Zoek in de site...

"Bestaan betekent: een machine zijn"

Alles is een machine
Lezing door filosoof Arjen Kleinherenbrink
13 april 2017

Podcast | Foto's

What is the world ultimately made of? For centuries philosophers and scientists have pondered upon this question. Some say, for instance, that the things around us consist of tiny particles while others think that it is abstract structures or ideas that make up reality. Both are wrong, argues the philosopher Arjen Kleinherenbrink. Read the full report of this evening.

“Bestaan betekent: een machine zijn”

In zijn lezing bekritiseerde filosoof Arjen Kleinherenbrink allerlei vormen van het dualisme. Hij verzet zich tegen een gedachte die eeuwenlang dominant is geweest: de overtuiging dat objecten gereduceerd konden worden tot iets anders, of het nu een subatomair deeltje is of dat Ene: God. Kleinherenbrink is niet te spreken over zulke reductionistische theorieën. Zijn alternatief? Het machinisme.


Dingenzwerm

(c)-Ted-van-Aanholt_Lezing-Arjen-KleinherenbrinkBij wijze van aftrap wees Kleinherenbrink het toegestroomde publiek op de entiteiten om hen heen. “De zwerm van de dingen wordt door ons grotendeels genegeerd. Iedere wetenschapper zou beamen hoeveel moeite en apparatuur het kost om een interactie tussen twee entiteiten betrouwbaar in beeld te brengen. Dat is natuurlijk een zegen. We kunnen door een bos lopen zonder iedere kleur, geur en boompje waar te nemen. We kunnen dus in een ruimte zijn zonder intens bloot te worden gesteld aan alles wat er gaande is. Er bestaat diversiteit. We leven niet alleen temidden van andere mensen, maar we begeven ons ook onder objecten. Om hier te komen bewoog u zich langs reclame, stoplichten, schuifdeuren, een parkeerplaats, zonlicht, het systeem aan dijken en sluizen.” Die dingenzwerm om ons heen maakte Kleinherenbrink tot het onderwerp van zijn boek Alles is een machine. Hij presenteert een ontologie: een theorie over wat het betekent om een ding te zijn.

Reductionisme

Waar verzet Kleinherenbrink zich precies tegen? In eerste instantie tegen alle filosofische theorieën die stellen dat dingen géén machines zijn. Volgens Kleinherenbrink heeft filosofie de afgelopen 2500 jaar de objecten in de wereld niet echt serieus genomen. Kleinherenbrink: “Er werd vrijwel altijd gedacht dat objecten gereduceerd kunnen worden tot iets anders. Het waren vaak filosofieën die objecten neerzetten als tweederangs burgers in de realiteit. Objecten werden hoogstens gezien als representaties of effecten van iets anders en alléén dat andere was uiteindelijk reëel.”

De V.O.C.

De afkeur van dingen was al bij Aristoteles zichtbaar. Hij moest niets hebben van huisvuil, haar en modder. In de zeventiende eeuw stelde Leibniz zelfs dat zaken als de V.O.C. niet bestonden omdat ze niet compact genoeg zijn. Kleinherenbrink: “Als hij vandaag had geleefd zou hij vast beweerd hebben dat Microsoft, de Europese Unie, subculturen en deze universiteit niet bestaan. Ook de bekende filosoof Daniel Dennett beweert dat je wel gek moet zijn om te zeggen dat een fles wijn een eigen karakter heeft dat je kunt ontdekken door te de wijn te proeven. Wie écht wil weten wat er gebeurt in een glas wijn, moet volgens hem de chemische componenten van de wijn onder de loep nemen.”

Concreet dualisme

De dualisten waar Kleinherenbrink tegen van leer trekt, stellen dat achter de schermen van de wereld een machine, fabriek of motor schuilgaat die de bron of de oorzaak is van alles dat gebeurt. Het enige waarover dualisten van mening verschillen, is wat die machine dan precies is. Sommige zeggen dat het God is, anderen zien subatomaire deeltjes als bron van alle dingen in de wereld. De logica is echter altijd hetzelfde, al zijn er twee varianten. De eerste is concreet dualisme. Dat is de filosofische stroming die stelt dat objecten zoals boeken, virussen en liefde niet concreet genoeg zijn. Onder het tapijt van dingen moet iets liggen dat dieper, onveranderlijker en meer permanent is. Concreet dualisten zien dat substraat vervolgens als ultieme realiteit. De complex dualist vindt de dingen zelf juist niet complex genoeg. Kleinherenbrink: “Hij zal stellen dat de uiteindelijke aard van de realiteit geen ding meer is maar iets anders. De bekende kandidaten zijn ideeën, netwerken, patronen en perspectieven. Die moeten dus niet gedacht worden als harde objecten maar als regels, relaties, of snoeren die alles aan elkaar rijgen.” De Platoonse ideeënwereld is daar een bekend voorbeeld van. Plato stelde dat er buiten onze wereld een eeuwige, onveranderlijke zuivere ideeënwereld bestond waarin de ultieme vorm van alles dat bestaat ligt opgeslagen.

Wat is een ding eigenlijk?

Kleinherenbrink wil zelf een heel andere kant op. “Alle entiteiten waar wij de werkelijkheid mee delen, zijn zelf machines. Dingen zijn niet slechts verwijzingen naar een centrale bron of een scenario waarin ze geproduceerd worden. Dingen zijn zelf actieve, werkzame krachten. Er is niet één machine achter de schermen, maar de dingen zelf zijn machines en oorzaken van productie en vernietiging.” Kleinherenbrink betoogde dat een entiteit nooit te reduceren is tot iets anders. “Wat niet te reduceren is tot iets anders is op zichzelf nukkig, koppig en ongrijpbaar. Je kunt objecten en gebeurtenissen niet reduceren tot hun onderdelen.” Om die stelling te illustreren haalt hij een voorbeeld aan van filosoof Henri Bergson. Hij stelde dat je oneindig veel foto’s niet kunt samenvoegen tot een écht dorp. Zo leidt een combinatie van alle feiten over een persoon niet tot een echt mens. Kleinherenbrink gaf nog een voorbeeld ter verduidelijking: “Het staat buiten kijf dat er kozijnen deuren en stenen nodig zijn om een huis te generen, zoals een huis ook een perceptie in ons kan genereren. Maar een huis is niet te reduceren tot fysieke onderdelen of onze perceptie daarvan. Een huis laat zijn eigen sporen achter in de realiteit.”

Een entiteit is zijn vermogens

(c)-Ted-van-Aanholt_GesprekVolgens Kleinherenbrink is een entiteit zijn vermogens. “Stel dat je de Franse taal leert met behulp van boeken, audio-opnames en leraren. Jouw interactie met die entiteiten genereert het vermogen om Frans te spreken. Maar dat vermogen is niet die audio-opname of dat tekstboek. Je kunt je vermogen aanwenden om een gesprek te voeren. Op een vergelijkbare manier is lopen een uiting of gebruik van een vermogen, maar niet het vermogen zelf. Vermogens zijn altijd dieper geworteld dan het contact met andere entiteiten. Vermogens worden volgens het machinisme gegenereerd vanuit de ontmoetingen die een entiteit heeft gedurende zijn bestaan. Je bent de generator van je emoties en ervaringen, maar je bent ze niet en daarom kun je ze kwijtraken. Wat je wel bent? Je vermogens. Een mens is een complexe structuur van vermogens die worden verworven doordat talloze entiteiten aan je zijn gekoppeld. Je bent een verzameling van sporen van de wereld.”

Door: Karlijn Ligtenberg

Wil je op de hoogte blijven van onze activiteiten? Schrijf je dan in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief.