Kerst
Kerst

‘De stille stem in de preek van Augustinus’

Rector magnificus José Sanders buigt zich over de enige in Nijmegen beschikbare preek van Augustinus. De handgeschreven tekst is een neerslag van woorden die liefst zestienhonderd jaar geleden zijn uitgesproken door deze door Sanders bewonderde kerkvader. ‘Eeuw op eeuw is deze preek overgeleverd, een tijdloze tekst die ons steeds weer kan raken.’

Het is een wonderlijke bundel met preken die José Sanders ter hand neemt. Meteen op de eerste pagina start in fraai kriebelig handschrift een preek van Bernardus, pas aan het einde staat de preek die ze zoekt, die van kerkvader Augustinus (354-430 n. Chr.). Een veel kortere tekst, die weet te raken door een regel die voor Sanders de ‘barmhartigheid’ van de kerkvader in het volle licht stelt. Ze leest een voor haar treffende passage voor (zie kader). Een prachtige boodschap, vindt Sanders, en zo treffend ook weer deze kerstdagen. ‘Dit is een tekst van alle tijden. Ook in Augustinus’ tijd waren er mensen die niet gelovig waren, mensen die verbitterd waren of spijt hadden, die zoekend waren:  Augustinus wil hen raken met  het verhaal van het kerstkind.’ De overgeleverde tekst rept immers van ‘de gheboerte ons lieuen heren’, een ‘kijnderkine [dat] lichtelike besmeket werde’ (de geboorte van onze lieve heer […] een kind dat zich gemakkelijk liet smeken). 

‘Ik ga met Kerstmis altijd naar de nachtmis’, zegt Sanders, die in ‘haar’ thuiskerk – de Sint Jan in Den Bosch – dan vaak de lector is die de tweede lezing en de voorbede mag voorlezen. ‘Ieder jaar opnieuw bidden we die nacht om vrede, verzoening, vergevingsgezindheid.’ Wie precies Augustinus voor ogen had met ‘de ongelovigen’ weten we niet, maar voor Sanders maakt dat niet zoveel uit. Ze wijst op de moeite die het onszelf kost om geloof te houden in het goede dat ons bindt. ‘Als we eerlijk beseffen hoe kwetsend én kwetsbaar mensen zijn, brengt dat ook in onze tijden velen van allerlei gezindten bijeen. Juist op deze “alre suetsten daghe” (allerzoetste dag) mogen we ons laten raken, meeleven met het lijden dat nu zovelen treft.’   

José Sanders

Door een trechter van eeuwen 

Het bladeren door de bundel, ondersteund door uitleg in een bijgeleverde catalogus, is voor Sanders een historische sensatie. ‘De handgeschreven teksten zijn geweldig, met grote zorg opgeschreven, door meerdere handen, dat zie je aan de variatie in handschriften.’ Het raakt haar dat zoveel mensen uit voorbije tijden hebben bijgedragen aan wat zij nu kan doorbladeren: de kalligrafen van de teksten, de perkamentmakers, de snijders van het perkament en degenen die potloodlijntjes trokken om de kolommen te ordenen, de boekbinders en niet te vergeten de bibliothecarissen door de eeuwen heen. ‘Aan het bladeren en lezen in deze tekst ligt een eindeloze materialiteit ten grondslag, geduldige en vakbekwame aandacht; als je dit vasthoudt word je door een trechter van eeuwen getrokken. Vergelijk dat eens met de bestudering van digitale teksten, zoals nu steeds meer gangbaar wordt.’

Dit is geen diskwalificatie van de studie van digitale teksten, benadrukt Sanders. De voordelen daarvan zijn grenzeloos: de weidse beschikbaarheid, het gemakkelijke zoeken in de teksten en het grootschalig analyseren. ‘Maar je moet het ene doen en het andere niet laten.’ Sanders zou elke student toewensen om naast digitaal onderzoek ook eens een bundel als deze ter hand te kunnen nemen gedurende de studie. ‘Dan wordt de werkelijke waarde van de totstandkoming van zo’n tekst tastbaar: dat het eindeloos kostbaar is dat zovelen moeite hebben gegeven om die tekst over de eeuwen heen aan ons over te dragen.’

De waarde van de stille stem

Wat vertelt deze tekst ons vandaag de dag nog? ‘Augustinus preekt dat er altijd goedheid is te vinden als we oog in oog komen te staan met de kwetsbaarheid van het ultiem onschuldige en goede, dat bij ons komt in de gestalte van een pasgeboren kind’, zegt Sanders. Die kwetsbaarheid nodigt uit tot stil worden en luisteren om je te laten raken door de stem van het kind. ‘Het is een stille stem. Die is zeker nu, met al die informatie en luid verkondigde meningen om ons heen, niet gemakkelijk te horen.’ Die komt niet zomaar tot je, legt ze uit: daar is kennis voor nodig (waarom wordt dat kind een lam genoemd?), aandacht voor reflectie (wat is zonde en heeft dat iets met mij te maken?), en ruimte voor rituelen (zoals het Kerstverhaal en een nachtmis, of een kerststalletje en een kaarsje). En uiteraard kunnen mensen dan zelf uitmaken wat ze in die stem willen horen. 

