Zoek in de site...

21|03|29 Cultuur en ons primatenbrein | Lezingen door neurowetenschapper Rogier Mars en cognitiefilosoof Marc Slors

Cultuur en ons primatenbrein | Lezingen door neurowetenschapper Rogier Mars en cognitiefilosoof Marc SlorsCultuur en ons primatenbrein | Lezingen door neurowetenschapper Rogier Mars en cognitiefilosoof Marc Slors | Maandag 29 maart 2021 | 20.00 – 21.15 uur | Online | Radboud Reflects en het Donders Institute


VideoPodcast | English review - The mystery of the clever ape

"Een interessant onderwerp en een heel goede opzet: twee elkaar aanvullende lezingen gevolgd door discussie. Bovendien twee vlotte sprekers, geweldig!" (Uit een deelnemersevaluatie)

Aankondiging - Wat maakt de mens tot mens? En hoe groot is de rol van cultuur daarin? Als we spreken over onze verwantschap met de chimpansee, dan wordt vaak de overeenkomst van ons DNA aangehaald. Dat is voor 99,4% hetzelfde. Hoe kan het dan dat wij toch anders samenleven dan de mensapen? Kijk en luister naar neurowetenschapper Rogier Mars en cognitiefilosoof Marc Slors en leer meer over de evolutie van hersenen en cultuur. Zie de volledige aankondigingstekst onderin.

Verslag - Het menselijk brein: natuur of cultuur?

Wij noemen onszelf homo sapiens, de denkende mens. Onze buitengewone intelligentie onderscheidt ons van andere diersoorten. Hoe kan evolutietheorie ons helpen onze intelligente hersenen te begrijpen? Zijn wij slim aangepast aan de natuur, of speelt cultuur een grotere rol? Hierover gingen neurowetenschapper Rogier Mars en cognitiefilosoof Marc Slors in gesprek tijdens een programma georganiseerd door Radboud Reflects en het Donders Institute. Rogier Mars, neurowetenschapper aan het Donders Institute en aan University of Oxford, legde uit hoe we onze hersenen kunnen begrijpen als evolutionaire aanpassing aan onze omgeving. Marc Slors, hoogleraar Filosofie van cognitie en taal aan de Radboud Universiteit, besprak hoe het menselijk vermogen om van elkaar te leren onze evolutie heeft losgemaakt van die van mensapen. Cees Leijenhorst, universitair hoofddocent Geschiedenis van de filosofie aan de Radboud Universiteit, leidde het gesprek over het spanningsveld tussen culturele en biologische evolutie. Ook het online publiek kon vragen stellen.

Cees Leijenhorst, Rogier Mars en Marc Slors, still uit livestream

Een stamboom van de hersenen

Mars benaderde de menselijke intelligentie vanuit de evolutie van ons brein. Onze hersenen lijken evolutionair onhandig: ze zijn kwetsbaar en doen er twintig jaar over om zich te ontwikkelen. Toch zijn ze geselecteerd in onze evolutionaire voorgeschiedenis. Hoe komen we erachter hoe en waarom ons brein is geworden tot wat het nu is? Comparatieve biologie biedt antwoorden: door naar de hersenen en capaciteiten van andere soorten te kijken, proberen neurowetenschappers een stamboom van de hersenen vast te stellen.

Van kikkervisje tot mensaap

Waar zijn hersenen nuttig voor? Mars nam het publiek mee door de evolutionaire stamboom. Kikkervisjes, zeeroofdieren, de enorme dinosauriërs uit het Jura-tijdperk, en zoogdieren: bij allemaal zijn de hersenen aangepast aan wat het organisme allemaal moet kunnen om voedsel te vinden, te overleven en zich voort te planten.

De mens is onderdeel van mensapen: aangepast aan het leven in het tropisch regenwoud. Mensapen hebben grote lichamen en zijn daarom gespecialiseerd in het vinden van energierijk voedsel: vruchten. Deze zijn moeilijk te spotten. Je moet dus onthouden waar ze zijn en bepalen of ze giftig zijn. Dat vereist meer beslissingen en afwegingen dan andere primaten die in de bomen leven. De mensapen hebben dan ook een groter brein.

Het brein van onze voorouder

Door te kijken naar ons brein en dat van mensapen, kunnen we het brein van onze gemeenschappelijke voorouder reconstrueren, vertelde Mars. Het moeten grote hersenen zijn geweest dat deze voorouder in staat stelde met veranderende omstandigheden om te gaan, eenvoudige gereedschappen te maken en sociaal samen te leven.

