Nee, de inlichtingendiensten van Nederland zijn er niet op uit om de randjes van de wet op te zoeken, of om kostte wat kost overheden en organisaties te bespioneren en onderuit te halen. De eigen burgers zomaar bespioneren, puur omdat het kan? Daar is ook geen sprake van. De AIVD schrijft dat ze staat ‘voor de veiligheid van Nederland en voor het beschermen van de democratie tegen nationale en internationale dreigingen, zodat we in vrijheid kunnen leven.’ En dat is een missie die ze ontzettend serieus nemen, legt Rowin Jansen uit.
Op 11 september spreekt Jansen in de Stevenskerk tijdens wetenschapsfestival Oneindig. Daarin neemt hij het publiek mee in hoe de geheime diensten ons beschermeng en welke afwegingen daar bij komen kijken. Jansen onderzocht de afgelopen jaren het toezicht op de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). ‘Juist omdat ze zulke bijzondere taken hebben, en die in het geheim uitvoeren, zijn ze zich er heel bewust van: we moeten niet te ver gaan. Het zijn geen almachtige meekijkers, zoals vaak gedacht wordt – al kunnen en mogen de diensten veel als het echt moet.’
Pacemakers hacken en regeringen infiltreren
Ook opvallend: dat medewerkers van de diensten en hun toezichthouders bereid bleken met Jansen over hun werk te praten. Er was veel geheimhouding over specifieke operaties, maar in algemeenheden wilden zij best praten. ‘Als je als wetenschapper serieuze vragen stelt over de institutionele inrichting van de diensten – hoe ze opereren, waar de wetgeving knelt en hoe het toezicht werkt – dan krijg je ook serieuze antwoorden. Over hypothetische vragen kan bijvoorbeeld uitgebreid maar ook open en eerlijk worden gesproken. Mag je bijvoorbeeld een pacemaker hacken? Mag je een informant laten infiltreren in een regering van een ander land? Ik heb tijdens zulke gesprekken nooit het gevoel gehad dat er iets werd achtergehouden of verdraaid om mij op een vals spoor te zetten.’
Jansen promoveert eind september aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit, maar heeft hiervoor óók geschiedenis gestudeerd. Een combinatie die hem veel gebracht heeft in zijn onderzoek. ‘Na een half jaar geschiedenis koos ik voor een tweede studie, omdat ik er graag iets extra’s bij wilde doen. Ook wel een beetje met het oog op de arbeidsmarkt: zo rooskleurig is die nou ook weer niet voor geschiedenisstudenten. Uiteindelijk besloot ik mijn interesses in parlementaire geschiedenis en het staatsrecht te combineren.’
Uiterst Vertrouwelijk
In aanloop naar zijn proefschrift initieerde Jansen ook Uiterst Vertrouwelijk, een boek over het ontstaan van de geheime diensten in Nederland. De Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), de voorloper van de huidige AIVD, ontstond in 1949. Maar de eerste geheime dienst in Nederland ontstond eigenlijk al aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Lang was weinig bekend over deze eerste geheime dienst van ons land. ‘Het boek laat zien hoe die diensten zijn ontstaan, wat een directe lijn geeft naar hoe ze vandaag functioneren,’ legt Jansen uit.
Uiterst Vertrouwelijk is gebaseerd op het zogenoemde ‘rapport-De Meijer’, een bijzondere bron. De auteur, Marius de Meijer was vanaf 1933 bij de vroege inlichtingendienst betrokken, en besloot bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog talloze gevoelige documenten – die eigenlijk vernietigd moesten worden – te begraven in een ijzeren kist in zijn achtertuin. Toen De Meijer na de oorlog in dienst trad van de BVD, werden de documenten overgedragen aan de nieuwe geheime dienst. Het rapport-De Meijer bleef lange tijd onbekend voor de buitenwereld, tot het enkele jaren geleden opgedoken werd voor Uiterst Vertrouwelijk.
Schaduwwerk
Jansen kijkt er naar uit om het publiek tijdens wetenschapsfestival Oneindig een kleine blik achter de schermen te bieden bij de geheime diensten. ‘Het gaat over organisaties die werken in de schaduw van onze samenleving, maar die tegelijkertijd cruciaal zijn voor onze veiligheid. En juist omdat ze zo weinig zichtbaar zijn en ingrijpende bevoegdheden mogen inzetten, is het belangrijk dat we weten hoe ze werken. Niet omdat dat alles onthuld moet worden – dat kan ook niet – maar om te laten zien welke dilemma’s er spelen, en hoe ze kunnen worden ingepast in de democratische rechtsstaat.’
Op 11 en 12 september organiseert de Radboud Universiteit samen met Radboud Reflects en het Donders Instituut wetenschapsfestival Oneindig. Is de ene oneindigheid groter dan de andere? Gaan mensen ooit oneindig leven? Is het universum oneindig? En zitten er grenzen aan de mogelijkheden van het menselijke brein? Korte talks, podcastopnames, ervaringen en experimenten laten je verder denken over de wetenschappelijke kant van oneindigheid. Laat je in een groep meevoeren naar de Stevens’ Skywalk en de Latijnse School en stel de rest van de avond je eigen programma in de Stevenskerk samen.