Bijbel
Bijbel

'Bijbelteksten zijn niet onschuldig'

De Bijbel lezen vanuit feministisch perspectief: dat is het terrein van Mariecke van den Berg. Zij bekleedt in Nijmegen de Catharina Halkes leerstoel voor feminisme en christendom en is aan de Vrije Universiteit Amsterdam universitair hoofddocent religie en gender. Ze vindt het belangrijk om een gevoeligheid te ontwikkelen voor hoe macht werkt in de heilige teksten van de Joodse en christelijke tradities, ook in relatie tot hedendaags geweld.

Feministische theologie betekent veel vragen stellen, benadrukt Van den Berg. Wie schrijft, wie wordt beschreven? Wie spreekt, wie moet zwijgen? Wie krijgt een eigen plotlijn en een karakterontwikkeling, wie is maar bijfiguur en blijft een karikatuur? ‘Vrouwen en vreemdelingen eindigden in de Bijbel vaak aan de verkeerde kant van die lijn. Teksten zijn niet onschuldig: vormen van ongelijkheid en onrecht in de heilige teksten werken ook vandaag de dag nog door.’ 

Dat zien we volgens haar terug in de wijze waarop teksten uit de Hebreeuwse Bijbel door Israëlische politici worden gebruikt om geweld tegen Palestijnen te legitimeren. ‘De Israëlische premier Netanyahu gebruikt bijvoorbeeld de term “Amalekieten” wanneer hij over Hamas spreekt. In de Bijbel is dat een volk dat Israël aanviel, maar daarbij het onderspit delfde (Exodus 17). Het enge aan deze referentie is echter dat die veel meer oproept dan alleen een beeld van aanval en verdediging. Door de Bijbel heen wordt “Amalek” steeds meer beeldspraak voor het pure kwaad, een Ander die gaandeweg alle aanspraak op menselijkheid verliest. De Amalekieten moeten volgens andere teksten volledig worden uitgeroeid: mannen, vrouwen, kinderen, baby’s en vee (Deuteronomium 25:17-19, 1 Samuël 15: 3). Huiveringwekkende teksten omdat die, wanneer ze klinken uit de monden van hedendaagse Israëlische politici, de deur openen naar de vernietiging van alle Palestijnen.’ 

Mariecke van den Berg benoemd tot bijzonder hoogleraar Feminisme en christendom

Dekoloniale theologie                  

Vanuit het perspectief van feministische en dekoloniale theologie is het belangrijk om de gewelddadigheid van teksten onder ogen te zien, betoogt Van den Berg. ‘Dan gaat het allereerst om geweld in de teksten zelf, maar ook in de receptiegeschiedenis, dus de wijze waarop teksten door de eeuwen heen zijn geïnterpreteerd en ingezet, ook door christenen. En je zou er aan toe kunnen voegen: het geweld van het wegdrukken van teksten die een tegengeluid laten horen. Want er zijn ook passages die wijzen op een andere traditie van geweldloosheid en dorst naar vrede, die het onderscheid tussen wij-en-zij ter discussie stelt.’

De afgelopen maanden is Van den Berg op zoek gegaan naar die andere stemmen in relatie tot Israël en Palestina. ‘Ik kom uit bij verschillende verhalen die een ander beeld oproepen. Een goed voorbeeld is het verhaal uit Genesis 23, waar aartsvader Abraham een graf koopt voor zijn vrouw Sarah. Hij heeft zijn hele leven geleefd met het vooruitzicht van een beloofd land voor zijn nakomelingen, maar heeft het niet in bezit gekregen. Zelfs niet de paar vierkante meter voor een graf voor Sarah. Hij gaat daarom in onderhandeling met de Hethieten, de inwoners van het land. Zij bieden hem gul stukken land aan: “Begraaf uw vrouw in het beste graf dat we hebben!” (v. 6). Abraham slaat het aanbod af, hij wil per se kopen. Eén van de mannen, Efron, gaat op het aanbod in en verkoopt hem een stuk land, het enige stukje beloofd land dat Abraham in bezit zal krijgen. Ik vind dit verhaal belangrijk, omdat het laat zien dat het beloofde land nooit leeg is geweest. Er waren altijd al ‘de anderen’. Die anderen blijken bovendien beleefd, respectvol, gul en gastvrij te zijn. Het verhaal roept de vraag op: kan het zo zijn dat het Beloofde Land niet een geografisch afgebakend terrein is, een vorm van bezit met plek voor maar één volk - maar dat het een manier van samenleven is?’

In haar eigen werk gebruikt Van den Berg graag de beeldspraak van hutten bouwen wanneer ze het heeft over theologie bedrijven. Daarmee wil ze aangeven dat theologie niet zou moeten gaan over het bouwen van onwankelbare, massieve waarheden, die staan als een huis, maar om het creëren van tijdelijke schuilplaatsen voor wie kwetsbaar is. ‘Hutten staan vaak in grensgebieden: die tussen de bewoonde wereld en de wildernis, tussen kindertijd en volwassenheid, tussen spel en ernst. Vanuit de theologie van de schuilhut gaat de eerste zorg altijd uit naar wie de meeste bescherming nodig heeft. In dit geval zijn dat de Palestijnen. De studenten die in hun wankele hutjes/tentjes op de campus protesteren tegen Israëlisch geweld in Gaza, zijn in zekere zin een goed voorbeeld van deze vorm van theologie.’

Stelling van Mariecke van den Berg om verder te leren: ‘Het beloofde land is nooit leeg geweest.’

Ook de campus van de Radboud Universiteit is decor geworden voor de tentenkampen van het Gaza-protest. In een serie wetenschappelijke beschouwingen duidt Radboud Recharge de achtergronden van de oorlog. 

Contactinformatie

Thema
Actualiteiten, Demonstraties, Internationaal, Religie