Conflictoplossende instituties (COI)

Conflictoplossende instituties (CoI) is een van de speerpunten van het sectorplan Rechtsgeleerdheid. De Radboud Universiteit is de trekker van dit speerpunt en werkt hiervoor samen met de universiteiten van Leiden en Utrecht. Het ministerie van OCW financiert het sectorplan gedurende zes jaar (2019-2025).

Conflicten verzuren de maatschappij als zij niet adequaat en fair worden opgelost. De rechtspraak heeft van oudsher een belangrijke taak in het beslechten van conflicten. Toch wordt steeds vaker gekozen voor alternatieve conflictoplossers, zoals mediators. De druk op rechters neemt echter ook toe; zij worden geacht een actievere rol in te nemen in de procedure, terwijl bezuinigingen, tijdsdruk en complexiteit van zaken hun taak bemoeilijken. Digitalisering zou hierin een uitkomst kunnen bieden, maar de techniek kan ook een nieuwe concurrent worden. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor het rechterlijk domein? Belandt de rechtspraak in een soort ‘maatschappelijke recessie’ of zal deze binnen het geheel aan conflictoplossende instituties in staat blijken de burger voor elk conflict een zo passend mogelijke oplossing te bieden? Aan dat laatste wil de onderzoeksgroep met haar expertise bijdragen.

Contact

Voor meer informatie kunt u terecht bij Lize Glas, projectcoördinator CoI

E-mail: l.glas@jur.ru.nl.

Het domein van de rechter

De rechter vervult in onze democratische rechtstaat een cruciale rol bij het oplossen van conflicten. Vooral door zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid kan bij uitstek de rechter partijen zonder vooringenomenheid tegemoet treden, aan hun belangen voldoende recht doen en hun in een behoorlijke procedure bieden wat hun toekomt. In een rechtsstaat moet de positie van de rechter dan ook niet alleen constitutioneel zijn verankerd, ook moet verzekerd zijn dat het domein van de rechter voldoende tot zijn recht komt. In zaken waarin voor burgers veel op het spel staat dient er altijd een reële mogelijkheid van toegang tot de rechter en (intensieve) rechterlijke betrokkenheid te zijn.

Uitholling van het domein

Steeds meer conflicten worden buiten de rechter om afgedaan door alternatieve conflictoplossers. Dat speelt niet alleen in het domein van de civiele rechter waar instrumenten als mediation hun intrede hebben gedaan, maar bijvoorbeeld ook in het bestuursrecht, waar de laatste jaren de formele, reparatoire en punitieve sanctiebevoegdheden van het bestuur aanzienlijk zijn uitgebreid. De rechter heeft de afgelopen jaren dus steeds meer concurrentie gekregen. Alternatieve vormen van geschilbeslechting kunnen echter ook leiden tot meer maatwerk, kostenbesparing en verhoogde efficiëntie en daarmee wel degelijk onder bepaalde omstandigheden een verantwoord alternatief voor rechterlijke afdoening zijn. Tegelijkertijd ligt daardoor het gevaar van uitholling van het rechterlijk domein op de loer.

Grenzen van het domein

Naast de opkomst van alternatieve of ‘concurrente’ conflictoplossers zijn er andere ontwikkelingen die het domein van de rechter onder druk zetten. Zo ziet de rechter zich geconfronteerd met toenemende verwachtingen ten aanzien van zijn rol als actieve procesmanager en waarheidsvinder, terwijl het maar zeer de vraag is of hij die kan waarmaken onder de gegeven omstandigheden (bezuinigingen, tijdsdruk en toegenomen complexiteit van zaken) en met het voorhanden zijnde instrumentarium. Dit kan de legitimiteit en kwaliteit van zijn beslissingen aantasten. Techniek en digitalisering zouden hem daarbij de helpende hand kunnen bieden, maar dringen zich ook op als nieuwe concurrenten doordat op termijn mogelijk steeds meer (deel)beslissingen worden gedigitaliseerd. Ook dit roept (nieuwe) vragen op over de grenzen van het domein van de rechter, legitimiteit en kwaliteit.

Drie uitdagingen voor het domein

Met het oog op de bovenstaande ontwikkelingen zal het onderzoeksproject zich richten op de volgende drie uitdagingen voor het rechterlijk domein van conflictoplossing:

  1. Concurrentie voor de rechter in het bijzonder door bestuurlijke conflictoplossing en buitengerechtelijke conflictoplossing in het privaatrecht.
  2. Taakinvulling door de rechter: kan hij de verwachtingen nog waarmaken?
  3. Opkomst van de digitale techniek als ‘hulp of concurrent’ van de rechter.

Daarbij is de volgende overkoepelende onderzoeksvraag is leidend:

Is er aanleiding om het rechterlijk domein te versterken en, zo ja, in welk opzicht en hoe? In hoeverre is het tegelijkertijd mogelijk bepaalde conflictoplossende taken op een rechtsstatelijk verantwoorde wijze (gedeeltelijk) naar andere actoren te verplaatsen of te digitaliseren?

Deze overkoepelende onderzoeksvraag wordt via drie deelthema’s beantwoord.