Zoek in de site...

Vrouwelijke rechters in de meerderheid: geslaagde emancipatie of gebrek aan representativiteit?

Datum bericht: 13 juli 2021

Hoewel er in verschillende beroepsgroepen heftig wordt gepleit voor meer vrouwen in topfuncties, hangt de vlag er in de rechterlijke macht anders bij. Het percentage vrouwelijke rechters in Nederland bedraagt tegenwoordig ruim 60 procent. Daarover is discussie ontstaan. Is het wenselijk dat de rechterlijke macht een afspiegeling vormt van de samenleving? Moeten er om die reden meer mannelijke rechters worden aangenomen? En moeten meervoudige kamers gemengd zijn samengesteld? Deze vragen, en een inmiddels antiek advies van de Hoge Raad, waren voor Rowin Jansen en Ashley Terlouw aanleiding om een zomerspecial van het Nederlands Juristenblad (NJB) te initiëren met als thema ‘100 jaar discussie over vrouwen in de rechterlijke macht’.

Rowin Jansen, docent en promovendus Algemene rechtswetenschap, publiceerde vorig jaar een bijdrage in Rechtsgeleerd Magazijn Themis over de eerste Nederlandse vrouw die als rechter optrad in Nederlands-Indië. Vervolgens kreeg hij diverse tips voor vervolgonderzoek van oud-rechters. Zo kwam hij de notulen van de Algemene Vergadering van de Hoge Raad uit 1921 op het spoor. Jansen: “Ik ben toen in het notulenboek van de hoogste rechter gedoken. De Hoge Raad bleek zich toentertijd te hebben gebogen over de vraag ‘kunnen vrouwen lid worden van een rechtscollege?’. Regering en parlement verschilden daarover namelijk van mening en vroegen om zijn advies”.

Rowin JansenHet daaropvolgende advies luidde dat de wet géén beletsel zou opleveren voor de toelating van vrouwen tot de rechterlijke macht. “Maar de Hoge Raad zag wel enkele bezwaren: een vrouw treedt wellicht niet met voldoende ‘kracht en gezag’ op, kan worden geconfronteerd met ‘zaken van uiterst kieschen aard’, heeft mogelijk weinig tijd voor het ambt (‘haar plaats is in het gezin’) en is tijdens de zwangerschap alsook tijdens ‘de maandelijksche afwijkingen’ vermoedelijk niet in staat om te werken.” Toch waren die bezwaren voor de Hoge Raad niet doorslaggevend. “Eerst moest maar eens ervaring met vrouwelijke rechters worden opgedaan”. Overigens adviseerde de Hoge Raad meteen ook over een kwestie die sinds vorige maand weer op de politieke agenda staat: al in 1921 opperde de Hoge Raad de term raadsheer te vervangen door een sekseneutrale aanduiding. “Regering en parlement besloten echter om het advies van de Hoge Raad in de wind te slaan. Zij gingen aanvankelijk niet over tot de benoeming van vrouwen in het rechtersambt. En de titel raadsheer bleef bestaan, tot op de dag van vandaag.”

Geslaagde emancipatie

De Hoge Raad bracht dit advies al in de jaren ’20 uit, maar de eerste vrouwelijke rechter werd in Nederland pas na de Tweede Wereldoorlog benoemd. Jarenlang bleef de rechtbank nog een mannenbolwerk. Pas vanaf de jaren ’90 is er een duidelijke kentering waarneembaar. Sinds 2008 zijn vrouwelijke rechters in de meerderheid. Emancipatie geslaagd, zou men kunnen zeggen; zeker nu vrouwen recent ook zijn doorgedrongen tot rechterlijke topfuncties. Jansen: “Die is zeker geslaagd. Ter illustratie: sinds kort is, voor het eerst in onze rechtspraakgeschiedenis, de president van de Hoge Raad een vrouw. Dat geldt ook voor de Nederlandse rechter in zowel het Europese Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) als in het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU). Wij mochten die laatste twee trouwens, speciaal voor dit nummer, interviewen over hun rechtswerkzaamheden en het functioneren van de Europese Hoven.”

De laatste tijd zwaait de emancipatiependule misschien iets te ver door naar de andere kant. Leny de Groot-van Leeuwen, emeritus hoogleraar Rechtspleging, formuleerde het al treffend in haar bijdrage aan deze zomerspecial: ongerustheid over de aanwezigheid van vrouwen is al honderd jaar een constante in de rechterlijke macht, zij zijn in zekere zin al een eeuw lang ‘een probleem’. Jansen: “Ik sprak hierover vorig jaar met Ashley Terlouw, hoogleraar Rechtssociologie. Ons kwam namelijk ter ore dat de man-vrouwverhouding binnen de rechterlijke macht een actueel onderwerp is.” De rechtspraak hecht namelijk veel waarde aan diversiteit. Moet zij zich dan zorgen maken om een gebrek aan mannen in de rechtspraak? Jansen: “Zedenzaken worden vaak aangehaald als voorbeeld: is het problematisch wanneer een mannelijke verdachte staat tegenover een officier van justitie, rechters en een griffier die allen vrouw zijn? Raakt dat niet aan de rechterlijke onpartijdigheid? Zo ja, moet de rechtspraak dan actiever op zoek gaan naar mannelijke rechters? Dat is een complexe en juridisch interessante discussie, die wij graag uiteen wilden zetten in dit themanummer.”

