Zoek in de site...

Tesseltje de Lange, Sandra Mantu en Paul Minderhoud publiceren artikel over COVID-19 en arbeidsmigranten

Datum bericht: 11 november 2020

Zijn arbeidsmigranten in vitale sectoren, zoals de voedingsindustrie en de bouw, extra kwetsbaar voor COVID-19? En moeten daarvoor extra beschermende maatregelen worden genomen? Onlangs verscheen het artikel 'Into the Unknown: COVID-19 and the Global Mobility of Migrant Workers' in het American Journal of International Law. In dit artikel gaan hoogleraar Europees migratierecht Tesseltje de Lange, universitair hoofddocent Migratierecht Paul Minderhoud en universitair docent Europees migratierecht Sandra Mantu in op deze kwestie.

Terwijl de COVID-19-crisis zich ontvouwde, schatte de Internationale Arbeidsorganisatie dat 4,7 procent van de wereldwijde beroepsbevolking, bestaande uit 164 miljoen mensen, migrerende werknemers waren die buiten hun eigen land woonden en werkten. Hoewel sommigen werden ontslagen en naar huis werden gestuurd vanwege de lockdown, gingen anderen door met werken. Deze laatste groep betrof migranten die in de frontlinie van de crisis cruciale taken uitvoerden. Ze helpen onder meer ons voedsel te produceren, onze bestellingen in te pakken en onze huizen te bouwen of schoon te maken.

Veel COVID-19-infecties blijken werkgerelateerd te zijn, waarbij veel van de cruciale sectoren een extra hoog risico op virusoverdracht vertonen. Migrerende werknemers in de frontlinie kunnen laagbetaald zijn, een tijdelijke baan hebben, geen kennis hebben van hun rechtspositie en de lokale taal, een beperkt sociaal netwerk hebben en sterk afhankelijk zijn van anderen - zoals recruiters of uitzendbureaus - voor werk en huisvesting.  'Into the Unknown: COVID-19 and the Global Mobility of Migrant Workers' gaat in op de kwetsbaarheden van migranten op de arbeidsmarkt en identificeert maatregelen die de kwetsbaarheden kunnen beperken en tegelijkertijd rekening kunnen houden met de behoefte aan arbeidskrachten in essentiële sectoren.

Lees het volledige artikel.