Zoek in de site...

Terugblik op een succesvolle SteR-middag over duurzaamheid en publiekrecht

Datum bericht: 17 juni 2022

Afgelopen donderdag 16 juni vond de drukbezochte jaarlijkse onderzoeksmiddag van het centrum voor Staat en Recht (SteR) plaats. Het thema van dit jaar was ‘Duurzaamheid en publiekrecht’. Het is evident dat klimaatverandering de komende decennia voor de nodige uitdagingen gaat zorgen. Het (publiek)recht kan daarin helpen, zoals Urgenda en Milieudefensie/ Shell illustreren. Het recht kan echter ook een obstakel vormen. Voorbeelden hiervan zijn het belanghebbende begrip in het bestuursrecht of de autonome positie van gemeenten.

0Q3A4092

Vier onderzoekers van SteR en één promovenda van het Onderzoekcentrum voor Onderneming en Recht (OO&R) lieten deze middag hun licht schijnen over de aanpak van deze problemen vanuit verschillende juridische perspectieven. Tijdens hun korte presentaties verdedigden zij een prikkelende stelling. In zijn key note benadrukte Ed Nijpels, voorzitter voortgangsoverleg Klimaatakkoord, dat de aanpak van klimaatverandering een urgent maatschappelijk probleem is. Hij noemde dat met het huidige emissieniveau het resterende mondiale carbon budget voor het 1.5°C scenario wordt opgebruikt in ongeveer tien jaar. In zijn verhaal stipte Ed Nijpels alle belangrijke ontwikkelingen aan, van het Akkoord van Parijs, tot het Energieakkoord (2013), het Klimaatakkoord (2019) en belangrijke Europese (wetgevings)initiatieven zoals Fit for 55 en Re-power Europe. Ook gaf hij een overzicht van belangrijke klimaatzaken in België, de Verenigde Staten, Noorwegen, Frankrijk, Pakistan, Peru, Filipijnen en Duitsland. Ed Nijpels concludeerde zijn bijdrage met de stelling: ‘De klimaatcrisis noodzaakt tot drastische verkorting van onze zorgvuldige vergunningsprocedures, daarbij is een (tijdelijke) inbreuk op andere rechtsbeginselen onvermijdelijk.’

0Q3A4196

Om intra-universitaire samenwerking tussen juristen en onderzoekers van andere disciplines te bevorderen, gaven prof. dr. Hans de Kroon en dr. Carlijn Hendriks een korte presentatie over respectievelijk Healthy Landscape en het Radboud Centre for Sustainability Challenges. Hopelijk geeft deze middag een impuls aan publiekrechtelijk onderzoek naar duurzaamheid in Nijmegen.

Samenvatting inhoud presentaties

Hieronder volgt een korte weergave van de inhoud van de presentaties, inclusief stellingen.

