Zoek in de site...

De (on)zinnigheid van het verleden

Terugblik Peter Raedts. Illustratie: bowie 15Het nut en nadeel van de geschiedenis | Lezing en gesprek met historicus Peter Raedts 
Donderdag 12 oktober 2017 |Radboud Reflects Maand van de Ethiek 
@ Faculteit der Letteren

Podcast

Om onszelf echt te begrijpen, moeten we ons verleden kennen. Hoe de wereld eruit ziet is namelijk bepaald door eeuwenlang menselijk handelen en dit beïnvloedt nog steeds hoe we vandaag de dag denken en tegen de wereld aankijken. Maar kan kennis van het verleden ons wel echt verder helpen? Wat valt er eigenlijk precies te leren van de geschiedenis? En hoe weten we dat we niet de verkeerde les hieruit trekken? Peter Raedts, emeritus-hoogleraar Geschiedenis aan de Radboud Universiteit, ging in zijn lezing op zoek naar antwoorden. Deze bijeenkomst stond in het teken van de Maand van de Ethiek op de Faculteit der Letteren. Na afloop ging Raedts in gesprek met programmamaker Anouta de Groot over het effect van geschiedschrijving.

Vertrouwen

In ons dagelijks leven vertrouwen we veel op anderen. Zo vertrouwen we een financieel specialist wanneer hij vertelt dat het met de economie goed gaat en vertrouwen we onze huisarts wanneer hij zegt dat we gezond zijn. Ook als we hier zelf geen verstand van hebben. We geloven dit, vanuit een bepaald vertrouwen. Misschien dat het af en toe fout gaat, maar dit is de uitzondering die de regel bevestigt. Van dit vertrouwen is de laatste jaren echter maar weinig overgebleven, beweert Raedts. “We leven in een tijd van ontmaskering. Steeds vaker blijkt dat dit vertrouwen onterecht is geweest, waardoor de samenleving haar houvast verloren lijkt te hebben. Dit zorgt ervoor dat er wantrouwen en ontevredenheid onder een groot deel van de bevolking is ontstaan.” Een veld dat echter aan deze vertrouwensbreuk voorbij lijkt te zijn gegaan is de wetenschap. Door middel van grondig onderzoek zou de wetenschap in staat zijn om ons de waarheid te vertellen. Met goed wetenschappelijk onderzoek kunnen we definitieve antwoorden vinden.

Wetenschap

Maar ook dit vertrouwen in de wetenschap blijkt niet terecht. “Wetenschappelijk onderzoek is slechts het vinden van een voorlopige waarheid, tot er een nieuwe theorie komt die nog meer dingen kan verklaren. Wetenschappelijke conclusies ontstaan altijd in een wisselwerking tussen de onderzoeker en het wetenschappelijke object. Hierdoor is het resultaat altijd gekleurd door de onderzoeker, met name in wetenschappen die de mens onderzoeken.” De exacte wetenschappen lijken hier misschien minder last van te hebben, maar ook zij kunnen niet beweren de waarheid gevonden te hebben. “Alhoewel er bij natuurwetenschappen minder inkleuring plaatsvindt, denken deze wetenschappers nog steeds in een bepaald paradigma. Het resultaat van het onderzoek brengt niet de hele waarheid in beeld, maar slechts een klein gedeelte daarvan, op een manier die in ons huidige wetenschappelijke wereldbeeld past.” Ook het grenzeloze vertrouwen dat we in de wetenschap stellen lijkt daarom onterecht te zijn, beargumenteert Raedts.

