Zoek in de site...

Een klap in het gezicht – Inleiding in Karl Barth

Het aanwezige publiek ontsnapte vanavond even aan de hedendaagse wereld van geld en macht, om iets te leren over ‘een van de grootste theologen van de 20e eeuw’: Karl Barth. Zijn denkwerk werd ingeleid door theoloog, kerkhistoricus en hoogleraar Oecumenica Peter Nissen, die beloofde dat de aanwezigen kennis zouden maken met een imposant denker wiens gedachtegoed ook vandaag de dag nog bijzonder relevant is. Hij trad in gesprek met politiek filosoof Jeroen Linssen om de hedendaagse relevantie van Barths denken kracht bij te zetten en in de praktijk te betrekken.

Dialectische theologie

Barth zelf slaagde er in een video in direct de aandacht van het publiek te grijpen. Diens woorden, in vrije vertaling kort samengevat: “De God die in Jezus gesproken heeft, is geen dode God! Het is de God die ook vandaag spreekt, die we constant kunnen horen en zien. Maar let op! Hierin maken we ook fouten, opnieuw en opnieuw, wanneer we denken: hier heb ik hem!”

Gepassioneerd verwoordde Nissen Barths gedachtegoed: “God is onkenbaar tenzij hij zich uit eigen beweging laat kennen. God is radicaal anders dan ons, nergens aan te wijzen en ook niet te ervaren. De goddelijke werkelijkheid staat zelfs lijnrecht tegenover de menselijke, vandaar dat we spreken van een dialectische theologie.” Barth, zo benadrukte Nissen, wilde dan ook niets van doen hebben met het leren kennen van God door het gebruik van de rede of door God te vergelijken met de mens: alleen door de openbaring kunnen we God kennen.

Deze opvatting heeft verstrekkende gevolgen, vervolgde Nissen, want we kunnen God zodoende alleen leren kennen voor zover hij zichzelf wil openbaren. De Bijbel, waarin God zich openbaart, wordt zodoende het centrum van alle theologie. Barth is daarom buitengewoon kritisch op wat de mens zelf over religie bedenkt, en op niet-religieuze zaken die door de mens tot goddelijke werkelijkheid worden verheven. Hij bestrijdt dan ook het absolutisme van alles wat niet God is, waaronder geld, macht, ras, volk en natie, als vormen van afgoderij.

Toch geldt de dialectische theologie zeker niet slechts als beperkende factor, zo vervolgende Nissen: “God is volstrekt vrij in het zich laten kennen door ons, maar wij zijn ook vrij in het antwoord daarop. Geloof is dus een relatie tussen vrije mensen en een vrije God.” Naast vrijheid krijgt bovendien ook liefde gestalte in God.

Hedendaagse afgoderij

Gevraagd naar de afgoden van vandaag, maakte Linssen de theologie van Barth in het gesprek dat volgde meteen relevant: “De verheerlijking van het zelf (me first!) en de afgod van het geld.” Hier zou Barth radicaal tegenin gaan, want de scheiding tussen God en mens wordt hier over het hoofd gezien. “Wat wij aanbidden is het geld, het gouden kalf, wat niet aanbeden zou moeten worden,” aldus Linssen. Eigenlijk spannen we God op deze manier voor ons eigen karretje. Gevraagd naar Barths aanpak van dit probleem benadrukte Linssen wat Nissen eigenlijk al had gezegd: Barth zou de Bijbel er eens bij pakken en in beschouwing nemen hoe Jezus tekeergaat tegen het centraal stellen van geld.

Nissen vervolgde dat we kritische kracht van de Bijbelse boodschap niet moeten onderschatten: “De Bijbelse boodschap is niet neutraal, maar daagt ons uit tot een echt rechtvaardige wereld.” Deze boodschap treft ons zodoende wel eens als een klap in het gezicht omdat deze juist zo geheel anders is. “Het is jammer als we de radicaliteit van het evangelie zouden vergeten,” vulde Linssen aan. Als voorbeeld gaf hij het verhaal van de verloren zoon: “De zoon die thuis bij zijn vader blijft doet zijn best en wordt gewaardeerd, terwijl de andere er een potje van maakt en alles doet wat God verboden heeft. Toch krijgt hij een feestmaal.” Nissen koppelde dit vernuftig terug op de elementen van vrijheid en liefde die hij eerder uit de doeken had gedaan: de zoon wordt vrijgelaten, en weer ontvangen met liefde.

Ook zelfverheerlijking komt in het voorbeeld met de verloren zoon naar voren: “Je zou juist denken dat degene die goed gearbeid heeft, of kapitaal heeft verzameld, degene moet zijn voor wie we een feestmaal aanleggen,” aldus Linssen. Dat terwijl er in het oeuvre van Barth opvallend vaak verwezen wordt naar de losers, naar degenen die eigenlijk niet mee kunnen komen. Hij vervolgde: “De twee afgoden van het zelf en geld zijn bij elkaar gekomen in wat ik de ondernemersmaatschappij noem. Dit heeft natuurlijk “afval”: de verschoppelingen van het systeem.” De radicale kant van het evangelie, de klap in het gezicht, is dat het christelijke godsgeloof vaak de kant van deze losers kiest. Nissen sloot aan: “God kiest ook de losers.”

Gevraagd naar afgoderij in een seculiere samenleving, citeerde Nissen: “Waar het visioen verdwijnt, verwildert het volk.” Hij bedoelde: er is een risico dat mensen in een geseculariseerde samenleving zaken gaan vergoddelijken om de leegte op te vullen. Linssen vulde aan: “Als er niet meer das ganz Andere is, dan gebeurt dit eigenlijk noodzakelijk. We maken menselijke maaksels dan tot het absolute, want dat is dan het enige dat we hebben.” Toch toonde hij zich ook realistisch: “Ik snap dat veel mensen een bloedhekel hebben aan God omdat hij vereenzelvigd wordt met het instituut, de kerk, de paus. Barth heeft mij geleerd dat weg te doen.” In een moment van reflectie op zijn eigen atheïsme besloot hij het gesprek: “Ach, wie weet op mijn sterfbed!”

Conclusie

Met een korte uiteenzetting van de dialectische theologie van Barth, maakte Nissen het mogelijk om Barths kritische houding ten opzichte van alles wat de mens zelf over religie bedenkt, te betrekken op hedendaagse kwesties. In gesprek met Linssen kwamen als voorbeelden hiervan de verheerlijking van het zelf en de afgoderij van geld naar voren. Uit een evenwichtige dialoog waarin beiden op het gedachtegoed van Barth voortbouwden en elkaars gedachten aanvulden, kwam meerdere malen de radicaliteit van de Bijbelse boodschap naar voren. Ten slotte werd de afwezigheid van God in een seculiere samenleving als veroorzakende factor van hedendaagse afgoderij benoemd.

Dit verslag is geschreven door Daan van Barneveld, als onderdeel van de Research Master Philosophy of the Radboud University.