Zoek in de site...

De herinneringen van mr. Arte Brueren

Arte Brueren volgde tussen 2010 en 2015 de bachelors Rechtsgeleerdheid en European Law School aan de Nijmeegse rechtenfaculteit. Zij studeerde af in de onderzoeksmaster Publiekrecht, die deels in Nijmegen en deels in Groningen wordt gegeven. Sinds kort werkt Arte als docentonderzoeker op de Groningse Hanzehogeschool en is zij international voor het Nederlands zaalvoetbalteam.

Tekst: Dennis Arns

Arte Brueren groeide op in Nijmegen en ging naar het Stedelijk Gymnasium. Zij hoefde niet lang na te denken over haar studiekeuze: “Ik had op jonge leeftijd al bedacht dat ik rechten wilde studeren. Een aantal van mijn ooms is advocaat en als kind had ik een groot rechtvaardigheidsgevoel. In vriendinnenboekjes schreef ik dan op dat ik rechter wilde worden. Ik moet eerlijk zeggen dat ik me later ook niet echt verdiept heb in andere studies. Als we op school vrij kregen om naar open dagen te gaan, ging ik vaak iets anders doen. Toen ik begon met studeren was ik dus nog nooit op een universiteit geweest.”

“Ik denk niet dat ik een typische rechtenstudent was. Bij de JFV-borrels was ik bijvoorbeeld nauwelijks: ik moest altijd voetballen."

Derk Bunschoten

Volgens Arte is het hoge niveau van het onderwijs typerend aan de Nijmeegse rechtenfaculteit. “Niks ten nadele van Groningen overigens – daar heb ik ook een goede studietijd gehad – maar vooral een compliment voor Nijmegen. Er lopen uitstekende docenten rond. Ik heb bijvoorbeeld Derk Bunschoten nog steeds hoog zitten. Hij hield actualiteiten nauwkeurig bij en stond daar echt om ons iets te leren. Bunschoten was ook best streng: hij kon onoplettende studenten flink op hun nummer zetten. ‘Waarom weet jij niet wie er in de regering zitten, dit is basiskennis’. Hij droeg iets uit van: ‘jij wil jurist worden, dus step up your game’, maar had tegelijkertijd een warme uitstraling. Dat kon ik erg waarderen.”

Later zou Derk Bunschoten Artes scriptie begeleiden in de master Publiekrecht. “Ik wilde hem per se als mijn scriptiebegeleider. Ik dacht: ‘ik heb hem ooit bij een eerstejaarsvak als docent gehad, hij weet natuurlijk niet meer wie ik ben’. Dus ik had een keurig mailtje gestuurd waarin ik mezelf eigenlijk een beetje opnieuw voorstelde. Maar hij was meteen super enthousiast. Uiteindelijk is mijn scriptie mede door zijn hulp zelfs nog in de prijzen gevallen.”

"Ik zei een keer iets als ‘ik wil het ooit tot international schoppen’. Tot iemand me destijds vertelde dat het Nederlandse team al een tijdje was opgeheven."

Nieuwe sport

Na een uitstapje naar Providence (Rhode Island, Verenigde Staten, red.) begon het studentenleven van Arte wat op te bloeien. “Ik ging naar Providence om daar te voetballen, met een scholarship. Toen ik terugkwam heb ik voetbal op een iets lager pitje gezet en ben ik toch meer het studentenleven ingedoken. Dat was ook het moment dat ik de stap maakte naar het zaalvoetbal: ik werd lid bij studentenzaalvoetbalvereniging Morado. Dan krijg je vanzelf ook wel een iets actiever studentenleven. Zaalvoetbal was een nieuwe sport voor me, maar het lag me eigenlijk beter dan veldvoetbal. Het is iets technischer en sneller.”

Toen Arte begon met zaalvoetbal, bestond er nog geen nationale ploeg. “Ik wist dat eigenlijk niet. Ik zei een keer iets als ‘ik wil het ooit tot international schoppen’. Tot iemand me vertelde dat het Nederlandse team al een tijdje was opgeheven. Ik wilde het hoogst haalbare nastreven, dus eigenlijk wilde ik met Morado de Eredivisie in. We waren al kampioen geworden in de Hoofdklasse, maar voor het niveau Eredivisie kwam ons team wellicht net te kort. Drs. Vijfje, de Groningse studentenzaalvoetbalvereniging, kwam wel uit in de Eredivisie. Op dat moment ging de KNVB meer investeren in het vrouwenvoetbal; óók in het zaalvoetbal. Bij Drs. Vijfje werd ik uiteindelijk geselecteerd voor het ‘nieuwe’ nationale team.”

Arte maakte onderdeel uit van de nieuwe start van de nationale zaalvoetbalploeg. “Je speelt dan in het begin niet meteen tegen toplanden zoals Spanje, Portugal, Italië en Rusland. De staf zocht eerst gelijkwaardige tegenstanders voor de oefencampagnes. Aan wat voor landen je dan moet denken? Finland, Hongarije, Noord-Ierland en België bijvoorbeeld. Een aantal maanden geleden speelden we voor het eerst tegen een topland: in en tegen Portugal. Een leerzame tweedaagse trip, maar we zijn wel twee keer met 6-0 van de mat getikt. Er zit nog best wel wat verschil in kwaliteit tussen de nationale teams. Zo wonnen wij bijvoorbeeld weer met 8-0 van Moldavië.”

