Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Zoek in de site...

Procesbeschikbaarheidslocatie

Datum bericht: 2 maart 2024

Het opsluiten van asielzoekers uit Marokko en Algerije in zogenoemde Procesbeschikbaarheidslocaties is een vorm van etnisch profileren en dus in strijd met de Grondwet.

Opinie in NRC 1 maart 2024

Carolus Grütters

Van alle migranten die naar Nederland komen heeft 90 procent al bij vertrek een verblijfsvergunning: om te werken, te studeren of om bij de partner te verblijven. Slechts 1 op de 10 migranten vraagt hier om bescherming en driekwart daarvan krijgt dat ook – na lang wachten. Dat lange wachten duurt gemiddeld zo’n 2 jaar en zorgt voor verveling, irritatie en dus ook overlast.

Het wetenschappelijke bureau van het ministerie van Justitie (WODC) onderzocht wie dat nu precies zijn, die overlastgevers onder de asielzoekers. Uit de cijfers blijkt dat er in 2022 ruim tachtigduizend verschillende asielzoekers verbleven in een opvangvoorziening van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Van deze tachtigduizend zijn er 5.900 betrokken bij overlastgevende incidenten. Dat betekent dat over het geheel genomen zo’n 7 procent van alle asielzoekers overlast veroorzaakt; oftewel: 93 procent van alle asielzoekers veroorzaakt geen overlast.

In deze groep springen er een paar nationaliteiten uit. Allereerst de Syriërs. Een derde van alle asielzoekers in 2022 kwam uit Syrië en is daarmee de grootste groep. Opmerkelijk is dat het aandeel van deze groep voor wat betreft de overlastgevende incidenten heel klein was: slechts 6 procent. Anders gezegd, Syriërs geven weinig overlast. Bij asielzoekers uit Marokko en Algerije is dat precies andersom. Een kwart van de Marokkaanse en een kwart van de Algerijnse asielzoekers is betrokken bij incidenten. Dat is naar verhouding veel omdat slechts 1,5 procent van alle asielzoekers uit Marokko afkomstig is en 2,3 procent uit Algerije.

Zoals zo vaak gebeurt, gaan sommige politici aan de haal met dergelijke cijfers. Die halen slechts de krenten uit de pap en komen dan met idiote stellingen over het verband tussen iemands schoenmaat en de kans op het plegen van een misdrijf. Kletskoek.

Wetenschappelijke inzichten zijn aan deze politici niet besteed. In het onlangs door ABD Topconsult – een ‘adviesgroep van ervaren topambtenaren’ – gepubliceerde vuistdikke rapport Bouwstenen voor het asielbeleid en asielstelsel, staat onder meer de volgende conclusie: „Opvallende uitkomst was, dat over vrijwel elk onderwerp in relatie tot dit traject in de afgelopen jaren al een rapport of studie is verschenen. Met de inzichten uit deze studies is echter niet veel gebeurd.”

Anders gezegd, de waan van de dag is een uitstekend graadmeter voor het te voeren beleid, zeker als dat op het terrein van het asielbeleid ligt. Ofwel, omdat iedereen daar verstand van zegt te hebben, dan wel omdat doorwrochte wetenschappelijke inzichten niet bruikbaar zijn voor politici die al jarenlang onzin verkopen. Zie in dat verband bijvoorbeeld het uitstekende boek van Hein de Haas Hoe migratie echt werkt.

Voor de bewindspersonen op Justitie was de ophef over overlast van asielzoekers uit het aanmeldcentrum in Ter Apel in ieder geval aanleiding om zich te bezinnen op maatregelen. Allereerst werd het idee gelanceerd voor een nieuw sober aanmeldcentrum voor kansarmen – een idee dat in de afgelopen dertig jaar met een zekere regelmaat telkens opnieuw wordt gelanceerd. Het idee wordt dan verkocht onder het motto dat kansarme asielzoekers moeten worden ontmoedigd om een asielverzoek in te dienen. Deze keer kreeg het de naam: procesbeschikbaarheidslocatie (PBL). Een eufemisme voor een detentiecentrum.

De nationaal coördinator overlastgevende asielzoekers, Kees Loef, werd vorige maand in NRCaldus beschreven: „Hij had de vrije hand gekregen van de minister en staatssecretaris om onorthodoxe maatregelen te verzinnen om asielzoekers die overlast veroorzaken, versneld uit de asielprocedure te werken. Daarbij werden bewust de randen van de wet opgezocht.” Dat is nog zacht uitgedrukt. Er wordt eenvoudig etnisch geprofileerd: dat is een verboden onderscheid maken door autoriteiten, in dit geval op grond van nationaliteit of nationale herkomst. Noem het racisme of discriminatie, maar het is in strijd met het meest fundamentele uitgangspunt in onze samenleving. En dat is artikel 1 van de Grondwet: „Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie [...] op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Heldere taal.

Maar niet voor de nationaal coördinator. Hij zorgt ervoor dat overlastgevende asielzoekers worden opgesloten in de genoemde PBL. En wie zijn dan de overlastgevers? Dat zijn niet degenen die op heterdaad in de kraag worden gevat. Overlastgevers zijn, volgens de nationaal coördinator, kansarme asielzoekers en die komen vooral uit Marokko of Algerije. Een typisch staaltje van misbruik van statistiek. Eenvoudig omdat een kwart van alle asielzoekers die uit Marokko of Algerije komen, overlast veroorzaken, wordt iedere asielzoeker uit Marokko of Algerije per definitie als overlastgever beschouwd en dus opgesloten in de PBL.

En ambtenaren die niet wilden meewerken, kregen te horen: „Dit is wat de minister wil.” De politie en het Openbaar Ministerie wilden niet meewerken aan dit project. Mensen op voorhand straffen in de veronderstelling dat ze wel ellende zullen gaan veroorzaken is immers een vorm van etnisch profileren. De druk van de minister en de staatssecretaris is echter onverminderd groot. Van den Burg heeft gezegd dat hij na overlastgevers en straks ‘derdelanders’, alle „mensen die geen asiel horen aan te vragen in Nederland” in een PBL wil stoppen: U hoort hier niet omdat u anders bent en dus waarschijnlijk voor overlast zult gaan zorgen.

Een uiterst bedenkelijke en met de Grondwet strijdige gang van zaken die ingegeven is door onderbuikgevoelens van politici, die niets met het recht van doen hebben maar alles met macht. Macht die zij niet graag gecontroleerd willen zien en al helemaal niet getoetst door de rechter. Wij leven in duistere tijden.

=.=
Carolus Grütters
Nijmegen