Zoek in de site...

Onderzoekcentra

De faculteit heeft haar onderzoek gebundeld in de volgende onderzoekcentra:

Onderzoekcentrum Onderneming & Recht

Het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R) verricht praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek op het terrein van 'onderneming en recht'. Dit onderzoeksterrein bestrijkt een groot aantal voor de ondernemingsgerichte praktijk relevante onderwerpen, zoals bank- en effectenrecht, financiering en zekerheden, ondernemingsrecht, insolventierecht, onderneming en algemeen vermogensrecht én onderneming en sociaal recht. Naast de faculteit participeren in het OO&R enkele toonaangevende advocaten- en notariskantoren en bedrijven. Door de structurele kruisbestuiving tussen wetenschap en praktijk worden onderzoeksresultaten behaald, die niet slechts voor de rechtswetenschap maar ook voor de rechtspraktijk van belang zijn. Het OO&R werd in 1998 voor de eerste keer erkend als onderzoeksschool door de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW). In 2003  en 2009 verleende de KNAW  vervolgerkenningen tot  respectievelijk 2009 en 2015. Daarmee is het OO&R het enige erkende onderzoeksinstituut dat zich structureel bezighoudt met onderneming en recht. De onderzoekers van het centrum geven twee eigen boekenseries uit: de Nederlandstalige serie Onderneming en Recht en de Engelstalige serie Law of Business and Finance.

Onderzoekcentrum voor Staat en Recht

Het Onderzoekcentrum voor Staat en Recht (SteR) is gespecialiseerd in multidisciplinair publiekrechtelijk onderzoek. Het centrum stelt zich ten doel een stimulerende omgeving te bieden voor het verrichten van hoogwaardig, nationaal en internationaal, vernieuwend rechtsgeleerd onderzoek en bekendheid te geven aan de onderzoeksresultaten door middel van gezaghebbende publicaties (onder meer in een eigen publicatiereeks), voordrachten, congressen en symposia.

Binnen SteR vindt positiefrechtelijk, alsook flankerend metajuridisch, onderzoek plaats naar de dragende beginselen van het publiekrecht (met name het staatsrecht, bestuursrecht en strafrecht) in een veranderde context, waarbinnen de betreffende normen zich niet langer uitsluitend situeren binnen de nationale staat, maar ook uit andere rechtsordes afkomstig zijn.

Specifiek wat betreft fundamentele individuele rechten staat de vraag centraal naar de wijze waarop de bescherming en de implementatie daarvan kan worden gerealiseerd in een rechtsorde die wordt gekenmerkt door vele verschuivingen. Hierbij springt bijvoorbeeld in het oog de betekenis van het EVRM voor het bestuursrecht, het openbare orderecht, het migratierecht, en het strafrecht, waarbij de recente accentverschuiving van het EVRM naar het EU-Handvest voor de Grondrechten opmerking verdient; fundamentele rechten spelen voorts ook in toenemende mate een rol in horizontale verbanden.

Deze verschuivingen hebben eveneens gevolgen voor de dragende algemene beginselen van het publiekrecht zoals democratie, legaliteit, de beginselen van behoorlijk bestuur en het schuldbeginsel. Aandacht gaat uit naar de betekenis en functie van deze beginselen, en hun onderlinge verhouding binnen een veranderende context. Van het legaliteitsbeginsel wordt vaak gezegd dat het de kern vormt van de rechtsstaat: het drukt immers de binding van de staat aan het recht uit. De notie ‘rechtsstaat’ is echter zelf eveneens voorwerp van onderzoek, nu ook deze aan verandering en verschuivingen onderhevig blijkt. Niet het minst door de beperkte codificatie ervan, moet het begrip telkens opnieuw door de wetgever, de rechterlijke macht en de doctrine worden uitgelegd en ge(her)definieerd – wat tegelijk uitnodigt tot nader onderzoek naar de beginselen van goede rechtspleging. Binnen dit speerpunt gaat aparte aandacht uit naar de betekenis van de noties ‘lidmaatschap’ en ‘burgerschap’, in de context van de toenemende invloed van het Europese en internationale recht op het staats-, bestuurs-, en strafrecht, en in het bijzonder het migratierecht.

Het onderzoek binnen SteR concentreert zich zodoende rond de algemene vraag naar de betekenis van de nationale rechtsorde (in brede zin) in een postnationale constellatie, waar enerzijds een beweging kan worden geconstateerd naar grotere verbanden boven de traditionele staat uit, en waar anderzijds markante wijzigingen optreden op subnationaal vlak, het regionale en lokale niveau.