreken van een nieuw geologisch tijdperk, het Antropoceen. Anthropos is het Oudgriekse woord voor mens.

We zijn de aarde aan het ‘consumeren’. We putten haar uit. Sinds de industriële revolutie en de komst van de stoommachine zijn we op grote schaal CO2 aan het uitstoten. Dit heeft een enorme wereldwijde impact op de aarde en haar ecosystemen. Er drijven inmiddels ‘eilanden’ van zwerfplastic in de oceanen. De olievoorraad begint op te raken. Tussen 1945 en 2000 is de wereldbevolking verdubbeld en het aantal auto’s vertwintigvoudigd (van 40 naar 800 miljoen). Hoe lang blijft dit nog goed gaan? Staan we aan de vooravond van een zesde massa-extinctie? Wordt het niet eens tijd om verantwoordelijkheid te nemen?

Het is duidelijk dat de mens een cruciale geologische factor is gaan spelen. Het behouden van de aarde als een duurzaam systeem is een taak die we niet uit de weg kunnen gaan. Maar wat gaan we er precies aan doen? En kunnen we deze opgave wel aan? Hierover gaan op 27 juni de twee denkgiganten Sloterdijk en Stiegler in  debat. Ze gaan het hebben over de vraag wat het Antropoceen betekent voor het mens-zijn, ons denken, de samenleving, cultuur, wetenschap en techniek.

Wie is Peter Sloterdijk?

Van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk (1947) is de trilogie Sferen het bekendste werk. De sfeer is een intieme, gedeelde ronde, waarin mensen wonen. De allereerste sfeer waar wij mensen ons tijdens ons leven in bevinden is de baarmoeder, die vervolgens model staat voor alle overige sferen. Overal waar menselijk leven is, vormen zich zogenaamde ‘bewoonde bollen’. Deze kunnen bewegend zijn, maar ook op één plaats blijven. De mens bouwt en bewoont de sferen en kan niet zonder ze.

De ‘sferologie’ is een theorie over binnenruimtes. Door deze binnenruimtes naar buiten te projecteren ontstaan er nieuwe sferen. Microsferen worden macrosferen en polysferen. Deze zijn allemaal gemodelleerd naar die ene microsfeer: de baarmoeder. Een voorbeeld van een macrosfeer is een stad. Maar ook een ruimtepak kan bijvoorbeeld gezien worden als een sfeer. De bol over het hoofd is nodig om te kunnen overleven in de ruimte. Zonder deze sfeer zou de mens buiten de aarde niet in leven kunnen blijven. De geschiedenis van de mens is een sferen-expansie, aldus Sloterdijk.

Door de globalisering zijn lokale sferen op dit moment aan het verdwijnen en ontstaat er een wereldsfeer. Omdat er een voortdurende herformattering in grotere gehelen plaatsvindt, krijgt de mens telkens opnieuw te maken met zogenaamde ‘formaatstress’. De mens groeit doordat hij hiermee leert omgaan.

Onze ‘groei-economie’ is een oneindig project, maar wel op een eindige basis. De planeet aarde is niet onuitputtelijk. Pieter Lemmens legt dit uit met een concreet voorbeeld. Als we alle schulden die open staan in de wereld willen delgen, hebben we drie aardes nodig om dit voor elkaar te krijgen. De aarde was tot nu toe altijd een decor en podium voor de menselijke cultuur, want het had een schijnbaar onuitputtelijk reservoir van bouwstoffen, grondstoffen en energie. Maar nu de mens dit podium aan het afbreken is, wordt duidelijk dat de redding ervan de inzet van het culturele toneelspel zal moeten worden.

Wat moeten we doen? Sloterdijk zegt: onze levens veranderen. We moeten ons consumentisme inruilen voor een zorgzamer bestaan. Er zit niets anders op dan matigen en eenvoudiger gaan leven. We moeten de technologie veranderen van een destructieve kracht naar een constructieve vorm, die coöperatief is met de natuur en haar niet langer uitput.

Wie is Bernard Stiegler?

Volgens Bernard Stiegler (1952) is de mens bij uitstek een technologisch wezen. Pieter Lemmens legt dit uit aan de hand van de mythe van Prometheus. De mens komt ter wereld als een ‘naakt’ wezen, zonder natuurlijke eigenschappen. Daarom stal de titaan Prometheus het vuur van de goden en gaf dit aan de mens. Die kon door middel van deze en andere technieken zijn gebrek compenseren.

De mens is dus van oorsprong een prothetisch wezen, zonder intrinsieke kwaliteiten, maar wel in het bezit van een artificiële constitutie. Hij heeft geen natuurlijke grenzen, want zijn wezen is niet in zichzelf maar buiten zichzelf; in een milieu van technische artefacten. Door zijn tekort moet de mens zichzelf telkens opnieuw uitvinden.

