Kind met smarpthone
Kind met smarpthone

Hoe ‘Big Tech’ een hele generatie in problemen heeft gebracht

Angststoornissen, depressies, eenzaamheid en een toename van zelfmoorden: met de mentale gezondheid van jongeren is het bar slecht gesteld. Sociaal-psycholoog Jonathan Haidt legt in zijn jongste boek de vinger op de zere plek: de social-media-platforms die jongeren verleiden tot ongezond veel schermtijd. De jeugd moet buiten spelen, aldus zijn oproep.

De boekenclub van Radboud Reflects boog zich deze maand over Generatie Angststoornis. Hierin maakt de Amerikaanse sociaal-psycholoog Jonathan Haidt korte metten met smartphones en social-media-platforms, die een hele generatie jongeren in grote mentale problemen heeft gebracht. Haidt doelt op de generatie geboren tussen 1997 en 2012, de zogeheten ‘Generatie-Z’, de eerste die in de puberjaren volop aan de slag ging met smartphones, wat leidde tot eindeloze uren op platforms als Facebook en het in 2010 gelanceerde Instagram. 

Met talloze grafieken onderstreept Haidt de psychische schade door de overvloedige schermtijd, met alle pijlen in de verkeerde richting. Haidt maakt een onderscheid tussen de berokkende schade bij jongens (vooral games en porno) en meisjes, voor wie de schade veel groter is, omdat zij met name druk zijn met foto- en beeldplatforms. Die laatste voeden een negatief zelfbeeld door de eindeloze confrontatie met onhaalbare schoonheidsidealen en levensstijlen.

Filosoof Cees Leijenhorst, de wetenschappelijke host van de boekenclub, noemt met name dit onderscheid een verdienste van het boek. Haidt biedt een goede verklaring voor het verschil in de door de platforms opgeroepen agressiereacties: bij jongens richt die zich meer naar buiten, bij meisjes naar binnen. ‘Ze halen op de platforms ook elkaar onderuit, in concurrentie voor aandacht.’ Ook het delen van de zelfbeschadiging is funest: meiden buitelen over elkaar heen in zelfmedelijden over bijvoorbeeld automutilatie. ‘Het posten van al die ellende is zeer besmettelijk’, zegt Leijenhorst.         

Cees Leijenhorst

Smartphonevrije scholen

Voor bijna alle twintig aanwezige leden van de boekenclub is het boek van Haidt zeer herkenbaar: velen kennen de ervaringen van deze pubergeneratie van nabij, als ouder, grootouder of als medewerker van een zorginstantie. Generatie Z – inmiddels studerend – mag met recht de pechgeneratie worden genoemd, aldus de consensus. Een ouderpaar verhaalt over de moeizame regulering van de schermtijd van hun twee puberkinderen, een docent in het voortgezet onderwijs fulmineert over de mobieltjes tijdens de lesuren. ‘Ik verbied het wel, maar sommige collega’s niet, zodat mijn verbod steeds weer aanleiding is voor discussie, heel vervelend.’

Een groot deel van te boek wijdt Haidt aan oplossingen, met op één – de docent zal het omarmen – het verbod van smartphones in het onderwijs. Collectieve actie zet de meeste zoden aan de dijk, aldus Haidt, die naast smartphonevrije scholen oproept tot een betere juridische bescherming van kinderen en wettelijke restricties aan toegang tot de platforms, bijvoorbeeld – als in Australië – een leeftijdgrens van 16 jaar. Een van de ouders onderstreept de collectiviteit. ‘Ik kan mijn kind wel verbieden een smartphone mee naar school te nemen, maar als klasgenoten het wél doen, wordt de ellende alleen maar groter, het werkt uitsluiting in de hand.’

Een fraaie paradox

Als filosoof met geschiedkundige specialisatie, noemt Cees Leijenhorst de door Haidt geschetste opvoedingsparadox een van meest interessante aspecten van het boek. Aan de ene kant is Haidt de autoritaire opvoeder in het aan banden leggen van Big Tech, aan de andere kant is hij vurig pleitbezorger voor meer vrijheid in de kindertijd, lees: veel meer ruimte voor het buitenspelen. In samenspel leer je ruzie maken, ervaar je wat je een ander aandoet en leer je om conflicten direct op te lossen. Daar kan geen scherm tegenop.

Maar buiten spelen doen kinderen steeds minder, volgens Haidt een gevolg van de overbezorgde ouders over wat in de boze buitenwereld allemaal mis kan gaan. ‘Een mooie paradox’, zegt Leijenhorst. ‘Naar buiten toe is er sprake van overbescherming door ouders, maar over de schermtijd die hiervoor in de plaats komt, is er juist een gebrek aan bescherming.’ Ouders hebben nauwelijks sjoege wat hun kinderen achter hun schermen uitspoken, en eventuele interventies weten de pubers met groot gemak te omzeilen.

Verslaafd aan wodka

Zijn smartphones nu echt de grote boeman in de kindertijd, zo luidde een van de vragen in de leesgroep, en: vergroten we niet de ellende als we onze kinderen ook nog hun mobieltjes afpakken, die immers – dat ontkent ook Haidt niet – ook positieve effecten hebben. ‘Niet de techniek is het probleem, maar wel hoe bedrijven als Facebook de platforms inrichten’, aldus een van de lezers. ‘Zie bijvoorbeeld de algoritmes die alles op alles zetten om schermtijd verslavend te maken.’ ‘Stel je voor dat er bedrijven komen met als doelstelling onze kinderen verslaafd te maken aan wodka’, illustreert een ander. ‘De uitwerking van de sociale media is zeker zo funest, maar die staan we gewoon toe.’

De oproep voor collectieve actie ontslaat ons niet van eigen verantwoordelijkheid, aldus de breed gedeelde hoop op een betere wereld, waar iedereen morgen een steentje aan kan bijdragen. Hoe dan? Door eens kennis te nemen van het mede door de Nijmeegse universiteit ontworpen ‘menselijk’ alternatief voor Facebook (PubHubs), aldus een van de lezers. Een ander noemt een fraaie actie van een leerkracht van groep 8: die stuurde  aan het begin van het schooljaar aan de hele klas een appje, let wel: om kwart over tien in de avond. Van driekwart (!) ontving hij een reactie. Een van de leden van de leesgroep memoreert de eerste ouderavond. ‘Hij zei: wil ik jullie kinderen wat bij kunnen brengen dit jaar, moeten jullie er wel voor zorgen dat ze op tijd gaan slapen.’

Foto: Gaelle Marcel via Unsplash

Contactinformatie

Thema
Gedrag, Opvoeding, Zorg & Gezondheid