Zoek in de site...

De herinneringen van mr. Nico Bouwman

Bezoekers van promoties, oraties of afscheidscolleges hebben hem ongetwijfeld wel eens in toga rond zien lopen. Rechtenalumnus Nico Bouwman leidt als pedel de academische plechtigheden van de Radboud Universiteit in goede banen. In de Aula – inmiddels alweer vijftien jaar zijn natuurlijke habitat – spreken we Bouwman over zijn studententijd, het CPO, de liefde voor de horeca en een bliksembezoek aan het verzekeringswezen.

Tekst: Dennis Arns. Foto's: Niek Tönissen.

Bouwman begon in 1979 met de rechtenstudie: “Nijmegen lag redelijk voor de hand. Ik ben opgegroeid in Angeren en zat op de middelbare school in Nijmegen, op het Canisiuscollege. Ik twijfelde tussen Nederlands, Geschiedenis en Rechten. Een duidelijk alfa-profiel dus; ik ben breed maatschappelijk geïnteresseerd. Mijn goede vrienden gingen Rechten studeren en ik ben met ze meegegaan. De faculteitsgebouwen stonden destijds nog in het stadscentrum, rondom de Oranjesingel. Wel typisch eigenlijk: de introductie vond plaats op de campus, maar het onderwijs volgde ik grotendeels in het centrum. Ik kwam dus de eerste twee jaar niet vaak op de campus, afgezien van wat hoorcolleges.”

Bouwman was meteen vrij tevreden met de rechtenstudie. “Het eerste jaar vond ik behoorlijk schools. Ik kreeg Beginselen van het privaatrecht, Strafrecht, Algemene inleiding; dat was een hoop lees- en stampwerk. Maar de werkgroepen vond ik ontzettend leuk.” Bouwman ontwikkelde een voorkeur voor Staats- en bestuursrecht. “Het idee van hoe de samenleving werkt, hoe mensen met elkaar omgaan: hoe richt je dat zo goed mogelijk in, zodat het individu optimaal tot zijn recht komt?” Bouwmans docenten speelden een grote rol in die interesse: “Hennekes van Bestuursrecht vond ik erg goed en bij Staatsrecht heb ik nog college van Duynstee gehad, in de herfst van zijn carrière. Maar het meest heb ik geleerd van Boeren en Beekman. Die docenten konden magistraal vertellen. Leijten en Maeijer konden er ook wat van.”

"Moest ik nu op mijn 22e meteen de advocatuur in? Daar had ik helemaal geen zin in, dat vond ik veel te vroeg."

- Nico Bouwman over zijn keuze om tijdelijk te stoppen met zijn studie

Een abrupte pauze

De stap naar het studentenleven was voor Bouwman minder groot dan bij zijn medestudenten: “Ik kende Nijmegen al op mijn duimpje en mijn beste vrienden gingen met me mee. Ik ben ook niet bij een studentenvereniging gegaan, dat is achteraf gezien misschien wel jammer. Wel heb ik hier getennist en ben ik actief geweest bij Loefbijter, de zeilvereniging. In het derde jaar ging ik in de horeca werken, dus kwam mijn studie ineens in een wat lagere versnelling te staan. Of ja, eigenlijk ben ik gewoon halverwege gestopt.”

De opleiding ging Bouwman goed af, maar toch besloot hij de studieboeken tijdelijk links te laten liggen. Hij legt uit: “Ik vond de stof erg interessant, maar ik dacht ‘Moet ik nu op mijn 22e meteen de advocatuur in?’ Daar had ik helemaal geen zin in, dat vond ik veel te vroeg. Toen ben ik gaan reizen: onder meer naar Griekenland, Turkije, Italië en India. Daarna kwam ik terug in Nijmegen en ben ik weer in de horeca gaan werken.” Na een aantal jaar pakte Bouwman de draad weer op door in deeltijd te gaan studeren. Bouwman lacht: “Maar dat ging wel op het dooie gemakje, want ik werkte fulltime op het Wijnfort in Lent. Ik studeerde pas op mijn 29e af.”

