Zoek in de site...

Verslag oratie Masha Fedorova 'Legitimiteit tussen nationaal en transnationaal strafrecht'

Datum bericht: 18 juni 2019

Op 23 mei 2019 hield Masha Fedorova, hoogleraar Straf(proces)recht, haar oratie. In haar rede stelde Fedorova de wijze centraal waarop allerlei internationale verplichtingen het Nederlandse strafrecht direct beïnvloeden. Ook behandelde zij hoe deze verplichtingen de ruimte voor eigen inschatting over het bereik van het strafrecht begrenzen.

Conceptualisatie transnationaal strafrecht

Federova conceptualiseert hierbij het transnationaal strafrecht. Dat is het recht dat betrekking heeft op gedragingen die van internationaal belang zijn. Deze zijn in het nationale strafrecht strafbaar gesteld. Daarbij volgt de verplichting tot strafbaarstelling uit de verdragen.

Fedorova, MashaHet gaat hier niet alleen om gedragingen die een zekere en op z’n minst voorzienbare grensoverschrijdende dimensie hebben. Ook gaat het om gedragingen die meer binnen het exclusieve domein van het nationale strafrecht vallen. Denk hier bijvoorbeeld aan het Verdrag van Istanboel, dat staten verplicht om geweld tegen vrouwen aan te pakken en verkrachting strafbaar te stellen. Andere voorbeelden zijn de VN drugsverdragen, die staten verplichten tot strafbaarstelling van handelingen die verband hebben met recreatief gebruik van drugs. Deze verdragen bieden staten geen ruimte om van de toepassing van het strafrecht af te zien, indien staten bepaalde gedragingen niet meer als strafwaardig aanmerken (denk bijvoorbeeld aan de Nederlandse benadering van 'softdrugs').

Uiteenlopende spanningen en problemen

Fedorova beargumenteert dat transnationaal strafrecht uiteenlopende spanningen en problemen met zich meebrengt. Daarbij beschrijft ze dat strafrecht op steeds grotere schaal ingezet wordt als transnationale reguleringsmodaliteit en de bijbehorende implementatieproblemen in termen van over- en ondercriminalisering. Federova betoogt dat transnationaal strafrecht qua conceptualisering als kritische reflectie meer academische aandacht behoeft. Zij bepleit een gematigde, doordachte, en principieel meer onderbouwde inzet van transnationale strafbaarstellingen. Zo komt men tot een menswaardig, kwalitatief sterk en effectief transnationaal strafrecht dat daadwerkelijk van toegevoegde waarde is.

Concluderend komt Fedorova tot een viertal uitgangspunten die van belang zijn voor de beoordeling of een strafbaarstelling via transnationaal strafrecht is aangewezen.