Door een trechter van eeuwen
Het bladeren door de bundel, ondersteund door uitleg in een bijgeleverde catalogus, is voor Sanders een historische sensatie. ‘De handgeschreven teksten zijn geweldig, met grote zorg opgeschreven, door meerdere handen, dat zie je aan de variatie in handschriften.’ Het raakt haar dat zoveel mensen uit voorbije tijden hebben bijgedragen aan wat zij nu kan doorbladeren: de kalligrafen van de teksten, de perkamentmakers, de snijders van het perkament en degenen die potloodlijntjes trokken om de kolommen te ordenen, de boekbinders en niet te vergeten de bibliothecarissen door de eeuwen heen. ‘Aan het bladeren en lezen in deze tekst ligt een eindeloze materialiteit ten grondslag, geduldige en vakbekwame aandacht; als je dit vasthoudt word je door een trechter van eeuwen getrokken. Vergelijk dat eens met de bestudering van digitale teksten, zoals nu steeds meer gangbaar wordt.’
Dit is geen diskwalificatie van de studie van digitale teksten, benadrukt Sanders. De voordelen daarvan zijn grenzeloos: de weidse beschikbaarheid, het gemakkelijke zoeken in de teksten en het grootschalig analyseren. ‘Maar je moet het ene doen en het andere niet laten.’ Sanders zou elke student toewensen om naast digitaal onderzoek ook eens een bundel als deze ter hand te kunnen nemen gedurende de studie. ‘Dan wordt de werkelijke waarde van de totstandkoming van zo’n tekst tastbaar: dat het eindeloos kostbaar is dat zovelen moeite hebben gegeven om die tekst over de eeuwen heen aan ons over te dragen.’
De waarde van de stille stem
Wat vertelt deze tekst ons vandaag de dag nog? ‘Augustinus preekt dat er altijd goedheid is te vinden als we oog in oog komen te staan met de kwetsbaarheid van het ultiem onschuldige en goede, dat bij ons komt in de gestalte van een pasgeboren kind’, zegt Sanders. Die kwetsbaarheid nodigt uit tot stil worden en luisteren om je te laten raken door de stem van het kind. ‘Het is een stille stem. Die is zeker nu, met al die informatie en luid verkondigde meningen om ons heen, niet gemakkelijk te horen.’ Die komt niet zomaar tot je, legt ze uit: daar is kennis voor nodig (waarom wordt dat kind een lam genoemd?), aandacht voor reflectie (wat is zonde en heeft dat iets met mij te maken?), en ruimte voor rituelen (zoals het Kerstverhaal en een nachtmis, of een kerststalletje en een kaarsje). En uiteraard kunnen mensen dan zelf uitmaken wat ze in die stem willen horen.
Ook herkenbaar noemt de rector dat Augustinus spreekt over mensen die berouw hebben en die om genade en genezing vragen. Vergiffenis is een moeilijk begrip. In het leven hier en nu zijn we voortdurend bezig om dingen op te lossen, mensen tevreden proberen te stellen, belangen af te wegen. ‘En dan besef je: ik schiet tekort, in alles, in aandacht die ik mensen kan geven, de tijd die ik voor zaken kan vrijmaken, in de beslissingen die ik neem.’ De ‘stille stem’ toelaten geeft dan een zekere rust. ‘Ze zegt je dat menselijkheid ook schuilt in het terugdringen van een idee van almacht, in de erkenning dat je het niet volmaakt kunt doen, dat niemand dat kan en dat we maar zó weinig tot stand kunnen brengen in een mensenleven.’
De eigen verantwoordelijkheid
Die stem is voor Sanders geen aansporing om dan maar stil te gaan zitten, om dan maar niks te doen. Hier komt de verantwoordelijkheid om de hoek kijken, voor je omgeving, en voor de mensen om je heen. ‘De vraag is steeds wat ik ga doen binnen de ruimte die mij is gegeven. Je eigen verantwoordelijkheid is zowel kleiner dan je beseft, als groter dan je denkt.’
Nu Sanders als rector magnificus een van de autoriteiten is van de universiteit, hoort ze in de tekst van Augustinus de spanning die ieders eigen verantwoordelijkheid oproept. Ze wijst op de tendensen in de samenleving om persoonlijke vrijheid op te eisen en tegelijkertijd het stuur in handen te geven van een autoriteit die dan maar de problemen moet oplossen. ‘Het spannende is dat we enerzijds een vorm van gerechtvaardigde autoriteit nodig hebben, maar dat anderzijds de persoon van de leider diezelfde autoriteit nooit alleen kan belichamen. Dit besef daagt iederéén uit de eigen persoonlijke verantwoordelijkheid in te zetten als een autoriteit rechtvaardigheid verliest, om te voorkomen dat een samenleving de autoritaire weg inslaat. Deze voortdurende afweging is het spannende van de balans. Luister naar de stille stem die je doet beseffen dat je veel niet goed doet en niet kunt doen, en die je doet hopen het goede te doen waar, en voor wie je dat wel kunt – daartoe spoort de preek van Augustinus ons aan.’
Zo levert de tekst ook geldigheid aan de laatste rede bij de opening van het academisch jaar, waarin Sanders pleitte voor academische vrijheid in verantwoordelijkheid, onlosmakelijke pijlers in de missie van de Radboud Universiteit. ‘Kerstmis herinnert ons aan de kwetsbare stem die ons uitnodigt. We leven uit elkaars barmhartigheid, en zo kunnen we aan de universiteit ook samenwerken: dienstbaar aan de waarheid, aan de samenleving en aan elkaar.’