Het verzekeraarsjasje dat niet paste

Na het afronden van zijn studie wilde Bouwman toch een baan die verband hield met zijn studie. “Ik had Bestuursrecht, Rechtspersonen- en vennootschapsrecht, Economisch recht en Verzekeringsrecht in mijn pakket. Mijn scriptie schreef ik bij Antoon Quaedvlieg. Toen ben bij een verzekeraar gaan werken, dat leek een logisch vervolg.” Bouwman begint te lachen: “Ik heb het drie maanden volgehouden. Ik vond het verschrikkelijk. ’s Ochtends kwam je als trainee binnen in zo’n kantoortuin. Tijdens de lunchpauze werd je even uitgelaten om te luchten en dan ging je weer je hok in. Ik denk dat de grauwe tijd van het jaar daar ook niet bij hielp.”

Bouwman wist al snel dat hij hier niet gelukkig ging worden. “Op het Wijnfort in Lent was ik bedrijfsleider. Daar had ik vrijheid. En hier moest ik onderaan beginnen. Op een maandagochtend ben ik heel impulsief naar mijn afdelingshoofd gestapt en heb ik gezegd: ‘Ik ga naar huis’. Die schrok zich dood natuurlijk. ‘Doen wij iets verkeerd dan?’ Dat was niet het geval, maar dit jasje paste me gewoon niet.” Bouwman lacht:  “Toen ben ik gegaan. Mijn vriendin – inmiddels vrouw – stond perplex. Ze wist wel dat ik het allemaal niet zo bijzonder vond, maar dit verwachtte ze niet. Het was echt een impulsieve zet.”

"Op een maandagochtend ben ik heel impulsief naar mijn afdelingshoofd gestapt en heb ik gezegd: ‘Ik ga naar huis’. Die schrok zich dood natuurlijk."

- Nico Bouwman beschrijft zijn kortstondige carrière in het verzekeringswezen

Heen en weer

Via een vacature kwam Bouwman weer op de faculteit terecht, als opleidingsmanager bij het Centrum voor Postacademisch Onderwijs. “Dat was véél meer naar mijn smaak. Ik moet dingen doén. Organiseren, netwerken, regelen. Dat beviel bij het CPO uitstekend. Het centrum draaide ook in die tijd als een tierelier. Maar een jaar later werd mijn oud-collega van het Wijnfort beheerder van Landgoed Avegoor, een groot conferentiecentrum in Ellecom. Hij vroeg mij om manager te worden. Ik had het uitstekend naar mijn zin bij het CPO, maar ik kon de lokroep van de horeca niet weerstaan. Dit was een geweldige kans.” Toch duurde het niet lang voordat Bouwman weer terugkwam bij het CPO , met een functie als adjunct-directeur. “Dat was een pittige, maar leuke klus. Er waren banen in overvloed en er viel veel te regelen op personeelsgebied. Het centrum groeide als kool. Ik heb er zeven jaar gewerkt en het CPO zien uitgroeien tot een enorm bedrijf.”

"Ik dacht: ‘Pedél?! Moet ík dat gaan doen, in zo’n toga vooraan lopen in die stoet?’ Ik was stomverbaasd, maar ik ben het gesprek aangegaan. En kijk nu eens: ik doe het al vijftien jaar met veel plezier.”

- Nico Bouwman over het moment waarop hij gevraagd werd voor zijn huidige functie

Hoog bezoek

Op een dag kwam ineens de rector op bezoek bij Bouwman. “Kees Blom was dat toen nog. Ik kende deze goede man eigenlijk helemaal niet zo goed. ‘Of ik pedel wilde worden’. Ik dacht: ‘Pedél?! Moet ík dat gaan doen, in zo’n toga vooraan lopen in die stoet?’ Ik was stomverbaasd, maar ik ben het gesprek aangegaan. En kijk nu eens: ik doe het al vijftien jaar met veel plezier.”

Bouwman dacht de universiteit te kennen door zijn tijd bij het CPO, maar als pedel bleek er ineens een hele andere wereld te bestaan. “De andere faculteiten, het College van Bestuur, het College van Decanen. Je kunt de Aula een beetje vergelijken met een dorpspomp: alles en iedereen komt hier wel een keer langs door de promoties, oraties en afscheidscolleges. Daardoor komen er natuurlijk ook veel gasten van andere universiteiten hier langs. Ieder met zijn eigen verhaal. En als alumnus van deze universiteit voel ik me dan toch een beetje gastheer. En als gastheer voel ik me – en daar is die liefde voor de horeca weer – als een vis in het water.” De toga van een rechter of advocaat heeft Bouwman dus nooit gedragen. “Soms dacht ik nog wel eens dat dat een gemis was, maar nu heb ik er absoluut geen spijt van. Deze toga past me perfect.”