Wat maakt het verschil?

Wat onderscheidt ons van de mensapen, is alleen het formaat van het brein relevant? Mars beantwoordde deze vraag van Leijenhorst met 'nee': "Een olifant bijvoorbeeld, heeft een groter brein, maar primaten hebben een efficiënter brein: veel meer hersencellen in een compacter brein. De opbouw van de hersenen van mensen en andere mensapen is redelijk gelijk, maar in het menselijk brein zijn hersengebieden meer geïntegreerd." Daardoor is het makkelijker om informatie tussen verschillende gebieden van het brein uit te wisselen, wat ons intelligenter maakt.

Leren van elkaar

Slors verlegde het perspectief naar het sociale leven van onze voorouders. Het grote onderscheid tussen mensen en mensapen komt niet voort uit de hersenen of het DNA, maar uit ons cultureel leervermogen. Uit onderzoek met chimpansees, de aan ons meest verwante diersoort, blijkt dat zij ongeveer even goed, soms beter, scoren op taakjes die een beroep doen op aangeboren intelligentie. Maar er is één aspect waar mensen dramatisch beter scoren: sociaal leren, ofwel leren van elkaar.

Met die kennis krijg je een nieuw model van evolutie, dat niet langer uitgaat van individuele intelligentie, maar van groepsintelligentie. Toen onze voorouders gingen samenleven, hebben ze het leren van elkaar ingebed in de cultuur. Kennis en vaardigheden werden aan kinderen overgedragen en bleven behouden binnen de gemeenschap. Daardoor hoefde niet elke nieuwe generatie opnieuw het wiel uit te vinden, maar kon deze voortborduren op bestaande kennis. Zo ontstaat evolutie op het niveau van ideeën: goede ideeën blijven behouden en worden steeds beter.

Selectie op sociaal leervermogen

Individuen die leren van elkaar zijn succesvoller in het groepsleven en hebben de meeste nakomelingen. Dit proces leidt tot genetische selectie op deze leervermogens. "Op het moment dat kennis blijft hangen in een groep en een volgende generatie daarop voort kan bouwen en daarop genetisch geselecteerd wordt, krijg je culturele én biologische evolutie die elkaar versterken. Je krijgt dan wezens die verschrikkelijk goed kunnen samenwerken. Genetische en culturele evolutie jagen elkaar zo aan," aldus Slors.

Slors beschreef dit proces van ‘gen-cultuur co-evolutie’ als hét onderscheid tussen de mens en mensapen: "Het moment waarop genetische selectie mensen gaat selecteren op basis van hun geschiktheid om in een groep te functioneren, dat is het moment waarop de menselijke evolutie aftakt."

Hoe nu verder?

Leijenhorst vroeg Mars of het model dat Slors presenteerde antwoorden biedt voor de evolutie van onze hersenen. Mars: "Dit is een hypothese, zo zou het gebeurd kunnen zijn. Maar wat ik nog mis is wat er in het brein veranderd is. Waar moet ik naar op zoek?" "Wat maakt die hypothese in de toekomst dan tot een succes?" vroeg Leijenhorst aan Slors. Dat is volgens Slors de grote verklarende kracht van de combinatie van kennis uit allerlei vakgebieden, zoals neurologisch en psychologisch onderzoek, culturele antropologie en computermodellering van gedrag. “Wat aanspreekt is het feit dat deze theorie al die informatie kan integreren en dat het recht doet aan zowel de intelligentie van dieren als van mensen. Onze bijzondere intelligentie komt niet uit onze hersens, maar uit ons collectief brein. Dat is geen bewijs, maar is wel een intellectuele sprong die je maakt."

Mars vroeg zich af wat er aan het brein is veranderd waardoor het in staat is om zo snel van anderen te leren. "Als je theorie zo breed is, kan je weinig specifieke voorspellingen doen in al die vakgebieden waar je kennis aan ontleent. Daarom blijft het aan de oppervlakte. Je moet een voorspelling hebben die je kan gaan toetsen, dat blijft lastig." Toch sluiten beide aanpakken elkaar geenszins uit, concludeerden de sprekers. Mars: "Neurowetenschappen is bottom-up. Wat zijn anatomisch de verschillen? Wat betekent dat voor wat het brein kan? Marc zijn benadering gaat andersom." Slors vulde aan: "Het belangrijkste is waar Rogier mee begon: ons brein groeit twintig jaar door. In die twintig jaar worden breinen biologisch gezien anders door in een andere cultuur te leven."

