Zoek in de site...

Tesseltje de Lange en Simon Tans: ‘mobiliteitsrechten in EU-vrijhandelsverdragen niet overal goed geïmplementeerd’

Datum bericht: 13 december 2021

De mobiliteitsrechten in EU vrijhandelsverdragen zijn niet in alle 27 EU-lidstaten goed geïmplementeerd. Dit concluderen Hoogleraar Europees Migratierecht Tesseltje de Lange en universitair docent Internationaal en Europees recht Simon Tans. Zij brachten recentelijk een rapport uit in opdracht van de Europese Commissie. De Europese Commissie initieerde dit onderzoek vanwege de complexiteit van het onderwerp (dat ligt op het grensvlak van internationaal handelsrecht en migratierecht) en het economisch belang dat met mobiliteit in het kader van handel is gemoeid.

Het gaat in deze studie om vijf vormen van arbeidsmobiliteit. Uit het onderzoek blijkt dat de ‘bekendere’ vormen van mobiliteit - overplaatsingen in concernverband van onder andere hoger management en zakenreizigers die komen voor zakelijke besprekingen - door de meeste lidstaten wel zijn opgenomen in het nationaal migratierecht. Dit is niet het geval voor de minder bekende categorieën: werknemers van buitenlandse ondernemingen die een contractuele dienst komen verrichten, zelfstandigen die een dienst verlenen, of mensen die tijdelijk in de EU willen zijn in verband met een investering. Bij gebrek aan een specifieke toegangsregeling moeten deze mensen, ook als hun land van herkomst handelspartner is van de EU, op zoek naar een geschikt alternatief binnen het nationale migratierecht. Dat alternatief zal dan logischerwijs verschillen in alle 27 lidstaten, of soms blijkt zo’n alternatief überhaupt niet voor handen. De Europese Unie handelt in die gevallen niet in overeenstemming met de aangegane internationale verplichtingen.

In een omvangrijke studie onderzoeken De Lange en Tans op welke wijze mobiliteitsrechten, zoals die zijn opgenomen in een drietal vrijhandelsverdragen, in het recht van 27 lidstaten zijn opgenomen. De drie verdragen zijn de WTO General Agreement on Trade in Services, het vrijhandelsverdrag met een groep Caribische staten en het vrijhandelsverdrag tussen de EU en Japan. De conclusies zijn ook relevant voor soortgelijke vrijhandelsverdragen. Denk daarbij aan het verdrag tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk en het verdrag met Canada (CETA).

Het rapport brengt de alternatieve toegangsroutes die kunnen worden gebruikt in kaart en geeft daarmee ook een overzicht van best practices ten aanzien van implementatie. De Lange en Tans doen tot slot een drietal aanbevelingen aan de Commissie: creëer nieuwe EU-regelgeving ten aanzien van de minder goed geïmplementeerde mobiliteitsrechten. Zo zorgt men ervoor dat de lidstaten de vrijhandelsverdragen alsnog juist implementeren. Of wijzig bestaande EU-regelgeving (zoals de Schengen-visumwetgeving) om deze vormen van zakelijke mobiliteit op EU-niveau te garanderen. In het uiterste geval moet iedere lidstaat aan de hand de vrijhandelsverdragen deze alsnog juist omzetten naar nationaal recht. Het rapport van De Lange en Tans kan daarbij behulpzaam zijn.

Download het rapport hier (pdf, 2,3 MB).