Zoek in de site...

Opinie Lianne Hoogeveen in de Gelderlander - Labels in het onderwijs

Lianne Hoogeveen opinie

De een heeft autisme, de ander ADHD en de volgende is hoogbegaafd. We zijn royaal in het uitdelen van labels, zowel in als buiten het onderwijs. Maar wat leveren ze ons op? Wat is de zin en onzin van labels en hoe helpen ze (of juist niet) bij het leren van kinderen en jongeren.

“Nou, het heeft mijn leven veranderd, sinds ik het label hoogbegaafd kreeg: toen begreep ik ineens waarom het zo vaak mis ging en voelde ik me geaccepteerd”. Sabine, masterstudent, die gedurende mijn cursus steeds maar mijn stokpaardje te horen kreeg: “niet labelen, kijk wat een leerling nodig heeft, je hoeft ze geen label te geven om ze goed onderwijs te geven”, was stellig. Stoer ook was ze ook om mijn toch krachtige boodschap naast zich neer te leggen. En ik was er blij mee, want ze liet mij de andere kant van de medaille zien; iemand die te lang het gevoel had gehad niet te deugen, anders te zijn dan haar leeftijdgenoten (en dus niet goed), voelde eindelijk erkenning.

Het zal herkenbaar zijn voor mensen die ook het label hoogbegaafd kregen, of een ander, zoals Autisme Spectrum Stoornis (ASS) of ADHD: niet aangepast gedrag, (gebrek aan) prestaties en onbegrepen gevoelens blijken een oorzaak te hebben. En de ‘gelabelde’ en zijn of haar omgeving krijgen handvatten waardoor ze mogelijk meer controle krijgen over hun leven.

Maar het kan ook mis gaan: een label schept verwachtingen, die niet altijd terecht zijn. ‘Deze persoon is hoogbegaafd, dus…mag nooit meer fouten maken, redt het zelf wel, heeft vast ‘pushy’ ouders’ , ‘dit is een autist, dus … die krijgt toch nooit echte vrienden.’ Het is de vraag of dit mensen de ruimte geeft om zich vanuit hun capaciteiten en interesses optimaal te ontwikkelen. Een label kan ook een vrijbrief zijn voor de omgeving om te denken “o, het ligt niet aan het onderwijs/de opvoeding, dus ik kan er niks aan doen” en dat dan vervolgens ook (niet) te doen. En, als we ons alleen laten leiden door labels, kan dat ook gevolgen hebben voor de ‘niet-gelabelden’: “geen label hoogbegaafd?, dan ook geen aangepast lesprogramma (ook niet als je je daardoor beter zou ontwikkelen)”.

Dus ondanks mijn begrip voor Sabine, en al die anderen wiens leven ten goede keerde na het stellen van een diagnose (en het geven van een label),  blijf ik pleiten voor onderwijs (en een maatschappij) waarin mensen ook zonder label gezien worden met al hun mogelijkheden en behoeften. Daarvoor is ruimte nodig voor ontwikkeling, ruimte voor het nemen van risico’s en dus het maken van fouten, niet alleen voor leerlingen, maar ook voor de leraren. Een ruimte waar leerlingen en leraren elkaar zien, elkaars talenten zien, en die omarmen. Dan hoeven we leerlingen niet meer te labelen als autist, ADHD-er of hoogbegaafde, maar krijgt iedereen, leerling en leraar, de kans zich verder te ontwikkelen.

Lianne Hoogeveen is bijzonder hoogleraar Identification, Support and Counseling aan de Radboud Universiteit. Op dinsdag 23 november 2021 gaat zij, samen met psycholoog Harold Bekkering,  verder in op dit thema bij de lezing “Labels in het onderwijs” van Radboud Reflects, Radboud Docenten Academie en Radboud Centrum Sociale Wetenschappen. Lees verder.