De rechter als vrouwelijk beroep

Ashley TerlouwWaarom zijn er eigenlijk zo veel vrouwelijke rechters, terwijl het in sommige andere beroepsgroepen niet wil vlotten met de emancipatie in topfuncties? Terlouw denkt dat er twee belangrijke oorzaken zijn. “De eerste is dat de functie van rechter goed te combineren is met zorgtaken, welke nog altijd primair door vrouwen worden uitgeoefend. De tweede is dat mannen, meer dan vrouwen, worden gelokt door het grote geld dat bij sommige advocatenkantoren en in het bedrijfsleven valt te verdienen. Volgens sommige respondenten zouden de selectiecriteria meer toegespitst zouden zijn op vrouwelijke vaardigheden: responsiviteit wordt bijvoorbeeld belangrijk gevonden. Al deze redenen hebben wel een stereotyperend element in zich.”

Terlouw laat in haar bijdrage aan het themanummer zien hoe rechters aankijken tegen deze kwestie. Daarom heeft ze met vierentwintig rechters uit verschillende rechterlijke gelederen gesproken over de vraag ‘Hebben vrouwen de rechtspraak veranderd?’. Gevraagd naar het zelfreflecterend vermogen van rechters antwoordt Terlouw: “Ik heb niet gevraagd of de rechters vonden dat ze zelf ‘biased’ waren, maar wel expres twaalf mannen en twaalf vrouwen geïnterviewd. Voor de vrouwelijke groep was het moeilijker om te beoordelen of vrouwen de rechtspraak hebben veranderd, omdat ze de rechtspraak niet anders hebben meegemaakt dan met vrouwen erbij. Maar ook veel met name jongere mannelijke rechters weten niet beter dan dat er sprake is van genderdiversiteit. Wat overigens wel opviel, is dat de mannen hun uiterste beste deden om hoffelijke dingen over vrouwen te zeggen, zoals ‘ze zijn ijverig en goed voorbereid’.”

Het belang van diversiteit

In haar conclusie schreef Terlouw dat respondenten aanvankelijk voorzichtig waren, maar uiteindelijk onderkenden dat de rechtspraak veranderd is door de vrouwelijke inbreng. Terlouw: “Aan het begin van het interview stelde men wat algemeen ‘Ja, de rechtspraak is – net zoals de samenleving – in de afgelopen honderd jaar ontegenzeggelijk veranderd’. Aan het slot van het interview menen de meeste respondenten toch dat er weldegelijk veranderingen zijn die aan de komst van vrouwelijke rechters zijn toe te schrijven. Daarbij benadrukken ze vrijwel allemaal dat het om gemiddelden gaat, dat op individueel niveau vrouwen heel masculien kunnen zijn en mannen heel feminien.”

De discussie over vrouwelijke rechters blijft ongetwijfeld nog een poos actueel. Zeker gezien de huidige juridische studentenpopulatie, die grotendeels uit vrouwen bestaat. Moet er al in de opleidingsfase aandacht worden besteed aan het werven van mannelijke rechters? Terlouw: “Ik vind het nog geen tijd voor een echt voorkeursbeleid voor mannen – vooralsnog laat de wet dat ook niet toe – maar ik kan me wel voorstellen dat mannen en met name ook juristen uit etnische minderheidsgroepen wat meer gestimuleerd moeten worden om op de functie van rechter te solliciteren. Diversiteit van de rechterlijke macht is om meerdere redenen belangrijk. Voor het vertrouwen in de rechtspraak is het goed als de samenstelling van de rechterlijke macht een afspiegeling van de samenleving is. En ook voor de rechtspraak zelf is het goed als er vanuit een diversiteit aan achtergronden en perspectieven recht wordt gesproken.” Wel moet er volgens de initiatiefnemers al in een eerder stadium rekening worden gehouden met een diverse samenstelling. Jansen: “In de interviews die wij afnamen met de rechter van het EHRM kwam naar voren dat de selectiecommissies zélf al divers moeten zijn samengesteld. Tevens concludeerden zij dat vooral de burger moet zien dat een rechtscollege juist is samengesteld, om te voorkomen dat de schijn van partijdigheid ontstaat.”

Het NJB-zomernummer ‘Vrouwen in de rechterlijke macht’ verschijnt op dinsdag 13 juli en bevat bijdragen van Ashley Terlouw, Rowin Jansen, Ybo Buruma (bijzonder hoogleraar Rechtstaat Radboud Universiteit en raadsheer bij de Hoge Raad), Leny de Groot-van Leeuwen (emeritus hoogleraar Rechtspleging Radboud Universiteit), Esther de Boer (raadsheer Hof Arnhem-Leeuwarden), Anne Ruth Mackor (hoogleraar Professie-ethiek Rijksuniversiteit Groningen), Marc de Werd (raadsheer in het Gerechtshof Amsterdam en hoogleraar Rechtspleging Universiteit van Amsterdam) en Adriana van Dooijeweert (voorzitter College voor de Rechten van de Mens).