Eigenlijk kwam Octavie Wolters op onze uitnodiging kijken naar de kinderboeken vol vogels van Theo van Hoytema (1863-1917). Omdat haar prentenboekendebuut Het lied van de spreeuw (2021) ons zo aan diens werk deed denken.
Maar Johan Oosterman, programmadirecteur Radboud Erfgoed, wil haar het pronkstuk uit de vogelcollectie niet onthouden, de Nederlandsche Vogelen (1770-1829). Deze kloeke vijfdelige gids van alle vogels die destijds in ons land te vinden waren, was het uitgangspunt voor de expositie ‘Vogelvreugd’. Wolters buigt zich meteen gefascineerd over de bijna levensgroot afgebeelde vogels. 'Die blauwe reiger ziet er heel anders uit dan wij hem nu kennen. En de roodborstjes zijn tegenwoordig ook veel dikker.'
Vogelkunstenaars
Wolters’ debuut was een daverend succes. Het werd bekroond met een Zilveren Penseel 2022, is vorig jaar uitgeroepen tot een van de mooiste Duitse boeken, genomineerd voor de prestigieuze Engelse Carnegie Medal 2024 en prijkt op de internationale IBBY-honour list 2024. Theo van Hoytema was in zijn tijd ook een gevierd illustrator en kunstenaar.
Beiden zou je vogelkunstenaars kunnen noemen: ze vangen vogels op papier, haarscherp en karakteristiek, in zwarte lijnen, al dan niet met kleur. Maar de gelijkenissen in hun thematiek en lijnvoering blijken toeval: 'Heel wonderlijk dat jullie aan Van Hoytema denken, want ik had nog nooit van hem gehoord. Ik hoor wel heel vaak dat mijn prenten mensen doen denken aan art nouveau. Dat is ook zijn tijd.'
Net als Van Hoytema laat Wolters zich inspireren door de natuur. 'De schoonheid in de natuur ontroert en troost me. En vogels zijn gewoon heel mooi. Je kunt er allerlei symbolen aan toekennen.' Ze vertelt hoe Het lied van de spreeuw is ontstaan toen ze uit een depressie omhoog aan het klimmen was. Na een periode waarin ze alleen 'heel donkere dingen” maakte, begon ze vogelprenten te maken. 'De vogels zijn symbool voor hoe ik mijn vleugels weer uitsloeg na een donkere periode.'
Haar boek is een ode aan het leven en aan "hoe mooi alles is". Die schoonheid van de natuur helpt haar om ook de zware dingen in het leven te dragen. Tekst en thematiek doen denken aan het zonnelied van Franciscus, niet toevallig de man die preekte voor vogels en vaak samen met deze dieren afgebeeld wordt.
Dezelfde thematiek is ook aanwezig in haar tweede, eind januari te verschijnen vogelprentenboek, Dit gaat nooit voorbij. “Het bestaat uit twaalf linosneden, een voor elke maand, met twaalf wandelingen en twaalf gesprekken met vogels. Over het leven, over geloven in wat je niet kunt zien, over bang zijn, missen en over wat het grootste geluk is.” Een nieuwe associatie met Hoytema dringt zich op: van 1902-1917 maakte Van Hoytema kalenders met voor elke maand een prent van een vogel of ander dier. Ook Wolters komt binnenkort met een vogelkalender.