Het Wilhelmus tijdens het Oranje-debuut van Arte

Onderzoeksmaster Publiekrecht

Arte ging met Drs. Vijfje op Eredivisieniveau voetballen. Heeft de keuze voor de Groningse club wellicht ook de keuze voor de master Publiekrecht beïnvloed? “Misschien maakte het de keuze wel makkelijker. Ik wilde sowieso de onderzoeksmaster Publiekrecht doen, die deels in Nijmegen en deels in Groningen wordt gegeven. Veel van mijn Nijmeegse studiegenoten wilden niet in Groningen wonen, maar mij kwam het juist goed uit aangezien ik naar Drs. Vijfje overstapte. Ik vond de master echt heel tof en ook Groningen is mij goed bevallen. Ik zou studenten ook zeker aanraden om deze master te kiezen. Het is een prachtige kans om na je bachelor nog een nieuwe stad te ontdekken. Wat ook fijn is aan deze master is de kleinschaligheid ervan. Je krijgt bijna privéonderwijs van uitstekende hoogleraren die echt verstand van zaken hebben.”

"Ik zou studenten zeker aanraden om voor de master Publiekrecht te kiezen. Het is een prachtige kans om na je bachelor nog een nieuwe stad te ontdekken."

Italiaans uitstapje

Het Groningse leven beviel Arte zó goed, dat ze er tot op heden nog steeds woont. De coronamaatregelen zorgden er nog wel voor dat Arte een aantal maanden over de grens ging voetballen. “In seizoen 2020/21 waren er nog veel voetbalbeperkende maatregelen van kracht. In Nederland moest er twee keer per week op corona getest worden bij de wedstrijden. Drs. Vijfje is een studentenclub, daar was simpelweg geen geld voor. Toen is de hele competitie eruit gegooid.” Arte ging op zoek naar een land waar nog wel gevoetbald werd. “Ik kon terecht bij Bitonto, dat uitkomt op het tweede niveau van Italië, de Serie A-2. In Italië is het zaalvoetbal een stuk professioneler: ik kreeg daar betaald en bijna alle spelers hebben een zaakwaarnemer. Door mijn komst waren twee andere speelsters – toevallig net twee meiden met wie ik een goede klik had – uit mijn team overbodig geworden. Die werden zonder pardon weggestuurd. Ik voelde me daar enorm schuldig over. Maar die meiden hadden zaakwaarnemers en die hadden na twee belletjes allebei een andere club in een heel ander deel van Italië. Voor hen hoorde dat er gewoon bij, was het business as usual.

Tijdens Artes verblijf in Italië werd Bitonto kampioen en won het de beker. “Het was al met al een succesvolle trip en een gave tijd.” Op de vraag of Arte ooit terug wil naar Italië, blijft ze even stil.  “Heel misschien volgend jaar, maar dan wel in de Serie A. Ik sta op de radar van verschillende Italiaanse clubs, die nemen wel eens contact op. Maar dat zijn vooral Serie A-2 clubs.” Drs. Vijfje gaat het inmiddels voor de wind, met een prima tweede plek. “Je moet bij de eerste vier eindigen voor de play-offs, dus dat is gunstig. De halve finale van de beker hebben we helaas onlangs verloren. Ik ben zo’n drie dagen in de week kwijt aan zaalvoetbal, dus dat is prima te combineren met mijn juridische werk.”

"Ik denk dat ik ooit nog wel wil promoveren. Maar de manier waarop een promotieonderzoek op dit moment wordt benaderd, past niet helemaal bij mij."

Blik op de toekomst

Als international maakte Arte de ontwikkeling van het zaalvoetbal van dichtbij mee. “Zaalvoetbal zit overal in Europa in de lift. Er zijn nu voor het eerst wat jeugdopleidingen in het zaalvoetbal. Die meiden zijn ook écht goed. Ook het veldvoetbal heeft bij de vrouwen een enorme vlucht genomen, mede door de populariteit van de Oranje Leeuwinnen. Als je nu de wat oudere speelsters vergelijkt met de jongste speelsters, dan merk je al een enorm verschil in balbehandeling en techniek. Veel veldvoetbalsters gaan overigens ook zaalvoetballen om hun techniek te ontwikkelen: je speelt veel meer in kleinere ruimtes. Wat ik hoop dat er nog gebeurt? Het zou mooi zijn als zaalvoetbal een Olympische Sport wordt. Eigenlijk vreemd dat zaalvoetbal dat nog niet is en veldvoetbal wel. Een slechte zaalvoetbalwedstrijd ziet er nog steeds spectaculair uit door de snelheid van het spel. En zeg nou eerlijk: als je al een EK en WK veldvoetbal gezien hebt, zit je toch niet bepaald op dat verplichte nummertje op de Olympische Spelen te wachten?”

Wil Arte na promoveren bij Bitonto ook zelf nog promoveren? “Dat is een lastige vraag, want eigenlijk was dat al het plan. Halverwege de onderzoeksmaster had ik een heel onderzoeksvoorstel klaarliggen. Ik zou mijn master in Groningen afmaken en daarna weer terugkomen in Nijmegen. Ik heb op het laatste moment besloten om dat toch niet te doen, want mijn nieuwe leven in Groningen begon juist net. Ook in Groningen was het idee dat ik ging promoveren, maar ik vond het nogal een investering om me daar vier jaar aan te binden. Ik heb wel een jaar als docentonderzoeker gewerkt. Ik denk dat ik ooit nog wel wil promoveren. Maar de manier waarop een promotieonderzoek op dit moment wordt benaderd, past niet helemaal bij mij. Ik wil eerst meer praktijkervaring opdoen.”