Zoek in de site...

R.H.W. Regout s.j.

Robert Hubert Willem (Robert) Regout werd op 18 januari 1896 geboren in Maastricht. Hij begon in 1913 zijn rechtenstudie in Utrecht. Na zijn kandidaatsexamen besloot hij in te treden in de orde van Jezuiëten (vandaar de toevoeging s.j. achter zijn naam, dit betekent ‘societatis Jesu’ oftewel sociëteit van Jezus). Na filosofie en theologie gestudeerd te hebben werd hij in 1927 tot priester gewijd. Ondertussen had hij in 1924 zijn studie rechten afgerond. Hij werd, onder andere, leraar aan het Canisiuscollege in Nijmegen. Ook werkte hij aan een proefschrift over de leer van de rechtvaardige oorlog, waarop hij in 1934 cum laude promoveerde. In 1937 werd hij benoemd tot studentenmoderator (een soort studentenpastor) aan de Nijmeegse universiteit. In september 1939 werd hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar volkenrecht.

Regout

Op 28 februari 1940 hield hij zijn inaugurele rede. Daarin stelde hij de vraag aan de orde of er grond is voor vertrouwen in de toekomst van het volkenrecht. Op dat moment was deze vraag bepaald niet overbodig. Immers, slechts enkele maanden later, op 10 mei 1940, vielen de Duitsers Nederland binnen. In de rede bekijkt Regout de ontwikkeling van het volkenrecht vanuit historisch perspectief en van daaruit naar de toekomst. Hij schrijft dat in het dagelijkse leven het volkenrecht een spotwoord is geworden. Regout schrijft dan ook dat er reden is voor bescheidenheid en dat het volkenrecht tekort is geschoten in haar taak om vrede en gerechtigheid te geven en te handhaven in de verhouding tussen de volkeren. Hij wijst erop dat voor het vreedzame samenleven van volkeren twee factoren noodzakelijk zijn: een positiefrechtelijke regeling van de internationale betrekkingen en de ernstige wil tot samenwerking. Ten aanzien van de eerste factor merkt hij op dat alle aandacht en energie die gericht zijn op internationale vraagstukken niet verloren zijn gegaan, maar de basis hebben gelegd voor een latere ontwikkeling. Eerder kon men namelijk al te gemakkelijk over allerlei moeilijkheden stappen, nu niet meer. Belangrijker is echter de basis waarop de constructie moet rusten en dat is de geest, de mentaliteit. En juist daaraan heeft het ontbroken, zegt Regout. De staten hebben enkel en alleen het eigen nationaal belang voor ogen gehad en waren niet bereid om offers te brengen ten voordele van de volkerengemeenschap. Er was dus een gebrek aan ernstige wil tot samenwerking.

Een belangrijke reden om het volkenrecht te blijven beoefenen in zijn tijd is volgens Regout, “dat het ware en goede moet worden gezocht en verbreid, ook al wordt geen direct resultaat bereikt” en wel “onafhankelijk van wat de nabije toekomst aan rechteloosheid en willekeur zou kunnen brengen”. Hij stelt in zijn oratie: “Ideeën hebben de tijd nodig om tot rijpheid te komen; arbeid, die vruchteloos lijkt, kan een kostbaar bezit vormen voor latere geslachten en zelfs op de ruïnes van verwoeste beschavingen heeft telkens opnieuw een volgende generatie zich een veilige woonplaats gebouwd. Ook voor wie de toekomst met zorg tegemoet ziet, blijft de plicht van deze dag duidelijk: met inzet van al zijn krachten het recht en de waarheid te helpen vestigen.”

Regout heeft deze woorden niet alleen geschreven en uitgesproken, maar ook in en met zijn leven waargemaakt. Twee weken na de inval van de Duitsers publiceerde hij in het tijdschrift ‘Studiën’ een artikel over de rechtstoestand in bezet gebied, waarin hij de rechten en plichten van de bezetter uiteenzette. Ook waarschuwde hij gezagsdragers tegen een te slappe houding tegen de Duitsers. Hij drukte hen op het hart niet mee te werken aan een eventuele vervolging van joodse burgers. In alle verwarring die de Duitsers veroorzaakten was hij tevens geestelijk leidsman van vele studenten. Op 3 juli 1940 arresteerde de Gestapo hem. Na gevangenschap in  Arnhem en Berlijn werd hij op 9 juli 1941 op transport gesteld naar concentratiekamp Dachau. In gevangenschap was hij – ondanks de barre ellende – trooster, steun en toeverlaat van de overige gevangenen. Door het harde werken raakte hij steeds meer verzwakt. Hij overleed op 28 december 1942. Een verpleger in Dachau en een priester die bij zijn overlijden waren zeiden respectievelijk ‘Hier is Regout gestorven, verwelkt als een bloem, de mooiste bloem die ik ooit heb gezien’ en ‘ik heb nooit vermoed dat het mogelijk was zo doodgewoon, en tegelijk zo sereen en blij uit dit leven te gaan als Pater Regout het deed’.

Bron:

  • Mr. W.R. Möhlmann, Prof. mr. R.H.W. Regout s.j’, in Actioma, jaargang 25, nummer 6.