Dit verslag is geschreven door Marije Dümmer, als onderdeel van de Research Master Filosofie van de Radboud Universiteit.

Video

Podcast

Wil je op de hoogte blijven van onze activiteiten? Schrijf je dan in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief.

Aankondiging

Cultuur en ons primatenbrein | Lezingen door neurowetenschapper Rogier Mars en cognitiefilosoof Marc Slors

Wat maakt de mens tot mens? En hoe groot is de rol van cultuur daarin? Als we spreken over onze verwantschap met de chimpansee, dan wordt vaak de overeenkomst van ons DNA aangehaald. Dat is voor 99,4% hetzelfde. Hoe kan het dan dat wij toch anders samenleven dan de mensapen? Kijk en luister naar neurowetenschapper Rogier Mars en cognitiefilosoof Marc Slors en leer meer over de evolutie van hersenen en cultuur.

Voedsel zoeken

Wanneer we onze hersenen vergelijken met die van andere dieren, dan komen we volgens Rogier Mars nog steeds tot de conclusie dat de primaire taak ‘foerageren’ is: het zoeken naar voedsel met het doel  te overleven en ons voort te planten. Alle evolutionaire aanpassingen aan de hersenen zijn vanuit dat oogpunt te begrijpen. Dit ondanks het feit dat mensen uitzonderlijk grote hersenen hebben. Aan de hand van vier takken uit de evolutionaire stamboom – gewervelden en niet gewervelden, zoogdieren en reptielen, primaten en niet-primaten, mensapen en mensen – bespreekt Rogier Mars hoe onze hersenen verschillen qua grootte en interne organisatie, maar in de kern nog steeds hetzelfde doel dienen.

Collectief brein

Als wij qua hersenen en DNA zo verwant zijn aan de mensapen, waarom zijn we dan toch zo verschillend? Marc Slors vertelt hoe een relatief klein verschil uiteindelijk leidt tot een gigantisch onderscheid: anders dan andere apen zijn mensen in staat om goed van elkaar te leren. Iedere mensaap moet zich al haar kennis en vaardigheden zelf eigen maken. Mensen zijn echter in staat om kennis en vaardigheden over vele generaties over te dragen en te verfijnen. Wat ons dus slimmer maakt dan mensapen is niet zo zeer ons eigen brein, maar een collectief brein, gevormd door onze cultuur.

Vernislaag

Na hun lezingen gaan Rogier Mars en Marc Slors in gesprek over het leervermogen van de mens. Filosoof Cees Leijenhorst is gespreksleider. Naast de genetische evolutie heeft ons sociale leervermogen een nieuwe vorm van evolutie in gang gezet: culturele evolutie. De mens is daarmee in staat om te leren over generaties heen, maar wordt in de kern ook gedreven door overlevingsdrang. Hoe hangen deze beide drijfveren met elkaar samen? Is onze beschaving daadwerkelijk maar een dunne vernislaag? Of gaat de culturele evolutie uiteindelijk de boventoon voeren?

Over de sprekers

Rogier MarsRogier Mars is neurowetenschapper aan het Donders Institute van de Radboud Universiteit en aan de University of Oxford. Hij onderzoekt hoe onze hersenen zich gevormd hebben vanuit een evolutionair perspectief. Daarbij vraagt hij zich af hoe en waarom de hersenen van primaten onderling verschillen.

Marc SlorsMarc Slors is hoogleraar Filosofie van cognitie en taal aan de Radboud Universiteit. Hij houdt zich bezig met vragen rond de relatie tussen brein, gedrag en de menselijke geest. Vragen rond de vrije wil, de effectiviteit van mentale toestanden en de relatie tussen cognitie en cultuur hebben zijn bijzondere belangstelling.

Cees LeijenhorstCees Leijenhorst is associate professor History of Philosophy aan de Radboud Universiteit.



Draag je Radboud Reflects een warm hart toe? Steun ons dan met een financiële bijdrage en doneer.

Dit is een programma van Radboud Reflects en het Donders Institute.

Wil je op de hoogte blijven van de activiteiten van Radboud Reflects? Schrijf je dan in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief. Wil je verder denken over ethische vragen die spelen in jouw organisatie? Bekijk Radboud Reflects Professional – Ethische verdieping voor organisaties.