Dit opniestuk van Erik Meester en Anna Bosman verscheen eerder in op de website van NRC. Foto via Freepik
Je hebt geluk als je in ieder geval één iemand kent, bijvoorbeeld een vriend, partner of familielid, waarbij je aan een half woord genoeg hebt. Dat wil zeggen: je deelt een dusdanige hoeveelheid kennis en ervaringen dat je elkaar vrijwel altijd meteen begrijpt. Met zo iemand heb je een sterke band; je kunt je goed in die persoon inleven. Is er daarentegen nauwelijks een gedeelde achtergrond, dan is communiceren met of empathie hebben voor elkaar al een stuk ingewikkelder.
Dit principe zie je terug in publieke discussies. Algoritmes achter sociale media zorgen ervoor dat er minder gedeelde kennis is. Het lijkt steeds lastiger de verbinding te vinden. Denk aan de sterk toenemende polarisatie tussen republikeinen en democraten in de Verenigde Staten.
In zijn nieuwste boek ‘How to educate a citizen’ maakt de beroemde onderwijsprofessor E.D. Hirsch, Jr. duidelijk dat er een belangrijke rol is weggelegd voor het onderwijs als we dit tij willen keren. Volgens hem zou het funderend onderwijs sterk moeten inzetten op het onderwijzen van een gemeenschappelijke kennisbasis. De leerplicht biedt hiertoe een unieke kans. Het onderwijs kan ervoor zorgen dat elke leerling in de basis hetzelfde weet en dezelfde "taal" spreekt. Dat is een voorwaarde voor betrokkenheid bij publieke debatten en voor een gezonde democratie.
Maar het onderwijs lijkt juist steeds meer bij dat gemeenschappelijke doel vandaan te bewegen. Trends als gepersonaliseerd leren, waarbij iedere leerling leskrijgt op zijn eigen niveau, onderzoekend leren en "leerpleinen" waar kinderen zelfstandig kunnen werken, worden breed omarmd. Op dit moment wordt gewerkt aan nieuwe vakinhoud, onder de naam curriculum.nu. Een van de ontwikkelgroepen hiervoor schreef: 'Leerlingen moeten de mogelijkheden krijgen om zich vanuit talenten, interesses en leerbehoeften te ontwikkelen'.
Deze beweging is ronduit zorgwekkend. Gepersonaliseerd leren maakt het klassikaal onderwijzen van een gemeenschappelijke kennisbasis vrijwel onmogelijk. Wij willen de intenties van onderwijsmensen die zich met hart en ziel voor dit soort ontwikkelingen inzetten niet in twijfel trekken, maar wel de legitimering ervan.
"Learnification" van het onderwijs
De onderwijsfilosoof Gert Biesta sprak al in 2009 zijn zorgen uit over ‘learnification’ van het onderwijs. Onderwijs lijkt steeds meer in dienst te staan van de zelfverwezenlijking van elk individu. Daardoor komt de socialiserende functie van het onderwijs (bijdragen aan een gedeelde cultuur) in de knel. Komen scholen nog wel toe aan het onderwijzen van de gedeelde kennisbasis die leerlingen zou moeten voorbereiden op het vervolgonderwijs én de samenleving? Gepersonaliseerd onderwijs zou wel eens ten koste kunnen gaan van de sociale cohesie in de school, het land en uiteindelijk de hele wereld. Hoe kunnen we elkaar nog begrijpen en vruchtbare maatschappelijke discussies voeren als het funderend onderwijs geen brede gemeenschappelijke kennisbasis meer garandeert?
Maar wij zijn toch allemaal uniek? Deze ‘one size does not fill all’-retoriek is aanlokkelijk, maar misleidend. Als het gaat over de manier waarop we leren, lijken we veel meer op elkaar dan we verschillen, vergelijkbaar met de manier waarop we voedsel verteren. Natuurlijk kan en moet je als leraar tegemoetkomen aan individuele behoeften, maar pas hiermee op als het gaat over de inhoud. 'Werkelijk individualisme en onafhankelijkheid van denken komen ná cognitief en taalkundig meesterschap', stelt Hirsch, 'niet daarvoor. Net als alle grote musici zijn begonnen met toonladders en simpele repetitieve oefeningen voordat zij konden improviseren en iets geweldigs creëerden, moeten onze kinderen eerst de basis onder de knie krijgen voordat zij eigen intellectuele keuzes kunnen maken.'
Ja, er zijn landelijke afspraken over wat leerlingen moeten kennen of kunnen. Maar deze "kerndoelen" zijn vaak inhoudsloos. Kerndoel 3 luidt bijvoorbeeld: 'De leerlingen leren informatie te beoordelen in discussies en in een gesprek dat informatief of opiniërend van karakter is en leren met argumenten te reageren.' Scholen hebben behoefte aan meer houvast, schreven wij al eerder. Nu vinden ze die, bij gebrek aan beter, met name bij lesmethodes. Bij gepersonaliseerd leren worden die lesmethodes juist steeds meer opzijgeschoven. En of curriculum.nu meer duidelijkheid gaat geven, is zeer de vraag. Wie of wat heeft er dan eigenlijk nog wel zicht op wat onze kinderen in Nederland leren?
Erik Meester is docent en onderwijsontwikkelaar bij de opleiding Pedagogische Wetenschappen van Primair Onderwijs aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Anna Bosman is hoogleraar aan de Radboud Universiteit en directeur van de opleiding Pedagogische Wetenschappen van Primair Onderwijs.