Foto: Kelley van Evert

Neopositivisme

Toch zien we in de wetenschappelijke wereld dat er juist steeds meer geloof komt in de kennis die het voorbrengt. Het idee dat we alles over de mens te weten kunnen komen, bijvoorbeeld via neuropsychologie of darwinisme, zien we voor het eerst sinds de 20e eeuw terugkeren. Het idee dat we met vaste zekerheid uitspraken kunnen doen over de mens bouwt voort op het positivisme. Raedts spreekt van  neopositivisme: “het neopositivisme belooft dat de wetenschap in staat is om alle problemen en mysteries op te lossen. Met kwantificeerbare uitspraken beweert men ware uitspraken te kunnen doen.” Het neopositivisme beweert de hele wereld te kunnen verklaren en alles te kunnen doorgronden, en vormt daarmee een moderne variant van het positivisme uit de 20e eeuw.

Nut van de geschiedenis

Hier zit volgens Raedts een groot gevaar in. Het is namelijk niet mogelijk dat een bepaalde wetenschap alles zal verklaren, en het is de taak van geesteswetenschappen zoals geschiedenis om dit soort claims te bespreken en te bezweren. “Totale kennis van alles is volstrekt onmogelijk. Niet alleen omdat we als mensen gebonden zijn aan taal en hiermee onze eigen structuur aan de werkelijkheid opleggen, maar ook omdat er niet zoiets bestaat als een universele menselijke natuur. Elke poging om de mens op die manier te begrijpen kan daarom niet een allesomvattende waarheid bevatten.” Het neopositivisme maakt zich schuldig aan reductionisme: een klein deel van de werkelijkheid wordt representerend voor de werkelijkheid als geheel. Hierin ligt volgens Raedts het grote belang van de geschiedenis. Door uit te gaan van het individuele karakter van culturen, die allen slechts op een hermeneutische wijze bestudeerd kunnen worden, laat de geschiedenis zien dat – als het op de mens aankomt – we niet tot een eenduidige waarheid kunnen komen.

Finalisme

Een andere belangrijke taak van de geschiedenis is het tegengaan van het finalisme. We hebben vaak een natuurlijke neiging om de geschiedenis te begrijpen als één lange, logische ontwikkeling die ervoor gezorgd heeft dat we zijn waar we zijn. De geschiedenis wordt afgeschilderd als een noodzakelijk proces waarin alles gegaan is zoals het moest gaan. Hiermee doen we echter geen recht aan de historiciteit. Door vanuit ons heden een eigen verhaal te vormen over waarom het gelopen is zoals het gelopen is, ontstaat er juist een ideologie. De grilligheid van het verleden wordt weggehaald en er blijft alleen nog maar een heldenverhaal over. Een goed voorbeeld hiervan is de Brexit: “In de Engelse geschiedenis wordt Engeland vaak beschreven als het land van rechtvaardigheid en vrijheid. Al vanaf de middeleeuwen wordt er een verhaallijn geschetst die Engeland zou moeten onderscheiden van de rest van Europa. Dit is een vorm van finalisme die een grote rol heeft gespeeld bij het afscheiden van de Europese Unie.” Het is daarom de taak van de geschiedenis om deze verkleuring van wat er gebeurd is tegen te gaan, en daarmee te voorkomen dat het finalisme leidt tot verdeeldheid en uitsluiting.

Gekleurdheid

Toch kent ook de geschiedenis als wetenschap zijn zwaktes. Als historicus zul je altijd het verleden benaderen met een vooringenomen mening en je zult behept blijven met een tijdsgebonden manier van denken. Hierdoor blijft de geschiedschrijving altijd een ingekleurd verhaal en is het onmogelijk geworden om als historicus te beweren de waarheid te hebben beschreven. Toch is dit volgens Raedts geen reden op te houden met het verleden te bestuderen: “Het is heel lastig om op zoek te gaan naar een waarheid waarvan je weet dat je die niet zult bereiken. Toch kun je hier wel een deel van in beeld brengen. Door dit als wetenschapper te accepteren is het toch mogelijk om de wereld vooruit te helpen.”

Door: David Leeftink

Aankondiging

Wil je op de hoogte blijven van onze activiteiten? Schrijf je dan in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief.