Voor zijn studie heeft Jurijn Timon de Vos kunnen grasduinen in enkele nog nooit geopenbaarde archieven van de hoogste bestuursorganen van de universiteit, en kon hij aan de hand van persoonlijke notities achterhalen wat er achter de schermen werd besproken over de betekenis van de katholieke identiteit. Als eyeopener noemt hij een discussie in de jaren 80 over de banden van de universiteit met de Katholieke Kerk. Die werd aangewakkerd door een handtekeningenactie van studenten, over de bemoeienis van de bisschoppen met de benoeming van de hoogleraren.
‘Achter de schermen was de toenmalige collegevoorzitter Willy van Lieshout al lang in gesprek geweest met aartsbisschop Simonis, waarbij hij hem overtuigde dat diens goedkeuringsrecht bij de benoemingen eigenlijk van weinig waarde was’, zegt De Vos. ‘Voor de schermen heerste de vrees voor een katholieke restauratie, achter de schermen gebeurde dus het omgekeerde. Wat je aan de voorkant ziet, is niet wat aan de achterkant gebeurt.’ De Vos memoreert dat Van Lieshout gebruik maakte van zijn goede relatie met Simonis. ‘Bij wijze van geruststelling schreef hij Simonis nog: “Maar u kunt me natuurlijk altijd bellen als u informatie wilt over een benoeming.” Een snaakse manier om kerkelijke invloed terug te dringen.
Conflict met bisschoppen
Wie nu aan bisschoppelijke invloed denkt, kan niet heen om het in 2020 tot uitbarsting gekomen conflict over het ontnemen van het predicaat ‘katholiek’ in de statutaire naam van de universiteit. Dit conflict valt buiten de onderzoeksperiode van de studie, die strekt vanaf 1950 tot 2005. ‘Toen ik begon waren de archieven na 2005 nog niet openbaar’, zegt De Vos. ‘Maar ik geef het de onderzoeker te doen die de recente periode wil bestuderen. De bestuurlijke verslaglegging wordt almaar kariger. Orale geschiedschrijving krijgt dan meer gewicht, met alle beperkingen van dien.’
Toch veroorlooft De Vos zich een commentaar op de na dat conflict gevoerde dialoogsessies over de betekenis van het predicaat katholiek voor de medewerkers en studenten. ‘Het is belangrijk dat identiteit zo nu en dan handen en voeten krijgt.’ In zijn proefschrift munt De Vos de term ‘versfering’, als aanduiding van de identiteitsbeleving op de campus na 2000: ‘Identiteit werd toen vereenzelvigd met de als bijzondere geduide sfeer op de Nijmeegse campus, de gezelligheid, de binding.’ Als je te lang over sfeer en beleving spreekt, wordt identiteit op gegeven moment een lege huls en vervliegt ze, zegt De Vos. ‘De beleving ervan moet op gegeven moment ook concreet worden, met die sessies bijvoorbeeld, of met de recente oprichting van het Laudato Si’-Instituut, waarin identiteit op een eigentijdse manier wordt betrokken op duurzaamheid.’
Talrijke transformaties
Het gesprek over identiteit werd aan het begin van de onderzoeksperiode gedomineerd door de commissie-Schillebeeckx, die in de jaren 60 het ‘project Katholieke Universiteit’ in een nieuw daglicht stelde, en aanbevelingen deed voor een open, oecumenische grondslag voor de universiteit. Daarmee werden de conservatieve katholieken in de gordijnen gejaagd. In de periode die De Vos beschrijft lijken de breuklijnen talrijk, maar De Vos spreekt liever van een geleidelijke transformatie. ‘Het wijdlopige rapport-Schillebeeckx verdween spoedig in een la, want de bestuurders konden er weinig mee. De soep wordt met identiteit hier nooit zo heet gegeten.’
Juist door zich te concentreren op de bestuurskamers, kan De Vos de geleidelijkheid aan het licht brengen, waardoor zijn proefschrift zich laat lezen als een continue verschuiving van de bakens, zonder veel rumoer inhakend op wat de tijdgeest verlangt. En met een stevige rol voor de bestuurlijke karakters als verpersoonlijking van die tijdgeest. Het laatste karakter dat in het proefschrift voorbij komt, is collegevoorzitter Roelof de Wijkerslooth, aan het roer sinds 2000. Hij gaf een laatste duw aan de invloed vanuit het Stichtingsbestuur, waarvan de leden door de bisschoppen werden benoemd, en ook dit wordt in de studie van De Vos gepercipieerd als een geleidelijk proces, geen conflict.
Bestuurlijk spel
Wat je volgens De Vos ziet gebeuren is een geleidelijk ‘terugtrekken’ van zowel de bisschoppen in de jaren 60, als van het Stichtingsbestuur, het hoogste bestuursorgaan van de universiteit na 2000. ‘Het beleid over identiteit is altijd een spel geweest tussen verschillende gremia. Aanvankelijk kon het Stichtingsbestuur extra invloed uitoefenen via een grote subsidiepot, maar dit geld droogde tegen 2000 op. ‘Ook dat speelde een rol.’
Een van de meest majeure topics in het bestuur-De Wijkerslooth was in 2004 de naamswijziging, van Katholieke Universiteit Nijmegen naar Radboud Universiteit, aanvankelijk nog met de toevoeging ‘Nijmegen’. En zelfs dit verliep opvallend geruisloos. ‘Dat je afstand neemt van wat je al sinds 1923 in je naam draagt is toch niet niks’, zegt De Vos. ‘Dat ook dit zonder identiteitsdiscussie passeerde heeft me wel verbaasd.’
Carolus Magnus Universiteit
Heeft De Vos in de geopenbaarde notulen nog iets nieuws gevonden over de discussie over de nieuwe naam? Qua officiële argumenten niet. Die waren bekend: De ‘K’ van katholiek zou niet lekker meer bekken, al helemaal niet in het buitenland. Bovendien markeerde Radboud op een mooie manier de band met het ziekenhuis, en was Radboud een heilig verklaarde bisschop zonder smetten op het blazoen. ‘Dat lag anders met een eerder alternatief, Carolus Magnus Universiteit, bovendien de favoriete naam van de oprichter van de universiteit (die bakzeil haalde op instigatie van de bisschoppen). ‘Er waren zorgen over wat er over Karel de Grote nog ooit aan het licht zou kunnen komen.’
Wel nieuw is de informatie over de wijze waarop de naamswijziging er kwam. Zo wijst De Vos op de vuist op tafel van De Wijkerslooth om de nieuwe naam naar voren te schuiven. ‘In die jaren werd marketing steeds belangrijker, de vlottere naam Radboud paste in dat stramien.’ Dat ook hier discussies niet op de spits werd gedreven, had bovendien van doen met ‘een slimmigheidje’ van De Wijkerslooth. ‘Hij wist de naamswijziging buiten de discussie over identiteit te houden. Voor hem was het vooral een zakelijke afweging.’
Die wat laconiek doorgevoerde nieuwe naam illustreert voor De Vos een opspelende verlegenheid over het katholieke karakter. ‘Dat zou niet nodig moeten zijn. Mijn proefschrift laat zien dat de katholieke identiteit in elk tijdsgewricht steeds een nieuwe gedaante kan krijgen. De universiteit kan haar bijzonderheid op dit punt met een gerust hart blijven koesteren én nieuw vormgeven.’
Jurijn Timon de Vos | Katholiek? Geen punt. Een bestuurlijke identiteitsgeschiedenis van de Nijmeegse universiteit (1950-2005) | Uitgeverij Eburon