Zoek in de site...

Che Guevara – nieuwe Christus? - Column door Daniela Müller

Ze hebben hem netjes afgelegd. De vervilte haren zijn geknipt, zijn verwilderde baard is bijgepunt, gezicht en lichaam zijn gereinigd van de rimboesporen.

che_guevara
Ze hebben er voor gezorgd dat zijn ogen openblijven en daarom kijkt de meeslepende charismaticus de eeuwigheid in, ontrukt aan de wereld van pijn, ongerechtigheid en ellende.

De trofee is klaar. De fotografen mogen aanrukken, de buit ligt gereed voor nadere inspectie. De overeenkomst met de stilering van de dode Christus van Andrea Mantegna.

Was dit opzet? Hebben de opdrachtgevers zich gerealiseerd dat zij een alter Christus, een nieuwe Christus, hadden geschapen? Dat zij een icoon van de politieke verlossing in het leven riepen? De moord werd in de loop van de middag van 9 oktober 1967 uitgevoerd door een dronken onderofficier van het Boliviaanse leger in het schoolhuis van het oerwouddorpje La Higuera. Het zal de ironie van de geschiedenis zijn dat de opdrachtgevers voor deze moord zelf de aanzet tot de cultus rond Ernesto Guevara de la Serna gaven. Ernesto, die Che genoemd werd, naar de gewoonte van de Argentijnen om in hun zinnen telkens een korte bevestiging, Che, in te vlechten.

De boeren van La Higuera, die hem niet geholpen of gesteund hadden, maakten nu snel een ere-altaar gereed, misschien een uitdrukking van berouw, misschien een handige zet om het toerisme op gang te brengen.

Behalve de foto’s is er het In memoriam, uitgesproken door Fidel Castro op 18 oktober in Havana, ten overstaan van honderdduizenden toehoorders. Che werd een mythe, een mens van onberispelijke levenswandel. Fidel houdt het de mensen voor, en zijn formule wordt klassiek: zo worden als Che; Che, de mens van de toekomst, voorbeeld voor alle tijden.

Che, de nieuwe Christus, is gestorven voor het ideaal van de nieuwe mens. Het is de Christus met de karabijn, zoals de Oost-Duitse dichter en zanger Wolf Biermann het verwoordt in zijn lied van Commandante Che Guevara, of zoals de filosoof Jean Paul Sartre het uitdrukt: de meest volmaakte mens van deze tijd.

Een revolutionair die nooit een religieuze legitimatie voor zijn handelen aanreikte, die zich liet leiden door een militant humanisme, zelfs voor het doden van mensen niet terugschrok, werd een tweede Christus? Hoe kon het zover komen?

De stilering was evident: Sartre zag in Che Guevara een volkomen overeenstemming van denken en handelen, van theorie en praxis. Geleefde ascese als uitdrukking van revolutionaire gezindheid, gekenmerkt door een verachting van consumptie, het geld, de afgoden van de macht. Radicaliteit in pathetische toonzetting.

En dan de analogie met Christus: de dood in Bolivia trof Guevara niet toevallig en evenmin onvoorbereid. In zijn Boodschap aan de Volkeren der Wereld had hij zijn einde voorspeld, was niet uitgeweken voor het noodlot, maar had de dood welkom geheten - als het zou bijdragen tot de verlossing van de mensheid van onderdrukking en uitbuiting. Van het kruis tot de opstanding, dat kan ook van Che worden gezegd. In zijn Boliviaanse dagboek voltrekt zich de dramatiek van de verlosser wiens missie uitloopt op de mislukking. Andrew Sinclair, historicus van de guerrilla beweging, zegt het zo: ‘Het dagboek onthult de naakte, gekruisigde, onaangepaste Che…een groot mens, die zijn mannen in beweging probeert te houden, terwijl hij de naderende dood onder ogen ziet.’

En was hij niet ook verraden, net zoals Christus, door degenen die hij bevrijden wilde? Che, de seculiere verlosser, wiens morele zuiverheid tot bovenmenselijke proporties was opgetild door Fidel Castro, kon tot projectievlak dienen. Hij mocht fungeren als quasi-goddelijke legitimatie van het geweld in de strijd om de gerechtigheid. Als hij smetteloos was, dan gold dat ook voor het geweld, dat hij zelf had gepropageerd, en dat uiteindelijk geen legitimatie meer nodig had. De Christus met de karabijn, de gewapende Christus, was dan ook niet langer een tegenstelling in zichzelf, aangezien Che als guerrillero de zuiverheid personifieerde.

Maar kan een dergelijke stilering wel slagen, wanneer de feitelijke gezindheid van Che hiervoor geen aanknopingspunten biedt?

Was hij soms meer dan een revolutionair, vooral meer dan een marxistische revolutionair, toen hij in 1966 in een interview verklaarde: ‘In wezen gaat het niet zo zeer om de revolutie, die ik verdedig, mij is het veeleer te doen om de mens’. Het vrijwillige zelfoffer is bij hem een terugkerend motief: ‘Men draagt de revolutie niet op de lippen om haar te verkondigen, men draagt haar in het hart om voor de revolutie te sterven’.

Zelfs in zijn theorie van de guerrilla blijkt deze gerichtheid op het offer van het eigen leven. Voor Che is niet de partij de initiator, motor of coördinator van de revolutie, maar de opstand zelf. De guerrilla is de kern van zijn theorie en kern van zijn handelen. Een kleine, goed getrainde en vastbesloten groep komt in actie om de schijndemocratie van Latijns-Amerikaanse dictaturen te ontmaskeren. De groep, maar ook het individu, zijn tot elk offer bereid, ook het offer van het eigen leven. Dat offer kan zelfs doelgericht worden ingezet om het vuur van de noodzakelijk revolutionaire gezindheid te doen oplaaien.

Opnieuw de ironie van de geschiedenis: de tegenstander van de consumptiecultuur is inmiddels een inkomstenbron van de pop-art geworden: Che op koffiemokken, Che op slips, Che op mousepads.

Voor ons in het westen is Che inmiddels vooral een popfiguur. Zijn portret schept de sfeer voor links liberale zelfstilering, hoogoplopende discussies, melancholie over voorbije tijden. Met een tweede Christus schieten wij weinig op, de eerste is al moeilijk genoeg. Maar een blik op Zuid-Amerika, zoals Erik Dijkstra het onlangs deed, laat een ander scenario zien: Che nodigt tot navolging in daden uit, hij inspireert tegen de onderdrukking in.

Daniela Müller is kerkhistoricus aan de Radboud Universiteit. Zij is met name geïnteresseerd in mensen die in conflict kwamen met de kerkelijke leiding doordat zij afweken van de leer. Ze schreef deze column in het kader van het filmgesprek The Motorcycle Diaries – 50 jaar Che Guevara.