Zoek in de site...

Column Peter van der Heiden | CETA

Eerlijk gezegd snap ik er nog maar verdomd weinig van. Ik ben opgegroeid in de tijd van het neoliberalisme. Vrijheid blijheid. Laissez-faire. Laat de markt zijn werk doen, want die doet dat veel effectiever en efficiënter dan wie of wat dan ook; de fameuze onzichtbare hand van Adam Smith. En dus: vrijhandel is top. Hoe minder belemmeringen, hoe beter, want dan kan iedereen zo veel mogelijk gebruik maken van de vrijheid die er is. En het spiegelbeeld: handelsbarrières zijn fout. Nou ja, je kunt ze gebruiken om een onwelgevallig regime aan te pakken, maar dan noemen we het gewoon een boycot, zoals we graag deden tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika, of we noemen het sancties, zoals tegen Rusland vanwege de aanslag op de MH17. Handelsbarrières voor een politiek doel dus, als strafexpeditie – dat kan prima. Maar échte handelsbarrières leveren alleen maar ellende op. Hoeveel oorlogen zijn er niet gestart met en door beperking van de vrijhandel, en dan heb ik het niet over handelsoorlogen, maar heuse, fysieke oorlogen. Nou dan.

Maar opeens is alles anders. Aangejaagd door het ‘Amerika First’ van Donald Trump blijkt vrijhandel helemaal niet meer het summum te zijn, maar vooral veel gedoe op te leveren. Oneerlijke concurrentie bijvoorbeeld, omdat de eisen die aan producten en diensten gesteld worden bij ons anders zijn, zwaarder zijn, dan in andere landen, die wel hun producten kunnen slijten bij ons en dus onze economie leegvreten. Niet alleen lullig voor de producenten, maar ook voor de consumenten, omdat er ook nogal eens volksgezondheidsaspecten aan zitten, zoals bij de beruchte hormoonkip. En allerlei toestanden voor vakbonden en andere non-gouvernementele organisaties, die ook in allerlei verschillende landen een verschillende status hebben. En we zouden autonomie kwijtraken door allerlei vrijhandelsverdragen met eigen arbitrageregels. Die vrijheid in de vrijhandel levert dus een hoop gedoe op.

En als je dan denkt dat dat gedoe komt omdat we met een land van doen hebben dat qua systeem compleet afwijkt van het onze, een communistische dictatuur bijvoorbeeld, of een islamitische theocratie  – nou, nee. Het gaat hier godbetert over Canada, zeg maar het Amerika light, met hartstikke nette en verantwoorde mensen – zo erg zelfs, dat ze door de inwoners van de VS standaard belachelijk worden gemaakt als mietjes die veel te vaak sorry zeggen en niet mannelijk genoeg zijn om wapens te dragen. CETA regelt namelijk de handel tussen Canada en Europa. En nu dacht u misschien net als ik dat die afkorting dan wel erg voor de hand ligt – Canadian-European Trade Agreement natuurlijk – maar dat is dan weer lekker niet zo. CETA betekent namelijk helegaar geen Canadian-European Trade Agreement. Het blijkt dus Comprehensive Economic Trade Agreement te betekenen. Zo leer je nog eens wat.

Natuurlijk is daar ook een keurige, officiële Nederlandse naam voor, die we echter nooit horen, en dat heeft een duidelijke reden. In goed Nederlands heet dit verdrag de Brede Economische en Handelsovereenkomst, afgekort B.E.H. En maken we daar, net als bij CETA, een acroniem van, dan wordt het, dames en heren, een naam die goed weerspiegelt hoe wij als makke schapen achter dit akkoord aanlopen. B.E.H., uitgesproken als woord: Bèh!

Deze column door Peter van der Heiden was onderdeel van: CETA. Een wenselijk handelsverdrag? Actualiteitencollege met politicoloog Gerry van der Kamp-Alons en jurist Henri de Waele.