Voor Stiegler is het Antropoceen het openbaar worden van het vervuilende en destructieve karakter van de organologische configuratie, die sinds de industriële revolutie opgekomen is. De techniek is een pharmakon voor de mens. Dit betekent dat het een gif kan zijn, maar tegelijkertijd een medicijn. We staan voor een grote opgave, omdat de zelfvernietiging van de mensheid een reële mogelijkheid is geworden. Volgens Stiegler moet de mens op een andere manier technisch gaan zijn. Hij wil naar een ‘Negantropoceen’: een niet-vervuilende en niet-destructieve organologische configuratie.

Maar hoe komen we van het Antropoceen naar een Negantropoceen? We voelen allemaal de negatieve potentie van het Antropoceen met haar crises. We vermoeden dat het eens mis zal gaan, maar we weten niet wat we ertegen moeten doen. Stiegler zegt dat we deze negatieve potentie positief om moeten buigen. Onze taak is te komen tot een ecologische en ecosofische wending. De economie moet weer een ‘zorg dragen voor het huis’ worden (oikos is Oudgrieks voor huis). Het globale kapitalisme is het systeem dat ons van het oplossen van de echte problemen afhoudt. Dit systeem zal dus omgevormd moeten worden, zodat de problemen aangepakt kunnen worden.

Waarom moeten we 27 juni naar het debat komen?

Pieter Lemmens beantwoordt na afloop van zijn lezing nog een aantal vragen. Eén daarvan is: kunnen wij de formaatstress wel aan als mensen? Sloterdijk zou zeggen: mits wij ons leven veranderen. Een tijd lang heeft niets ons meer gemotiveerd om dit ook te doen. Misschien zijn de crises van dit moment wel een nieuwe impuls hiervoor. De signalen die de crises uitzenden worden opgepakt door wetenschappers, maar ook door activisten en nieuwe ‘profeten’.

Politici steken volgens Pieter Lemmens echter nog steeds hun kop in het zand. De politiek is niet meer gericht op de toekomst, omdat er geen verlangen meer naar is. Ons economische systeem is steeds meer gericht op het bevredigen van kortstondige behoeftes, in plaats van op dromen en idealen. Door de economie worden wij mensen steeds driftmatigere wezens, hetgeen de economie vervolgens weer stimuleert. Om deze cirkel te kunnen doorbreken moeten we het systeem veranderen. Hier kan een middel zoals het internet ons volgens Stiegler bij helpen. Het probleem is dat deze middelen nog worden gekoloniseerd door de groei-economie, en daar moeten we vanaf.

Hebben Stiegler en Sloterdijk nog hoop? En zijn deze oplossingen niet tegen beter weten in? Stiegler zal zeggen: we moeten het geen hoop noemen, maar rationaliteit. Sinds eind jaren ‘70 hebben we de technologische innovatie overgeleverd aan de markt. Voorbeelden hiervan zijn universiteiten en ziekenhuizen, die tegenwoordig winstgevend moeten zijn. Tot 1979 bemoeiden de staat en de politieke lichamen zich hiermee. Omdat dit nu niet langer het geval is, is de technologie toxisch geworden. Volgens Pieter Lemmens zou de politiek verplicht moeten worden om zich bezig te houden met de technologie. Pas dan kan het gif omgevormd worden tot medicijn, want in het gif zit altijd het medicijn.

Maar welke nieuwe techniek hebben de filosofen dan voor ogen? Sloterdijk zou zeggen: een ‘homeotechniek’. Tot nu toe was er slechts ‘allotechniek’: techniek die anders was dan de natuur. Dit is gebaseerd op een verkeerd begrip van de werkelijkheid: een scheiding tussen intelligentie en materie. We zien nu echter steeds vaker dat er intelligentie in de natuur zelf voorkomt. Hier moeten we volgens Sloterdijk bij aansluiten met onze techniek. Dit vereist een verandering van paradigma.

Stiegler heeft niet echt een alternatief voor de huidige situatie. Stiegler heeft vooral zijn hoop gevestigd op het internet. Het is een nieuw instrument waarmee we nog moeten leren omgaan. Nu wordt het internet nog vooral op een toxische manier gebruikt, want het is voornamelijk gericht op consumptie. Maar dit kan zodanig omgevormd worden dat het een krachtig instrument wordt dat in staat is om de problemen van het Antropoceen op te lossen.

Wat zal het debat tussen Sloterdijk en Stiegler ons gaan leren? En wat heeft de filosofie te zeggen op de vraag naar de toekomst van de aarde? Pieter Lemmens denkt dat we aangesproken gaan worden op ons verantwoordelijkheidsbesef. De mens is als consument systematisch onverantwoordelijk, maar we zijn nog meer dan enkel consument. Het is een moeilijke opgave om verantwoordelijkheid te nemen voor een toekomst die je nog niet kunt kennen. Maar de mens is creatief, vooral in kritieke situaties. Dit lerende vermogen van de mens schept hoop, aldus Lemmens. Wat wij de filosofen zouden moeten vragen is: wat moeten we doen en hoe gaan we dat in de praktijk voor elkaar krijgen?

Door: Marijn Rutten