  • De uitrol van duurzame energie en het omgevingsrecht (Mr. dr. Ralph Frins - universitair docent bestuursrecht)
    Dat de binnenlandse productie van duurzame energie moet toenemen staat al jaren buiten kijf. Door de huidige oorlog in Oekraïne is het belang van duurzame energie alleen maar groter geworden. Hoewel de uitrol van duurzame energie over het algemeen positieve gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving, zorgt juist het omgevingsrecht ervoor dat het bepaald geen sinecure is om ontwikkelingen m.b.t. duurzame energie gerealiseerd te krijgen. Zo kon tot voor kort de tijdelijke stikstofemissie en -depositie die wordt veroorzaakt bij de bouw van een windmolenpark ervoor zorgen dat het betreffende windmolenpark niet gerealiseerd kon worden, terwijl aannemelijk is dat de aanleg van dat park op langere termijn juist tot veel minder stikstofemissie en -depositie leidt.
    Stelling: In het kader van ontwikkelingen m.b.t. de productie van duurzame energie moeten de positieve gevolgen voor de fysieke leefomgeving op de lange termijn meer gewicht in de schaal leggen dan de tijdelijk negatieve gevolgen voor de fysieke leefomgeving.
  • Aansprakelijkheid voor klimaatverandering (Mr. Marieke Palstra - promovendus burgerlijk recht, OO&R)
    In de klimaatzaak tegen Shell heeft Milieudefensie gevorderd dat Shell haar CO2-emissies beperkt, waaronder ook haar scope 3 emissies (de emissies van haar afnemers). De Hoge Raad heeft bepaald dat klimaatverandering een mensenrechtenkwestie is en dat een deelverantwoordelijkheid kan bestaan om de eigen bijdrage aan klimaatverandering steeds verder te beperken. Uit het ongeschreven recht vloeit voort dat ondernemingen de verantwoordelijkheid hebben om risico’s voor mensenrechten als gevolg van hun bedrijfsactiviteiten te voorkomen, stoppen of beperken, ook wanneer deze aan hun bedrijfsactiviteiten gekoppelde risico's elders in de handelsketen bestaan. Op grond hiervan ligt voor de hand dat ook ondernemingen een deelverantwoordelijkheid hebben om emissies te beperken, en dat de rechtsplicht van fossiele energiebedrijven mede ziet op hun scope 3 emissies. Om te voorkomen dat fossiele energiebedrijven aan hun reductieverplichting voldoen door hun bezittingen af te stoten, is het wellicht zinvoller om een bevel te vorderen om de winning van fossiele brandstoffen te reduceren. Omdat de emissie van broeikasgassen zo sterk gekoppeld is aan de verbranding van fossiele brandstoffen, en fossiele brandstoffen vrijwel uitsluitend worden gewonnen t.b.v. verbranding, ligt voor de hand dat er ook een rechtsplicht bestaat tot reductie van de winning van fossiele brandstoffen. In Australië en Noorwegen zien rechters dat echter anders.
    Stelling: Er is een voldoende rechtstreeks verband tussen de winning van fossiele brandstoffen en klimaatverandering dat er een rechtsplicht bestaat om de winning te beperken.
  • Gemeentelijk klimaatbeleid: grondslag en financiering (Prof. dr. Hansko Broeksteeg – hoogleraar staatsrecht)
    Gemeenten houden zich op verschillende manieren bezig met klimaatbeleid. Gedeeltelijk gaat dat in autonomie en zullen zij hun activiteiten zelf moeten bekostigen, gedeeltelijk is dat in medebewind en moet het Rijk (in beginsel) de kosten daarvan vergoeden. Zij kunnen gezamenlijk hun taken behartigen, in gemeenschappelijke regelingen. De laatste tijd zien we echter constructies die niet in deze systematiek passen. Dat is op zich niet erg, maar helaas zijn deze constructies (milieudiensten, maar vooral: de Regionale Energie Strategie) juridisch wankel. Er is geen goede juridische grondslag, waardoor maatregelen of resultaten niet afgedwongen kunnen worden en niet duidelijk is op welke wijze het klimaatbeleid gefinancierd wordt/moet worden.
    Stelling: De rijksoverheid moet, indien zij klimaatverplichtingen oplegt aan gemeenten, meer aansluiten bij de reguliere juridische systematiek. Daar is in het belang van consistent klimaatbeleid, omdat dan duidelijker is wie verantwoordelijk is en wie financiert.
  • Tracing the links between migration and the environment in EU development cooperation (Mr. dr. Mariana Gkliati & mr. dr. Nariné Ghazaryan - beiden universitair docent internationaal en Europees recht)
    Het bevorderen van duurzame ontwikkeling is een van de constitutionele doelstellingen van de EU. Ontwikkelingssamenwerking is een van de middelen om deze doelen te bereiken en zo de VN-agenda voor duurzame ontwikkeling vooruit te helpen. Er wordt een duidelijk verband gelegd tussen milieu en migratie in de externe betrekkingen van de EU en het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Dit komt duidelijk naar voren in de betrekkingen van de EU met de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan.
    Stelling: In overeenstemming met de Verdragen moet de EU een coherente en holistische aanpak bevorderen ten aanzien van milieu en migratie, onder meer door een doeltreffend internationaal rechtskader voor veilige en ordelijke milieumigratie te ontwikkelen.

0Q3A41510Q3A4314