Ook herkenbaar noemt de rector dat Augustinus spreekt over mensen die berouw hebben en die om genade en genezing vragen. Vergiffenis is een moeilijk begrip. In het leven hier en nu zijn we voortdurend bezig om dingen op te lossen, mensen tevreden proberen te stellen, belangen af te wegen. ‘En dan besef je: ik schiet tekort, in alles, in aandacht die ik mensen kan geven, de tijd die ik voor zaken kan vrijmaken, in de beslissingen die ik neem.’ De ‘stille stem’ toelaten geeft dan een zekere rust. ‘Ze zegt je dat menselijkheid ook schuilt in het terugdringen van een idee van almacht, in de erkenning dat je het niet volmaakt kunt doen, dat niemand dat kan en dat we maar zó weinig tot stand kunnen brengen in een mensenleven.’

De eigen verantwoordelijkheid

Die stem is voor Sanders geen aansporing om dan maar stil te gaan zitten, om dan maar niks te doen. Hier komt de verantwoordelijkheid om de hoek kijken, voor je omgeving, en voor de mensen om je heen. ‘De vraag is steeds wat ik ga doen binnen de ruimte die mij is gegeven. Je eigen verantwoordelijkheid is zowel kleiner dan je beseft, als groter dan je denkt.’ 
Nu Sanders als rector magnificus een van de autoriteiten is van de universiteit, hoort ze in de tekst van Augustinus de spanning die ieders eigen verantwoordelijkheid oproept. Ze wijst op de tendensen in de samenleving om persoonlijke vrijheid op te eisen en tegelijkertijd het stuur in handen te geven van een autoriteit die dan maar de problemen moet oplossen. ‘Het spannende is dat we enerzijds een vorm van gerechtvaardigde autoriteit nodig hebben, maar dat anderzijds de persoon van de leider diezelfde autoriteit nooit alleen kan belichamen. Dit besef daagt iederéén uit de eigen persoonlijke verantwoordelijkheid in te zetten als een autoriteit rechtvaardigheid verliest, om te voorkomen dat een samenleving de autoritaire weg inslaat. Deze voortdurende afweging is het spannende van de balans. Luister naar de stille stem die je doet beseffen dat je veel niet goed doet en niet kunt doen, en die je doet hopen het goede te doen waar, en voor wie je dat wel kunt – daartoe spoort de preek van Augustinus ons aan.’ 
Zo levert de tekst ook geldigheid aan de laatste rede bij de opening van het academisch jaar, waarin Sanders pleitte voor academische vrijheid in verantwoordelijkheid, onlosmakelijke pijlers in de missie van de Radboud Universiteit. ‘Kerstmis herinnert ons aan de kwetsbare stem die ons uitnodigt. We leven uit elkaars barmhartigheid, en zo kunnen we aan de universiteit ook samenwerken: dienstbaar aan de waarheid, aan de samenleving en aan elkaar.’

Tekst Augustinus

De preek in de universiteitsbibliotheek

De universiteitsbibliotheek beschikt over één preek van Augustinus, opgenomen in een band met een veel langere, ook handgeschreven ‘sermoen’ (preek) van Bernardus. Kerkvader Augustinus heeft als priester (vanaf 391) en bisschop (vanaf 396) liefst zesduizend keer gepreekt, slechts een tiende deel hiervan is in teksten bewaard gebleven. Een van deze overgeleverde teksten is opgenomen in de band van de UB. De band zelf dateert uit de 18de eeuw, de hierin opgenomen sermoenen zijn opgetekend in de late 15de eeuw, waarschijnlijk door monniken in het redemptoristenklooster in Wittem. Wie de teksten heeft gebundeld is onbekend, zo ook de keuze van precies deze twee opgenomen sermoenen. In de band van de UB ontbreekt het schutblad, verder zijn  diverse pagina’s verknipt, overigens zonder tekstverlies.

Augustinus schreef al zijn preken in het Latijn. De vertaalde preken zijn vrijwel allemaal - alleen - in boekvorm beschikbaar. Aan een digitale ontsluiting van zijn preken wordt gewerkt. 

Passage uit de preek

‘Ic bidde u broders dat ghi de woerde myt andacht ontfanghet die de here gheven sal in dessen alre suetsten daghe. In welken beweghen werden oec onghelouighen menschen. In welken myt barmherticheit gheroert wort de boese. De rouwighe hoept ghenade, de ghevanghe en mishopet niet te wederkeren, de ghewont is begheert arsedie. In welken gheboren is dat lam dat afnemet de sunde der werelt.’ (Ik bid u broeders, dat u de woorden met aandacht ontvangt die de heer geven zal op deze allerzoetste dag, waarop ook ongelovige mensen bewogen worden, waarop kwade mensen met barmhartigheid geroerd worden, waarop rouwmoedigen hopen op genade, waarop de gevangene niet wanhoopt naar huis terug te keren, waarop de gewonde uitziet naar een arts; waarop geboren is het lam dat wegneemt de zonde der wereld.)

Contactinformatie

Thema
Radboud toen en nu, Religie, Winterspecial