Zoek in de site...

Het rechtshistorische genootschap Gerard Noodt

Vanuit de Nijmeegse vaksectie Rechtsgeschiedenis is het rechtshistorische genootschap Gerard Noodt ontstaan. Neem voor meer informatie contact op via gerardnoodt.genootschap@gmail.com.

Meer over Gerard Noodt

Gerard Noodt (Nijmegen, 4 september 1647 – Leiden, 15 augustus 1725) was een Nederlandse hoogleraar in de Rechtsgeleerdheid. Hij was een beoefenaar van het juridisch humanisme en behoorde tot de (Hollandse) elegante school. Noodt wordt met zijn werk gerekend tot de voorhoede van de Verlichting en was een van de beste kenners van het Romeinse recht van zijn tijd.

Gerard Noodt genoot zijn opleiding in Nijmegen aan de Latijnse school en aan de Nijmeegse universiteit, die in 1655/1656 was opgericht als concurrent van de in 1648 opgerichte universiteit Harderwijk. In 1668 rondde Noodt zijn rechtenstudie in Nijmegen af. Mede omdat het Hof van Gelre weigerde aan de universiteit van Nijmegen afgestudeerde juristen als advocaat toe te laten, studeerde Noodt ook aan de universiteiten van Leiden, Utrecht en Franeker. Aan de laatstgenoemde universiteit verwierf hij op 9 juni 1669 de doctorstitel. Na kort als advocaat te hebben gewerkt, werd Noodt in 1671 op 24-jarige leeftijd benoemd tot hoogleraar in de rechten aan de Nijmeegse universiteit. Lang heeft hij deze functie niet bekleed, aangezien de universiteit het rampjaar in 1672 niet heeft overleefd.

In 1679 werd Noodt hoogleraar in Franeker. In zijn inaugurele rede pleitte hij onder meer voor de opneming van het natuurrecht in de juridische opleiding. Eind 1683 vertrekt Noodt, om verschillende redenen, abrupt naar de universiteit Utrecht. Daar pleitte hij voor een humanistisch studieprogramma en liet hij zich onder andere negatief uit over het opgekomen gebruik van compendia. De overstap naar Utrecht leidde weliswaar tot een (gelukkig) huwelijk, maar niet tussen Noodt en de universiteit. In Utrecht ontmoette hij zijn vrouw Sara Maria van der Marck van Leur, met wie hij in april 1686 trouwde. Zijn verblijf in Utrecht was slechts van korte duur. In het jaar waarin hij trouwde, maakte hij de overstap naar de universiteit Leiden, alwaar hij negenendertig (!) jaar het ambt van hoogleraar zou bekleden. Met name in deze periode verwierf Noodt naast nationale ook internationale bekendheid.

Op 15 augustus 1725 is Gerard Noodt gestorven, waardoor zijn grote commentaar op de Digesten onvoltooid bleef. Een week later werd hij in de St.-Stevenskerk in Nijmegen begraven. Op zijn grafsteen, die nog steeds te bezichtigen is, staan de eenvoudige woorden:

GERARD NOODT, IN SYN LEVEN DER

BEIDEN REGTEN DOCTOR EN

PROFESSOR OP DE UNIVERSITEIT

TOT LEYDEN, ALDAER GESTORVEN

15 AUGUSTUS, EN ALHIER BEGRAVEN

22 AUGUSTUS 1725.

Bronnen

T. J. van Veen en P.C. Kop (red.), Zestig juristen: Bijdragen tot een beeld van de geschiedenis der Nederlandse rechtswetenschap, Tjeenk Willink, Zwolle, 1987, p. 135-140.

C. J. J. van den Bergh, life and work of Gerard Noodt. Dutch legal scholarship between humanism and enlightenment, Oxford University Press, 1988.