Verondersteld werd het al langer, nu wijst onderzoek het daadwerkelijk uit: van begin 2008 tot en met eind 2020 is in Nederland de maatschappelijke betrokkenheid afgenomen. ‘Het gaat hier om hele lichte, stabiel dalende trends over de jaren heen’, legt Meijeren uit. ‘Die daling komt allereerst door de toegenomen individualisering: er is meer nadruk op ‘ik’ komen te liggen in plaats van op ‘wij’. Gevolg daarvan is dat mensen zich minder makkelijk aan een organisatie binden. Daarnaast speelt het proces van cohortvervanging een belangrijke rol, waarbij oudere - sociaal betrokken - generaties uitsterven en door jongere – minder sociaal betrokken – generaties vervangen worden. Die doorlopende ontwikkeling zorgt ervoor dat de algehele maatschappelijke betrokkenheid elk jaar gestaag afneemt. Dit heeft op lange termijn een behoorlijke impact op een land als Nederland, dat van oudsher een levendig verenigingsleven kent.’
Minder leden en vrijwilligers
In zijn onderzoek richtte Meijeren zich op vier vormen van betrokkenheid: 1) lid zijn van een organisatie; 2) doneren aan een organisatie; 3) actief deelnemen aan activiteiten van een organisatie en 4) vrijwilligerswerk doen voor een organisatie. Uit de cijfers blijkt dat er op al deze vier onderdelen, van 2008 tot en met 2020, bij verschillende type organisaties een dalende trend zichtbaar was. ‘De grootste afname was bij het aantal leden’, licht Meijeren toe. ‘Dat heeft tegelijkertijd ook gevolgen voor de andere onderdelen. Vaak werven organisaties onder hun leden nieuwe vrijwilligers. En hoe minder leden je hebt, des te moeilijker het is om nieuwe vrijwilligers te vinden. Verder is ook het aantal donaties gedaald, waarbij wel de kanttekening geldt dat donaties aan gezondheidsorganisaties niet tot de databron behoorden en daardoor niet in dit onderzoek konden worden meegenomen.’
Volgens Meijeren is er voor organisaties sprake van een alarmerend beeld. Hij doelt met name op de organisaties die tot het maatschappelijk middenveld behoren, ook wel de ‘civil society’ geheten. Daaronder vallen drie organisatietypen: activistische organisaties (waaronder humanitaire en milieuorganisaties), vrijetijdsorganisaties (zoals sport- en culturele verenigingen) en belangenorganisaties (denk aan vakbonden en consumentenorganisaties). Voor dit onderzoek is daar nog een vierde categorie met overige organisaties aan toegevoegd (met bijvoorbeeld religieuze organisaties). ‘Al deze vier organisatietypen drijven nog op oudere generaties, die van jongs af aan als het ware zijn opgegroeid binnen het verenigingsleven. Nagenoeg alle organisatietypen hebben steeds meer moeite om mensen te binden. De enige uitzondering vormen milieuorganisaties. Dat valt niet los te zien van de stijgende aandacht voor het klimaat en de daarmee gepaard gaande zorgen binnen de samenleving, die tot maatschappelijke betrokkenheid leiden.’
Bouwen op hoop en nieuwe kansen
Toch gloort er voor de meeste organisaties nog hoop. Meijeren wijst daarbij op de stabiliteit van de dalende trend. ‘Uit die stabiliteit blijkt namelijk dat grote gebeurtenissen de maatschappelijke betrokkenheid nauwelijks beïnvloeden’, legt hij uit. ‘In de meetperiode waren er verschillende grote gebeurtenissen. Denk aan de financiële crisis in 2008, gevolgd door de vluchtelingencrisis in 2015 en recenter de coronacrisis, waarvan een groot deel van de beginperiode in 2020 nog in dit onderzoek is meegenomen. Al die gebeurtenissen hebben echter niet tot een grote daling van de maatschappelijke betrokkenheid geleid. Daaruit blijkt dat de Nederlandse civil society wel tegen een stootje kan: de mensen die al maatschappelijk betrokken zijn, blijven organisaties ondanks grote gebeurtenissen trouw. Op hen kun je dus bouwen.’
Hoewel de onderzoeksresultaten niet uit de lucht komen vallen, kunnen ze organisaties volgens Meijeren wel aan het denken zetten. ‘Dit onderzoek kan aanleiding vormen om op zoek te gaan naar nieuwe manieren om mensen te binden. Neem bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Zo is er het initiatief thuisgekookt.nl, waar mensen op vrijwillige basis een maaltijd maken voor een ander die daar zelf om wat voor reden dan ook moeite mee heeft. Dat past bij de huidige tijdsgeest: vrijwilligers kunnen iets voor anderen betekenen en dat doen vanuit huis, op momenten dat het hen uitkomt. Die flexibiliteit en laagdrempeligheid spreekt ook jongere generaties aan om als vrijwilliger deel te nemen. Deze nieuwe tijd vraagt dus om een andere aanpak, die weer tot nieuwe kansen kan leiden.’
Foto via Freepik