Druk met promoties

In zijn functie als pedel komt Bouwmans juridische opleiding beter van pas dan verwacht. “Bij promoties ben je geregeld reglementen aan het napluizen.” Het bureau van de pedel begeleidt alle promoties, oraties en uitreikingen van A tot Z. “Dat begint met de goedkeuring van het proefschrift door de manuscriptcommissies op de faculteiten. Daarna krijgen wij bericht en pakken wij het op. Wij kijken of aan alle vereisten wordt voldaan. Dan benoemen we, via de decaan, leden voor de promotiecommissie. Op de dag zelf zorgen we dat er een voorzitter is en dat het protocol wordt gevolgd. Afgelopen jaar hadden we 435 promoties. Daar zijn we dus wel druk mee ja. Vooral de administratie, dat gaat de hele dag door.”

Het pedellen zelf, het begeleiden van de promotieceremonie kost Bouwman ongeveer anderhalf à twee uur. “Meestal begeleid ik er één op een dag en verdelen we de rest met mijn collega’s bij het bureau. Daarnaast hebben we nog de oraties en de afscheidscolleges, dat is vooral de organisatie van het event eromheen. Daar komt weer die horeca-ervaring om de hoek kijken. Vooral in de Vereeniging en in de Stevenskerk vind ik dat echt mooi. Alles komt samen: het geluid, de ceremonie, eten en drinken. En bij de grotere feestjes zoals de Dies heb je ook met de gemeente te maken. Ik had niet gedacht dat deze baan me zó goed zou passen.”

“Van buiten denken mensen misschien: die juristen zijn allemaal een beetje afstandelijke, formele ballen. Toen ik begon met mijn studie dacht ik dat eerlijk gezegd ook wel een beetje. Achter de schermen is het juist een gemoedelijke boel, waar ik jarenlang met plezier heb gewerkt."

- Nico Bouwman kijkt terug op zijn tijd bij de faculteit als student en medewerker

Contact met de faculteit

Het samenwerken met de faculteit bevalt Bouwman nog steeds erg goed. “Veel mensen die nu in de Aula langskomen ken je direct of indirect. De rechtenfaculteit heeft namelijk een sterk netwerk en weet dat op een goede manier in te zetten. De faculteit reikt met zijn tentakels tot ver in de maatschappij via de advocatuur, de overheid en de rechterlijke macht.” Er zijn nogal wat mensen blijven plakken vanuit Bouwmans studenten- en CPO-tijd. “Dat voelt heel vertrouwd. De faculteit heeft mij veel gebracht. Ik heb veel te danken aan Bas Kortmann bijvoorbeeld. Hij werd later ook nog rector, dus toen werkten we weer nauw samen.”

Bouwman kijkt op de faculteit terug als een fijne studie- en werkomgeving. “Van buiten denken mensen misschien: die juristen zijn allemaal een beetje afstandelijke, formele ballen. Toen ik begon met mijn studie dacht ik dat eerlijk gezegd ook wel een beetje. Achter de schermen is het juist een gemoedelijke boel, waar ik jarenlang met plezier heb gewerkt. Ik probeer ook altijd de promoties van de rechtenfaculteit zelf bij te wonen, dat vind ik interessant. Ik vind alleen dat de proefschriften wat dunner mogen, dat zijn altijd van die boekwerken.”

Na al die jaren is Bouwman absoluut nog niet klaar met de universiteit. Sterker nog: Bouwman studeert weer. “Ik ben nu bezig om een deeltijdmaster Bedrijfskunde af te ronden, ik moet alleen de scriptie nog doen. Dat is best een kluif. Ik zit wel graag in de rechtenbibliotheek om daarmee bezig te zijn, dat is een mooie werkplek. Wel apart, ik krijg straks hier misschien zelf mijn diploma uitgereikt.” Verder verheugt Bouwman zicht op 2023, het honderdjarig bestaan van de universiteit. “Ik denk soms wel: ik doe dit nu al zo lang, wellicht moet ik wat anders doen, maar dat jubileum wil ik in ieder geval meemaken.” Bouwman sluit af met een knipoog. “Misschien ga ik daarna wat anders doen. Een kroeg beginnen ofzo.”