Al wekenlang was de grote zaal van het collegezalencomplex uitverkocht, in afwachting van een lezing en gesprek met Édouard Louis (1992). In 2014 lanceerde hij zichzelf in de literatuur met zijn veelbekroonde debuut En finir avec Eddy Bellegueule, vertaald als Weg met Eddy Bellegueule. In tien jaar verschenen van zijn hand nog eens zes romans, alle geïnspireerd op zijn afkomst in een vergiftigd arbeidersmilieu, geteisterd door armoede, huiselijk geweld, racisme en homofobie. Vorig jaar lanceerde hij met zijn roman L’effondrement zijn laatste vuurpijl op dit milieu, nu gericht op zijn oudere broer die op 38-jarige leeftijd is gestorven aan overmatig alcoholgebruik. Uitgeverij De Bezige Bij tekent voor de uitgave van al zijn inmiddels zeven romans, als laatste voor de onlangs verschenen broedertwist De Ondergang.
De komst van Louis naar Nijmegen is tevens een van hoogtepunten van de jaarlijkse literaire week van De Wintertuin. De avond vol wetenschap kreeg daarmee een gepaste opening met een ode van schrijver Milio van de Kamp, in 2023 gedebuteerd met de veelzeggende titel Misschien moet je iets lager mikken. Van de Kamp, die net als zijn grote voorbeeld Louis vanuit een armoedige thuissituatie wist op te klimmen tot het academisch milieu, ontleende de titel aan het advies van een zijn docenten, in reactie op zijn schrijversdroom. Dankzij Eddy kwam ik in aanraking met de literatuur, aldus Van de Kamp in zijn liefdevolle laudatio aan de hoofdgast. Hij gaf hem het vertrouwen te kunnen slagen als schrijver. Mensen uit zijn milieu worden al te gemakkelijk genegeerd, zo niet door Eddy, aldus memoreerde Van de Kamp een samenzijn. ‘Hij is iemand die weet wat het is om niet gezien te worden.’
Kansenongelijkheid
Hoogleraar Eddie Denessen ging als eerste van drie Radboud-wetenschappers in gesprek met de Franse auteur. Hij deelde met hem de mogelijkheden van onderwijs bij het overbruggen van kansenongelijkheid, ook het onderwerp van zijn oratie in 2024. Louis wist zich immers via het onderwijs te ontworstelen aan zijn milieu, met als hoogste trede op de ladder zijn vorming tot socioloog in het prestigieuze Ecole normale superieure in Parijs.
Is dit een toonbeeld van meritocratie, aldus de vraag, lees: is dit opklimmen een beloning voor zijn eigen inzet en talent? Is zijn onderwijs de moter geweest om te ontsnappen aan zijn achtergrond? Louis nuanceerde de rol van zijn eigen talent en intelligentie. Het lag complexer, zo schetste hij de onmogelijkheid om zijn anders-zijn en homoseksualiteit binnen zijn milieu van herkomst te kunnen ontplooien. Om te kunnen leven ‘móest ik wel aan dit milieu ontsnappen, ik had geen andere keus’. Op de vraag van Denessen wat als eerste moet veranderen wil het onderwijs een waarachtige rol spelen als maatschappelijke emancipator, hoefde Louis niet lang na te denken: ‘Verminder de invloed van de familie in de onderwijskansen.’
Structuren van geweld
Rode draad in de avond was de rem van de auteur op ieders individuele inzet, ten faveure van een veel grotere aandacht voor de onderliggende maatschappelijke structuren – met dank van Louis aan Pierre Bourdieu, een van zijn grootste inspiratiebronnen. Deze Franse socioloog, antropoloog en cultuurcriticus heeft immers de ‘sociale reproductie’ uitputtend bestudeerd: de overdracht van generatie op generatie van ook de meest ellendige omstandigheden, vaak zonder dat mensen zich hiervan bewust zijn. Precies dit inzicht motiveerde Louis tot zijn laatste roman over zijn broer. Zo intens door hem gehaat, zo legde gespreksleider Cees Leijenhorst de paradox op tafel, vanwaar toch desondanks de grote behoefte om hem te kunnen verstaan?
Jawel, bevestigde Louis: ik haatte hem, hij haatte mij, hij haatte vrouwen, hij was een racist, gewelddadig, een homofoob. Maar toch verdient hij het fileermes van deze roman, juist om de vinger op deze zere plek te kunnen leggen. Ook de gedragingen van zijn broer komen volgens hem niet uit de lucht vallen, zijn een product van het milieu. De inzet van zijn laatste boek is om dit aan het licht te brengen, ‘om zichtbaar te maken wat we liever niet zien’, én om tot een beter begrip te komen. ‘Als je de objectieve factoren die aan geweld ten grondslag liggen niet bestudeert, kun je je er ook niet tegen weren.’